Les 4: Stoffen indelen

Les 4: Stoffen indelen
1 / 11
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Les 4: Stoffen indelen

Slide 1 - Slide

Sleep de woorden naar het juiste bijpassende plaatje
Tafelzout
Kraanwater
Helium
Olijfolie
Koolstofdioxide
Lucht
Glucose (suiker)

Slide 2 - Drag question

Let op:

Een ontleedbare stof bestaat uit meerdere soorten atomen.

Hij kan daarom ook best zuiver zijn (= 1 soort molecuul)

Slide 3 - Slide

Soorten stoffen
Elementen: Losse atomen, staan in het periodiek systeem. Bijvoorbeeld goud (Au), helium (He), natrium (Na) (= Niet ontleedbaar)

Twee-atomige elementen: Twee atomen van dezelfde soort. Ook in het PS, bijvoorbeeld chloor (Cl2) en zuurstof (O2)  (= Niet ontleedbaar)

Verbindingen: Combinatie van meerdere atomen: Niet in PS.
Bijvoorbeeld water (H2O), suiker (C6H12O6)  (= wel ontleedbaar)

Slide 4 - Slide

Ontleden: moleculen splitsen

Slide 5 - Slide

Drie soorten ontleding
Bij ontleding haal je de moleculen van een verbinding uit elkaar. Er ontstaan daarbij nieuwe stoffen. Dit kunnen elementen zijn, of andere verbindingen:

Elektrolyse: Ontleding met behulp van elektriciteit.
Fotolyse: Ontleding met behulp van licht.
Thermolyse: Ontleding met behulp van warmte.

Slide 6 - Slide

Wanneer de stof zilverchloride verkeerd bewaard wordt, kan het onder invloed van zonlicht ontleden tot vast zilver en chloorgas. Dit is een voorbeeld van:
A
Elektrolyse
B
Thermolyse
C
Fotolyse
D
Hydrolyse

Slide 7 - Quiz

Toestandsaanduidingen
Oftewel, welke fase is de stof.

H2O (s) = water in de vaste fase
H2O (l) = water in de vloeibare fase
H2O (g) = waterdamp (gas fase)
NaCl (aq) = Zout opgelost in water

Slide 8 - Slide

Welke fase-overgang wordt aangeduid met de vergelijking:
H2O (s) --> H2O (l)
A
Smelten
B
Verdampen
C
Rijpen
D
Condenseren

Slide 9 - Quiz

Opdrachten:
H6.3 Opgaven 2 t/m 9
Klaar? Nakijken.


Alweer klaar? Kijk vast naar de rest van het paragraaf. Dit is wat ingewikkeld, dan lukt het morgen makkelijker.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide