Hulp vragen bij een opdracht 30 okt

Hulp vragen in de les

1 / 30
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAlfabetisering NT2ISK

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hulp vragen in de les

Open met herkenning: veel leerlingen snappen soms een opdracht niet. In deze les leren ze korte, bruikbare zinnen om hulp te vragen.

Lesdoel

Ik kan om hulp vragen als ik een opdracht niet begrijp.

This item has no instructions

Wanneer vraag jij hulp?

Gebruik de woorden uit de woordwolk als start: bijvoorbeeld woord, vraag, opdracht, docent, klasgenoot, moeilijk.

Niet begrijpen is normaal

  • Soms is een opdracht nieuw.

  • Soms zijn de woorden moeilijk.

  • Soms gaat het te snel.

  • Dan is hulp vragen slim.

Benadruk dat hulp vragen geen zwakte is. Het is normaal en helpt om verder te kunnen werken.

Wanneer vraag je hulp?

  • Je begrijpt de opdracht niet.

  • Je kent een woord niet.

  • Je weet niet wat je eerst moet doen.

  • Je bent gestopt en komt niet verder.

This item has no instructions

Wanneer is hulp vragen slim?

A

Als je klaar bent

B

Als je het niet begrijpt

C

Als het pauze is

D

Als je naar huis gaat

Sluit aan bij slides 2-3: hulp vragen is slim als je vastloopt of de opdracht niet begrijpt.

Maak de zinnen af

Soms is een opdracht nieuw. Soms zijn de woorden moeilijk. Dan is hulp vragen slim. Je vraagt hulp als je de opdracht niet begrijpt of niet verder komt.

hulp vragen
opdracht
komt
huiswerk
wachten
gaat

Controleer of leerlingen de kern herkennen: niet begrijpen en niet verder kunnen zijn redenen om hulp te vragen.

Eerst zeg je wat het probleem is

Zeg kort wat je niet begrijpt.


  • Ik begrijp de opdracht niet.

  • Ik begrijp vraag 3 niet.

  • Ik ken dit woord niet.

  • Ik weet niet wat ik moet doen.

Maak duidelijk dat een docent beter kan helpen als de leerling precies zegt wat lastig is.

Zo vraag je netjes hulp

  • Meneer, kunt u helpen?

  • Mevrouw, wilt u het uitleggen?

  • Kunt u dat herhalen?

  • Kunt u een voorbeeld geven?

Wijs op beleefde vormen zoals 'kunt u' en 'wilt u'. Dat past bij schooltaal.

Goede vragen zijn duidelijk

Een duidelijke vraag helpt snel.


  • Zeg welke opdracht het is.

  • Zeg welk woord moeilijk is.

  • Zeg wat je al begrijpt.

  • Vraag daarna om uitleg.

Voorbeeld voor de docent: 'Ik begrijp vraag 2 niet. Wat betekent vergelijken?' Zo horen leerlingen het verschil tussen vaag en duidelijk.

Een korte vraag heeft stappen

Ik begrijp vraag 4 niet → ik zeg wat moeilijk is → ik vraag hulp


Voorbeeld:

'Ik begrijp vraag 4 niet. Wat moet ik hier doen?'

Dit is de kern van de les: probleem noemen en daarna een concrete hulpvraag stellen.

Welke vraag is duidelijk?

A

Ik snap het niet

B

Kunt u helpen

C

Ik begrijp vraag 3 niet

D

Wat nu dan

De juiste optie noemt precies wat moeilijk is. Dat sluit aan bij slides 4-7.

Zet de goede woorden op de plek

Eerst zeg je wat het probleem is. Daarna vraag je om uitleg. Een duidelijke vraag helpt snel.

probleem
uitleg
snel
antwoord
boek
stil

Laat leerlingen zien: eerst benoemen wat lastig is, daarna om hulp vragen.

Welke vraag kun jij stellen?

Goede antwoorden noemen een concrete vraag of opdracht, bijvoorbeeld: 'Ik begrijp vraag 4 niet' of 'Wat betekent dit woord?'.

Hulp vragen aan de docent

  • Steek je hand op.

  • Wacht rustig.

  • Kijk naar de docent.

  • Stel je vraag in een korte zin.

This item has no instructions

Hulp vragen aan een klasgenoot

  • Kun jij mij helpen?

  • Begrijp jij deze opdracht?

  • Wat moet je hier doen?

  • Welk antwoord heb jij nog niet, maar wat is de stap?

Benadruk dat een klasgenoot kan helpen met de stap, maar niet het hele antwoord hoeft te geven.

Wat zeg je na de hulp?

  • Dank u wel.

  • Dank je wel.

  • Nu begrijp ik het.

  • Ik ga verder.

Laat zien dat afronden ook taal is: bedanken en zeggen dat je weer verder kunt.

Voorbeeld in de les

Opdracht: Lees de tekst en maak vraag 2.


Vraag van de leerling:

'Ik begrijp vraag 2 niet. Kunt u het uitleggen?'

Lees het voorbeeld rustig voor. Laat horen hoe kort en bruikbaar de vraag is.

Wat doe je eerst bij de docent?

A

Je roept hard

B

Je steekt je hand op

C

Je loopt weg

D

Je geeft antwoord

Gebaseerd op slide 8: eerst hand opsteken, dan rustig wachten.

Aan wie vraag jij het liefst hulp?

1

Docent

2

Klasgenoot

3

Allebei

This item has no instructions

Maak het voorbeeld compleet

Bij de docent steek je je hand op en wacht je rustig. Daarna stel je een korte vraag. Na de hulp zeg je dank u wel.

rustig
korte
dank u wel
samen
lange
goedemorgen

Sluit aan bij slides 8-11: volgorde, korte vraag en netjes afronden.

Nog een voorbeeld

Opdracht: Schrijf drie zinnen.


Vraag van de leerling:

'Ik weet niet hoe ik moet beginnen. Kunt u een voorbeeld geven?'

Dit voorbeeld laat zien dat hulp vragen ook kan gaan over starten, niet alleen over een moeilijk woord.

Onhandig of duidelijk?

Onhandig: 'Ik snap het niet.'


Duidelijk: 'Ik begrijp vraag 1 niet. Wat betekent dit woord?'

Leg uit waarom de tweede zin beter is: de hulpvraag is precies, dus de docent kan sneller helpen.

Goede schooltaal

  • Ik begrijp het niet.

  • Kunt u helpen?

  • Kunt u het herhalen?

  • Kunt u een voorbeeld geven?

  • Wat betekent dit woord?

Kies steeds dezelfde, eenvoudige zinnen. Herhaling helpt A1-leerders om de taal actief te gebruiken.

Waarom helpt dit?

  • Je blijft niet stil zitten.

  • Je begrijpt de opdracht beter.

  • Je kunt weer verder werken.

  • Je leert nieuwe woorden en zinnen.

ISK leerlingen zijn blij dat ze

verder kunnen.

Hier landt de centrale vraag: hulp vragen helpt leerlingen om verder te komen en zelfstandiger te worden.

Welke zin is het meest duidelijk?

A

Ik snap het niet

B

Wat is dit

C

Ik begrijp vraag 1 niet

D

Help mij even

De juiste zin is duidelijker, omdat de leerling precies zegt welke vraag moeilijk is.

Vul de schooltaal in

Goede schooltaal helpt in de les. Je kunt zeggen: 'Kunt u helpen?' of 'Kunt u het herhalen?' Dan begrijp je de opdracht beter en kun je verder werken.

helpen
herhalen
beter
lezen
schrijven
later

Gebaseerd op slides 13-15: duidelijke schooltaal helpt je om verder te kunnen werken.

Wat heb jij geleerd?

Bespreek korte reacties zoals: een zin om hulp te vragen, wanneer hulp vragen slim is, of waarom duidelijke vragen helpen.

Wat hielp jou vandaag het meest?

Laat leerlingen nadenken over hun eigen leren. Mogelijke elementen: voorbeeldzinnen, docent, klasgenoot, herhaling, voorbeeld geven.

Woordenlijst

de opdracht - werk dat je moet maken

begrijpen - weten wat iets betekent

hulp - steun van iemand

uitleggen - duidelijk vertellen hoe iets werkt

herhalen - nog een keer zeggen

voorbeeld - iets dat laat zien hoe het moet

duidelijk - goed te begrijpen

This item has no instructions