Faalangst

1 / 28
next
Slide 1: Slide
MentorlesSpeciaal OnderwijsLeerroute 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Wat ga je leren deze les?
Aan het einde van de les kan de leerling:
  • uitleggen wat faalangst is;
  • voorbeelden noemen van situaties met faalangst;
  • herkennen hoe faalangst voelt in het lichaam en in gedachten;
  • eenvoudige manieren noemen om met faalangst om te gaan.

Slide 2 - Slide

7

Slide 3 - Video

00:26
Wat betekent
ultieme
A
Hoogst haalbaar
B
Mooie

Slide 4 - Quiz

00:29
Wat betekent:
AUDITIE
A
Een optreden om een aangenomen te worden
B
Een pijnlijke situatie

Slide 5 - Quiz

00:34
Wat betekent:
KARAKTER
A
Een mooi uiterlijk hebben
B
Eigenschappen van een persoon

Slide 6 - Quiz

00:49
Wat betekent:
GEOBSEDEERD RAKEN
A
overmatige focus hebben op iets
B
Je gaat erg zweten

Slide 7 - Quiz

00:54
wat betekent:
VERMIJDINGSGEDRAG
A
Iets willen snel willen leren
B
Actief iets moeilijks uit de weg gaan

Slide 8 - Quiz

01:04
Wat betekent:
THERAPEUTEN
A
Professionals die mensen helpen bij emotionele problemen
B
Iemand die je van spierpijn afhelpt

Slide 9 - Quiz

01:10
Wat betekent:
FOCUSSEN
A
Je aandacht ergens op richten
B
Recht op je doel af gaan

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Video

Heb jij wel eens faalangst
antwoord met ja of nee

Slide 12 - Open question

Heb je de laatste week last gehad van faalangst?
Ja, een beetje
Ja, veel
Nee

Slide 13 - Poll

Wat zijn kenmerken van faalangst

  • Je denkt: “Ik kan dit niet”, “Het gaat fout gaan”.

  • Je voelt spanning in je lichaam: snel kloppen hart, zweten, trillende handen.

  • Je gaat vermijden: taak uitstellen, niet durven vragen, niets inleveren.

Slide 14 - Slide

Welke kenmerken herken jij het sterkst bij jezelf?
Je denkt: “Ik kan dit niet”
Je voelt spanning in je lichaam: snel kloppen hart, zweten, trillende handen.
Je gaat vermijden: taak uitstellen, niet durven vragen, niets inleveren.
Geen van deze keuzes

Slide 15 - Poll

Soorten faalangst
  • Cognitief: bang dat je niet slim genoeg bent.

  • Sociaal: bang dat anderen je slecht vinden.

  • Motorisch: bang dat je lichaam faalt (bij sport, praktijkopdrachten).

Slide 16 - Slide

Welke soort faalangst past het meest bij jou?
bang dat je niet slim genoeg bent.
bang dat anderen je slecht vinden.
bang dat je lichaam faalt

Slide 17 - Poll

Oorzaak
  • Te veel druk (van jezelf, school, thuis)

  • Slechte ervaringen (eerder onvoldoende gehaald)

  • Geen goede voorbereiding

  • Perfectionisme (alles perfect willen doen)

Slide 18 - Slide

Van welke oorzaak heb jij last?
te veel druk van ouders
vorig cijfer was een dikke onvoldoende
Je wilt een 10 halen
Je hebt niet geleerd
Mijn klasgenoot is altijd beter

Slide 19 - Poll

Wat kun je doen tegen faalangst?

1     Ademhalingsoefening

  • 4 seconden inademen

  • 4 seconden vasthouden

  • 4 seconden uitademen

Slide 20 - Slide

Wat kun je doen tegen faalangst?

2      Positieve gedachte kiezen

  • “Ik probeer mijn best”

  • “Ik mag fouten maken”

  • “Ik leer elke dag”

Slide 21 - Slide

Wat kun je doen tegen faalangst?

3      Praat er over

  • Met docent, mentor, vriend of familie

Slide 22 - Slide

Wat kun je doen tegen faalangst?

3      Goede voorbereiding

  • Planning maken

  • Kleine stapjes nemen met  leren

  • Vraag hulp

Slide 23 - Slide

Is faalangst normaal?
A
Ja
B
Nee

Slide 24 - Quiz

Waarom helpt een goede voorbereiding?
A
Je kan je docent zeggen dat je er alles aan hebt gedaan
B
Je voelt je zeker

Slide 25 - Quiz

Welke techniek helpt als je iets spannend vindt?
A
Ademhalingsoefening
B
Stuk hardlopen

Slide 26 - Quiz

Welke techniek helpt als je iets spannend vindt?
A
Veel kijken hoeveel je nog moet doen
B
Positieve gedachten

Slide 27 - Quiz

Noem een gedachten die bij faalangst hoort
A
“Ik doe er niet toe.”
B
“Ik kan dit niet.”

Slide 28 - Quiz