Toets Matrijs.
Toetsmatrijs ‘theorie van de rijtaak’ Tijdens het examen C fase 1a krijg je 25 examenvragen voorgelegd. Voor het maken van deze examenopgaven heb je 30 minuten de tijd. Om op examen een voldoende te scoren moet je minimaal 18 van de 25 vragen goed beantwoorden.
In onderstaand schema kun je precies zien hoe de examenvragen over de verschillende onderwerpen zijn verdeeld.
Categorie C verdeling vragen IBKI examen
Bestuurder en voertuig categorie C 10
Rijprocedure categorie C 10
Wet- en regelgeving categorie C 5
Totaal 25
1. De soorten cabines van een vrachtauto.
Torpedo front.
Een vrachtauto die beschikt over een torpedofront kun je herkennen door het feit dat de cabine een soort neus heeft. Voor de cabine van deze vrachtauto’s bevindt zich een motorkap, waaronder de motor is gelegen.
In de jaren 50 van de vorige eeuw werden deze modellen veelvuldig gebruikt.
Tegenwoordig zie je ze veel minder, omdat het “neusgedeelte” te veel ruimte in beslag neemt.
Het grote voordeel van een torpedofront is dat het veiliger is voor de chauffeur. Door de langere neus, het zwaarder uitgevoerde chassis, het feit dat de motor voor de chauffeur ligt en de zwaardere cabine is de chauffeur veel beter beschermd.
Daarnaast beschikt de cabine over een vlakke vloer wat het comfort van de chauffeur aanzienlijk verhoogt.
Bij het torpedofront is een goede aandrijving van de voorwielen perfect mogelijk. Hij is bovendien zeer krachtig, maar neemt helaas veel plaats in beslag.
Dit type vrachtauto wordt dan ook voornamelijk gebruikt voor het vervoer van zware compacte lading.
Voordelen torpedo front.
Nadelen torpedofront.
Zoals eerder besproken is het grootste nadeel van een torpedofront de ruimte die de neus inneemt. Aangezien vrachtauto’s zijn gebonden aan maximale afmetingen en een vervoerder graag zoveel mogelijk lading in één keer meeneemt is een torpedofront vaak minder rendabel. Op de plaats van de neus kun je immers geen lading plaatsen.
Door de grote neus beschikken vrachtauto’s met een torpedofront over een grote dode hoek voor het voertuig. Daarnaast is door de neus ook de draaicirkel van het voertuig beduidend groter en is de motor minder goed bereikbaar.
Tenslotte is de gewichtsverdeling over de voor- en de achteras minder goed dan bij een frontstuur vrachtauto.
Frontstuur cabine.
De frontstuur cabine is een type vrachtauto, waarbij de chauffeur boven, naast of voor de motor zit. Het aantal frontstuurcabines nam fors toe door de ontwikkeling van kantelbare cabines. Doordat deze cabines konden kantelen werd de motor van frontstuurcabines veel beter bereikbaar voor onderhoud.
Tegenwoordig is het frontstuur model het meest voorkomende type vrachtauto. Dit komt met name doordat bij dit type vrachtauto veel ruimte over blijft voor de vracht. Voor veel vervoerders is het daarom economisch erg rendabel om met dit type vrachtauto te rijden.
Voordelen frontstuur cabine.
Het grootste voordeel van de frontstuurcabines is de grotere ruimte die beschikbaar is voor de vracht. In de vrachtauto is er echter niet alleen meer plaats voor de vracht, maar doordat het gewicht van de motor en de cabine voor het grootste deel boven of vooras liggen neemt ook het laadvermogen aanzienlijk toe. Aangezien een frontstuurcabine een rechte voorzijde heeft krijgt de chauffeur een veel beter zicht naar voren.
Nadelen frontstuur cabine.
Het grootste nadeel van een frontstuur cabine is dat de passieve veiligheid van chauffeurs afneemt. Door het ontbreken van de neus is de chauffeur bij een ongeval veel minder beschermd dan bij een torpedofront vrachtauto.
Het kantelen van een cabine.
Indien er werkzaamheden aan de vrachtauto motor of de versnellingsbak uitgevoerd moeten worden kan het noodzakelijk zijn om de cabine te laten kantelen.
Door het kantelen komt er meer werkruimte voor degene die de herstellingen gaat uitvoeren.
Het kantelen van een cabine is echter niet zonder gevaar. Het is daarom van groot belang dat de veiligheidsprocedures bij het kantelen goed nagevolgd worden.
Voordat je de cabine gaat kantelen dient het voertuig op de handrem gezet te worden. Schakel daarna de versnelling in de neutraal stand.
Controleer vervolgens of er voor en boven het voertuig voldoende ruimte is om de cabine te laten kantelen. Bij het kantelen mogen geen losse voorwerpen in de cabine aanwezig zijn. Deze voorwerpen zullen door het kantelen in beweging raken met het risico op beschadiging van de cabine.
Indien zich zware voorwerpen in de cabine bevinden kunnen daarnaast ook nog de cabinepomp en de kantelcilinder beschadigd worden.
Voordat je gaat kantelen is het van belang dat de vrachtauto op een vlakke ondergrond staat. Het is niet verstandig om de cabine te kantelen indien je op een helling staat waar het hellingspercentage groter is dan 10%. Indien je bij een dergelijke hellingsgraad je cabine toch gaat kantelen loop je het risico dat de cabinepomp of de kantelcilinder overbelast raken.
Voor de veiligheid is het van groot dat zich geen personen bevinden voor, achter of naast de cabine. Deze mensen zouden gemakkelijk geraakt kunnen worden door de cabine of voorwerpen in en rond het voertuig. Daarnaast lopen mensen het risico dat ze klem komen te zitten tussen de cabine, het wegdek en het voertuig.
Indien je langs de rijbaan de cabine wilt kantelen is het verstandig om vooraf de spiegels in te klappen. Door het kantelen komen de spiegels flink omlaag, waardoor ze gemakkelijk geraakt kunnen worden door bestuurders die de vrachtauto passeren.
Controlelampjes in een vrachtauto.
Het dashboard van een vrachtauto beschikt over een groot aantal controlelampjes. Wij hebben de belangrijkste lampjes voor je op een rij gezet.
1 Snelheidsmeter
2 Toerenteller
3 Brandstofmeter
4 Oliedruk
5 Motortemperatuur
6 Luchtdruk kring 1
7 Luchtdruk kring 2
8 Boordcomputer display
Laadstroom / accu.
Het acculampje brandt altijd even als je de motor start maar moet daarna vanzelf uitgaan. Als het blijft branden kan er iets mis zijn met de dynamo, de stroomkabels of een aandrijfsnaar.
Olie druk
Als je de motor start moet dit lampje uitgaan. Indien dit lampje blijft branden is de oliedruk meestal te hoog of te laag. In dat geval kun je de vrachtauto het beste zo spoedig mogelijk parkeren op een veilige plaats. Vervolgens zet je de motor uit.
Parkeerrem.
Indien dit lampje brandt is de parkeerrem aangetrokken.
Koeling
Dit waarschuwingslampje gaat branden wanneer de motor oververhit dreigt te raken. Als dit lampje gaat branden, is het zaak om de koelvloeistof te controleren.
Wanneer er te lang wordt doorgereden met dit lampje kan de motor ernstig beschadigd raken.
ABS.
Dit lampje brandt als er problemen zijn met het ABS-systeem. Dit systeem zorgt ervoor dat de wielen niet kunnen blokkeren, zodat de auto niet kan gaan slippen.
Als dit lampje brandt, betekent het dat het systeem niet werkzaam is. Zorg ervoor dat je binnen afzienbare tijd naar de garage rijdt als dit lampje brandt om zo verdere schade te voorkomen.
Indien achter dit lampje het getal 1 staat, wordt hiermee de aanhangwagen bedoeld. Indien dit lampje constant blijft branden tijdens het rijden, beschikt de aanhangwagen niet over ABS.
Motormanagement.
Dit lampje geeft een indicatie dat er een defect is in het motormanagementsysteem of in de andere elektronica van het voertuig. Het advies is om eerst naar de motorolie en koelvloeistof te kijken en eventueel bij te vullen. Als het lampje daarna nog blijft branden, dient een garage opgezocht te worden.
Lane departure warning system.
Dit waarschuwingssysteem gaat branden als de bestuurder het lane departure warning system of lane assist heeft uitgeschakeld.
Bandenspanning.
Dit dashboard lampje gaat branden als de bandenspanning te laag is. In veel gevallen is de band lek of is er sprake van abnormaal verlies van bandenspanning.
Gladheid.
Als het lampje met een weg en een sneeuwvlokje gaat branden, waarschuwt het voertuig dat er kans op gladheid is.
Brandstof peil.
Als het brandstof peil van het voertuig laag is, zal dit lampje gaan branden. Je kunt aan het icoontje zien aan welke kant de tankdop van het voertuig zit.
De toerenteller.
Een toerenteller is een meetinstrument dat de omwentelingssnelheid van een as aangeeft. Deze snelheid kan worden aangegeven in Hertz, de officiële SI-eenheid, maar bij voertuigen en machines wordt meestal gewerkt met omwentelingen per minuut (RPM).
Bij motorvoertuigen wordt het toerental in het algemeen gemeten aan de nokkenas, terwijl de krukassnelheid wordt aangegeven. (De nokkenas draait met de halve krukassnelheid).
Vrachtauto's zijn over het algemeen het meest zuinig als je op schakelt bij ongeveer 2000 toeren.
Veel truckers schakelen pas bij een hoger toerental. Dit is echter niet wenselijk, omdat het brandstofgebruik hierdoor aanzienlijk wordt verhoogd.
Koppelsystemen voor de aanhangwagen.
Koppelschotel.
Een koppelschotel is een schotelvormige plaat, voorzien van een wigvormige sleuf, die op het chassis van een trekvrachtwagen wordt geplaatst. De koppelschotel is bedoeld om een oplegger aan te koppelen.
De oplegger is voorzien van een plaat met daarop een pen die men kingpin noemt. Door met de trekker achteruit onder de oplegger te rijden, wordt de kingpin via de sleuf in de koppelschotel gevoerd waarna een veiligheidspal de kingpin borgt zodat de trekker de oplegger veilig kan voortbewegen.
Vangmuilkoppeling.
Een vangmuilkoppeling is een koppelingssysteem bij vrachtauto’s. Aan de achterste dwarsbalk van het chassis is de vangmuilkoppeling gemonteerd voor het aankoppelen van een aanhangwagen.
Deze vangmuilkoppeling kan op scherp gezet worden zodat de trekstang van de volgwagen gevangen kan worden. De werking en de veiligheidscontroles bij een onderkoppeling zijn hetzelfde als bij een normale vangmuilkoppeling.
Na het vangen springt de pen in het oog van de trekstang en is daarmee geborgd.
In het midden van het oog van de trekstang is een verdikking zodat de ruimte tussen pen en oog zo klein mogelijk is. Een te grote ruimte geeft een stootbelasting op de verbinding tussen volgwagen en truck, terwijl de kans groot is dat de volgwagen gaat slingeren. Een te grote ruimte wordt ook afgekeurd bij de APK.
Naast de vangmuilkoppeling die op de achterzijde vlak op het chassis gemonteerd is kennen we ook nog de zogenaamde onderkoppeling. Dit is een vangmuilkoppeling die d.m.v. een onderbouwblok gemonteerd wordt achter de achteras van de motorwagen (voorwagens). Deze onderkoppeling wordt veel gebruikt om zogenaamde wipkarren of kortgekoppelde schamelaanhangers aan te koppelen.
Voordeel van deze methode is de besparing in lengte. De totale lengte van een vrachtauto combinatie is beperkt, door gebruik te maken van een onderkoppeling wordt de ruimte tussen de motorwagen en de aanhangwagen geminimaliseerd. Dit komt uiteraard ten goede aan de effectieve laadruimte. Verder is het achteruitrijdend manoeuvreren met een wipkar eenvoudiger dan het achteruit rijden met een schamelaanhanger.
Wielen en velgen.
Als het goed is een wiel de enige plaats waar het voertuig in contact komt met de ondergrond. Het is belangrijk om te beseffen dat het hele gewicht van een vrachtauto gedragen wordt door de velgen en de wielen. Het zal duidelijk zijn dat er op de wielen enorm veel gewicht komt te staan. Voor de veiligheid en het brandstofgebruik is het dus van groot belang dat de juiste wielen op het voertuig worden geplaatst.
De voorwielen van een vrachtauto zijn voorzien van een lijnprofiel, ook wel lengteprofiel genoemd. Op de achterwielen zitten meestal banden, die zijn voorzien van dwarsprofiel. Het is gevaarlijk om banden die zijn voorzien van dwarsprofiel op de voorwielen te plaatsen. Reservewielen van een vrachtauto zijn altijd voorzien van lijnprofiel. Op deze manier kunnen ze gebruikt worden voor de achterwielen en de voorwielen.
Dubbellucht
De term dubbellucht wordt gebruikt voor een as waar geen 2 wielen, maar 4 wielen zijn aangebracht. De term wordt ook gebruikt om alleen dat wielstel aan te duiden. Dubbellucht wordt voornamelijk toegepast om het gewicht van het voertuig beter te verdelen. Een ander voordeel van dubbellucht is dat indien een voertuig een klapband krijgt het voertuig beter bestuurbaar blijft.
Het grote nadeel van dubbellucht is het hogere brandstofverbruik dat daardoor optreedt. Daarnaast is de slijtage van de banden bij dubbellucht groter. Dit komt doordat in bochten het karkas wringt en daardoor meer over het wegdek schuurt.
Bij voertuigen die in het normale gebruik langdurig rechtuit rijden zoals vrachtauto’s en bussen, wordt dubbellucht vrijwel nooit toegepast op sturende voorassen. De al genoemde nadelen gelden versterkt voor de voorwielen: door het wringen en schuren zouden er enorme krachten op de stuurinrichting komen. Ook wordt de besturing erg zwaar.
Enkellucht.
Tegenover dubbellucht staat enkellucht, een term die voornamelijk gebruikt wordt wanneer het onderscheid met dubbellucht belangrijk is.
Om het gewicht van het voertuig, het brandstofgebruik en de slijtage van banden te verminderen zijn bandenfabrikanten op zoek gegaan naar een beter en sterker wiel, waardoor een vrachtauto toch met enkellucht uitgevoerd kan worden. De zogenaamde supersingles of supersingle banden.
Deze supersingle banden zijn breder dan een normale band maar zijn smaller dan 2 dubbellucht banden. Deze banden hebben ongeveer hetzelfde draaggewicht als een dubbellucht band.
Het grote voordeel van supersingle banden is dat ze veel lichter zijn dan een set dubbellucht banden en dat de rolweerstand veel lager is. Dit zorgt er voor dat het brandstofverbruik lager is. Daarnaast nemen supersingle banden minder plaats in, waardoor er een beetje meer ruimte voor lading wordt gecreëerd.
Supersingle banden worden veel gebruikt bij vrachtauto's en bussen die veel gewicht moeten dragen. Je vindt ze voornamelijk op de stuuras van een vrachtauto of bus.
Banden keuze.
De keuze tussen enkellucht, dubbellucht en supersingles zal gemaakt moeten worden voordat het voertuig wordt aangeschaft.
Het is niet mogelijk om normale wielen en supersingle wielen door elkaar te gebruiken. Het simpelweg toevoegen of weglaten van wielen leidt tot krachten op de lagers en wielophanging waar deze niet op berekend is.
De enige manier om andere normale banden te gebruiken op een as die bedoeld is voor supersingle banden is door het vervangen van de as.
Bout en naafcentrering.
Bij het vervangen van een wiel is het belangrijk om goed te centreren. Dit is nodig om trillingen en onnodige slijtage te voorkomen.
De centrering van de velgen gebeurt door middel van boutcentrering of naafcentrering.
Bij boutcentrering zorgen de conische ringen van de velgmoeren en de boutgaten voor het centreren van het wiel. De centrering vindt dus plaats vanuit de binnenkant.
Bij naafcentrering past het middengat van de velg om de pasrand van de naaf. De centrering vindt dan plaats vanaf de buitenkant.
Een wiel met naafcentrering mag niet verwisseld worden met een velg met boutcentrering (of omgekeerd). Dit kan leiden tot het verliezen van het wiel.
Aandraaien moeren van een achtgatswiel.
Indien je wielmoeren van een vrachtauto band wilt vastdraaien moet je er opletten, dat je deze wielmoeren kruislinks vastdraait. Dit is belangrijk om te voorkomen dat de velg scheef gaat trekken.
Het is verstandig om de bouten vast te draaien met behulp van een momentsleutel. Het grote voordeel van een momentsleutel is dat de wielbouten precies tot het juiste koppel zijn vastgedraaid. Op deze manier voorkom je dus dat velgen te los of juist te strak zijn vastgedraaid. Hoe vast je de bouten moet draaien staat in het instructieboekje van de vrachtauto.
Tijdens het rijden kan er een lichte speling van de velg ontstaan. Daarom is het belangrijk dat na ongeveer 50 km rijden de velg nogmaals wordt nagetrokken. Daarnaast wordt geadviseerd om regelmatig de velgen te controleren.
Het differentieel slot.
Een differentieel is een stelsel van tandwielen waarmee met één aandrijvende as meerdere rotaties met verschillende snelheid afgetakt kunnen worden. Het differentieel zorgt ervoor dat bij het berijden van bochten de wielen niet evenveel omwentelingen maken.
Bij het maken van een bocht legt het ‘binnenste’ wiel een kortere weg af en zal dus minder snel draaien dan het buitenste wiel, maar toch aangedreven worden. In vrachtauto’s zit een differentieel tussen de aangedreven wielen.
Met name in situaties waar het ene wiel slipt en het andere wiel stil blijft staan kan de werking van het differentieel gevaarlijk zijn.
Dit komt onder andere voor op modderige of gladde wegen. In die situaties kan de chauffeur de werking van het differentieel op slot zetten, door gebruik te maken van het differentieelslot.
Op verharde wegen mag je geen gebruik maken van het differentieelslot.
Het differentieelslot mag de chauffeur enkel inschakelen bij een stilstaande motor. Als het differentieelslot is ingeschakeld kan de chauffeur het beste zijn snelheid aanpassen.
De sleepas
Een sleepas is een niet aangedreven achteras van een vrachtauto. Een sleepas wordt gebruikt om het laadvermogen te vergroten. Een vrachtauto mag een TMM hebben van 10 ton op de niet aangedreven as en 11,5 ton op de aangedreven as.
Door gebruik te maken van een sleepas voeg je als het ware een as toe, waardoor je dus meer lading mee kunt nemen.
Indien het voertuig onvolledig beladen is wordt de sleepas met behulp van een bogie-lift opgetild. Op die manier kan het brandstofverbruik beperkt worden.
Bij een niet sturende as wordt gesproken over een sleepas, bij een meesturende as wordt gesproken over een voor- of naloop as.
In beide gevallen zal deze sleepas meestal met een enkel-lucht band uitgevoerd moeten worden. Dit is nodig om plaats te maken voor het liftsysteem of om de nodige stuuruitslag te verkrijgen.
Het voordeel van een sleep as is dat men meer lading tegelijkertijd kan vervoeren. Het nadeel is dat het brandstofverbruik toeneemt.
Luchtvering
Het grote voordeel van luchtvering ten opzichte van spiraalhulpveren is dat de druk instelbaar is. Dit betekent dat je naar gelang met meer of minder druk kunt rijden om zo altijd optimale ondersteuning en veercomfort te realiseren. Bij de luchtvering wordt het elastische gedrag van een ingesloten luchtvolume benut als vering. De lucht is daarbij ingesloten in balgveren. Door het samenpersen resp. ontspannen van de lucht ontstaat de vering.
Luchtvering laat een zeer harmonische afstemming van het voertuig toe, bovendien kan via de kleppen het niveau van de vrachtauto worden geregeld en kunnen de veerwegen door verandering van de luchtdruk in de balgen aan de belasting van het voertuig worden aangepast. Luchtvering zorgt er tevens voor dat de combinatie in de bochten minder overhelt.
Door middel van een manometer kan de chauffeur controleren hoe hoog de luchtdruk is.
Luchtvering zorgt dus voor meer comfort in het voertuig. Het nadeel van dit comfort is dat er risicocompensatie kan optreden. De luchtvering zorgt er tevens voor dat de combinatie in de bochten minder overhelt. Dit heeft als nadelig effect dat een vrachtautochauffeur minder gewaarschuwd wordt als hij te hard een bocht doorrijdt. Dit effect, dat risicocompensatie wordt genoemd wordt nog eens extra versterkt als ook de chauffeursstoel is voorzien van luchtvering.
Bladvering:
Bladveren zijn sterker en stugger dan luchtvering. Het nadeel van bladvering is dat de vering minder comfortabel is dan luchtveren.
Het voordeel van bladvering is dat ze goedkoper zijn en dat ze minder onderhoud vergen dan luchtvering.
Centrale chassis smering
Bij de meeste moderne vrachtauto’s wordt centrale chassis smering toegepast. Bij centrale chassis smering wordt de smering automatisch gedaan door het voertuig. De chauffeur hoeft in dit geval niet alle smeernippels na te lopen.
Ondanks dat centrale chassis smering automatisch verloopt is het aan te raden dit minimaal 1x per week te controleren. Door centrale chassis smering is het voertuig nagenoeg altijd voldoende gesmeerd. De chauffeur kan dit immers niet vergeten. Centrale chassis smering is dus een goede oplossing om onnodige slijtage aan het voertuig tegen te gaan.
Controle en Inspectie
Om als vrachtauto chauffeur veilig aan het verkeer te kunnen deelnemen is het van belang dat je dagelijks een inspectie uitvoert in en rondom je vrachtauto. De volgende zaken moet je dagelijks checken.
Rondom het voertuig
– Controleer onder het voertuig om te checken of de vrachtauto geen lekkage vertoond. Let hierbij vooral op lekkages van olie, koelvloeistof of water
– Controleer of er geen zichtbare beschadigingen aan de vrachtauto te zien zijn. Zeker in situaties waarin meerdere chauffeurs gebruik maken van het voertuig voorkomt dit problemen achteraf.
– Controleer of de laadklep en de deuren goed gesloten zijn
– Controleer of het zeildoek strak gespannen is
– Controleer of er geen ijs op het dak ligt
Remmen
– Controleer de luchtkranen
– Controleer de slangen
– Controleer de aansluitingen
– Controleer het vloeistof niveau van de vorstbeveiliger
Accu
Controleer of de accu goed bevestigd is
Verlichting
Controleer of alle verlichting werkt
Controleer of de verlichting schoon is
Controleer of de markeringsborden schoon zijn
Vloeistoffen
– Controleer het oliepeil
– Controleer de koelvloeistof
– Controleer de remvloeistof
– Controleer de ruitensproeier vloeistof
Maandelijks bandenspanning controleren
– Controleer de bandenspanning
– Controleer de profieldiepte
– Controleer of er geen scherpe delen uitsteken
– Controleer of de banden niet verweerd zijn
– Controleer of het ventieldopje op de band aanwezig is
– Vergeet tijdens de controle niet de reservewielen te checken!
Controle aanhangwagen of oplegger
Voordat je een aanhangwagen gaat aankoppelen is het van belang te controleren of de omgeving veilig is. Kijk dus altijd goed rond en onder beide voertuigen, voordat je aan de manoeuvre begint.
Bij het aankoppelen zorg je ervoor dat de aanhangwagen op een relatief vlakke ondergrond staat en dat het trekkende voertuig op de handrem staat. Dit is belangrijk om te voorkomen dat een aanhangwagen gaat wegrijden.
Bij het aankoppelen is het veilig om eerst wiel keggen te plaatsen. Op deze manier kan je aanhangwagen of oplegger bijna niet meer ongewild wegrijden.
Het aankoppelen is een bijzondere verrichting. Je moet hierbij dus al het overige verkeer voor laten gaan.
Om het overige verkeer goed in de gaten te kunnen houden is het van belang om de ramen open te zetten. Vanwege de grote dode hoeken kan het altijd gebeuren dat je iets of iemand over het hoofd ziet. Omstanders kunnen je dan helpen door het geven van een schreeuw of een geluidssignaal. Daarnaast worden altijd de gevaarlichten aangezet om het overige verkeer te waarschuwen dat je met een bijzondere verrichting bezig bent.
Nadat je de aanhangwagen hebt vastgekoppeld stop je de stekker van de aanhangwagen in de stekkerdoos van het trekkend voertuig. Vervolgens controleer je of alle verlichting goed werkt.
Voordat je wegrijdt is het van belang om goed te controleren of de koppeling geborgd zit. Je kunt aan de hand van de pijl op de borgpen zien of de aanhangwagen goed vastzit.
Je kijkt voordat je de aanhangwagen aankoppelt of het trekoog rond is en voldoende met vet is ingesmeerd.
Tevens controleer je of de bouten op de trekkop goed vastzitten. Indien één van deze los zit dient de hele kop vervangen te worden.
Als je wegrijdt moet je eerst even proef remmen. Dit kun je doen door langzaam te rijden en rustig te remmen. Op deze manier voel je of de aanhangwagen geremd is of dat hij juist doorduwt.
In sommige voertuigen is een volgwagen rem aanwezig. Indien de chauffeur deze volgwagen rem indrukt worden de wielen van de aanhangwagen geremd.
Het druklucht remsysteem
Het is van belang dat het druklucht remsysteem dagelijks wordt gecontroleerd. De luchtdrukketels van het druklucht remsysteem moeten dagelijks worden afgetapt. Het kan voorkomen dat er op een bepaald ogenblik meer water moet worden afgetapt dan gebruikelijk is. In dat geval zal waarschijnlijk de filter van de luchtdroger vervangen moeten worden.
Het drukluchtsysteem van een vrachtauto en een aanhangwagen worden gekoppeld door middel van slangen.
De gele slang, die ook wel de commandoleiding genoemd wordt is bedoeld om te remmen. De rode dient er voor om de druk constant te houden. Deze slang zorgt dus eigenlijk voor de voorraad.
Bij vrachtauto’s kan het voorkomen dat er een lekkage zit in de remcilinder. Indien een remcilinder lekt bestaat de kans dat deze open springt en niet meer functioneert. Het zal duidelijk zijn dat dit tot gevaarlijke situaties kan leiden, doordat de vrachtauto een fors deel van zijn remvermogen verliest.
Indien dit gebeurd krijgt de chauffeur een melding doordat er een lampje op het dashboard gaat branden.
Het is dus van belang om deze cilinders regelmatig te controleren. Dit doe je door tijdens het remmen de manometer te controleren. Indien de manometer terugloopt is er sprake van luchtdrukverlies en bestaat er een grote kans dat de remcilinder defect is. Het kan ook voorkomen dat een luchtcompressor defect is.
Deze compressor zorgt voor de opbouw van druk in het remsysteem. Indien deze compressor dus kapot is wordt er geen druk meer opgebouwd.
Een chauffeur kan dit constateren via de luchtdrukmeters. Indien er weinig of geen druk opgebouwd wordt is de luchtcompressor waarschijnlijk defect.
Drukval
Een vrachtautochauffeur die het vermoeden heeft dat het remsysteem lekt kan de drukval controleren.
Deze controle kan op 2 manieren worden uitgevoerd.
A:
Parkeer het voertuig en zet de motor uit
Maak geen gebruik meer van de rem
Na 10 minuten wachten mag de druk in het remsysteem maximaal 0,1 bar zijn gezakt
B:
Breng het remsysteem op normale werkdruk
Zet de motor uit en trap 3 minuten lang het rempedaal in
Indien de werkdruk op de manometer wegzakt is er een lekkage
Fading
Remfading treedt op als de remvoering oververhit raakt. Dit kan gebeuren als een bestuurder de rem te lang vasthoudt of als de rem blijft hangen. Door de hoge temperaturen die hierdoor ontstaan lost het bindmiddel dat deel uitmaakt van de remvoering op.
Het gevolg is dat er een harde glasachtige laag op de voering ontstaat. Deze voering zorgt ervoor dat de wrijvingskracht sterk vermindert.
Doordat er een glasachtige laag ontstaat wordt fading ook wel “het verglazen van de remmen” genoemd.
Om de kans op fading te verkleinen worden vrachtauto’s vaak uitgerust met een motorrem, een hydraulische retarder of een elektrische retarder, ook wel wervelstroom rem genoemd.
Toets 1
Antwoorden 1
a 19. B
C 20. B
B 21. C
A 22. A
B 23. A
C 24. A
C 25. A
A 26. C
C
13. C
14 A
15. C
16. A
17. B
18. c
Toets 2
Antwoorden toets 2
C
C
B
B
A
B
B
B
A
A
A
B
A
C
C