BK/KGT/TL Poezie en Fictie F

Taalverzorging spelling: vaste voorzetsels bij werkwoorden
Ik ken het verschil tussen een leesboek en een informatief boek
Ik kan aan een stuk tekst zien of het uit een leesboek of informatief boek komt
Hoe herken je een informatief boek?
Hoe herken je een leesboek? 
Nederlands
week 26 les 1
poezie en fictie F: sporten
BK: maken opdr. 2, 3, 5, 6, 8 KGT: 2, 3, 4, 6, 8 (extra: opdr. 5) TL: 2 t/m 6, 8
Hebben we alle doelen behaald?
Afmaken opdrachten die niet in de les af zijn gekomen. 
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijs

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Taalverzorging spelling: vaste voorzetsels bij werkwoorden
Ik ken het verschil tussen een leesboek en een informatief boek
Ik kan aan een stuk tekst zien of het uit een leesboek of informatief boek komt
Hoe herken je een informatief boek?
Hoe herken je een leesboek? 
Nederlands
week 26 les 1
poezie en fictie F: sporten
BK: maken opdr. 2, 3, 5, 6, 8 KGT: 2, 3, 4, 6, 8 (extra: opdr. 5) TL: 2 t/m 6, 8
Hebben we alle doelen behaald?
Afmaken opdrachten die niet in de les af zijn gekomen. 

Slide 1 - Slide

Huiswerk check

De docent checkt of je je huiswerk hebt gemaakt
Taalverzorging grammatica over voorzetsels

Slide 2 - Slide

Wat weet je nog over tekstdoelen?

Slide 3 - Open question

Welke tekstdoelen zijn er?

Slide 4 - Open question

Doen
Bekijk in je boek hoofdstuk 5 van lezen nog eens.
Je ziet 5 doelen staan:
  • informatie geven
  • jou iets leren/uitleggen
  • jou iets laten doen
  • mening geven
  • amuseren

Slide 5 - Slide

Vandaag:

We focussen vandaag op 2 doelen: 

informatie geven en amuseren

Slide 6 - Slide

Poëzie en fictie F
Het verschil tussen leesboeken en informatieve boeken:

leesboeken: zijn er vooral om je te amuseren

informatieve boeken: zijn er vooral om je informatie te geven over een bepaald onderwerp

Slide 7 - Slide

Leesboek
Is vaak een verhaal over een persoon die allemaal avonturen beleeft. Het speelt zich af in een bepaalde tijd, bijvoorbeeld in de middeleeuwen. 
Als je het leest, word je vaak meegesleept in het verhaal.

Slide 8 - Slide

Informatief boek
Is geschreven om jou meer informatie te geven over een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld dieren, sport of de Middeleeuwen. 
Je leest het boek om meer te weten te komen. 
Sommige boeken zijn in verhaalvorm geschreven

Slide 9 - Slide

Vragen?
Dan gaan we nu even testen of je het snapt.

Slide 10 - Slide

Op de achtergrond van deze slide zie je:
A
Informatieve boeken
B
Leesboeken

Slide 11 - Quiz

Op de achtergrond van deze slide zie je:
A
Leesboeken
B
Informatieve boeken

Slide 12 - Quiz

Een boek gaat over het ontstaan van de Gouden Eeuw. Dit is een voorbeeld van een:
A
Leesboek
B
Informatief boek

Slide 13 - Quiz

Een boek gaat over een personage dat tijdens de oorlog iemand verborgen houdt. Dit is een
A
Leesboek
B
Informatief boek

Slide 14 - Quiz

Aan de slag
Blader achter in je boek naar poëzie en fictie F: sporten
Maak de opdrachten
BK: opdr. 2, 3, 5, 6
KGT: 2 t/m 6 
TL: 2 t/m 6

Vraag? Steek je hand op.
timer
25:00

Slide 15 - Slide

Huiswerk
BK: maken opdracht 8
KGT en TL: opdracht 7
Schrijf een verhaal waarin jij de hoofdpersoon bent. Kijk goed naar het aantal woorden. 
Je mag dit op de computer doen als je dat makkelijker vindt. Mail je tekst naar bdejong@bbonderwijs.nl én wkleinveld@bbonderwijs.nl.

Slide 16 - Slide

Leg in eigen woorden het verschil uit tussen een informatief boek en een leesboek:

Slide 17 - Open question

Tijd over?

Voorlezen!

Slide 18 - Slide