Lezen 3 & nieuwsbericht

Om mee te beginnen...
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Om mee te beginnen...

Slide 1 - Slide

Slaap

Slide 2 - Slide

Noteer alles wat je weet over slaap.

Slide 3 - Open question

Wat zou je over slaap willen weten?

Slide 4 - Open question

Slide 5 - Slide

Aan de slag!
1. Markeer alle onderdelen van het tekstgeraamte. 
2. Onderstreep de woorden waar je de betekenis niet van kent. 
3. Noteer de betekenis van minimaal vijf van deze woorden.
4. Markeer alle signaal- en verwijswoorden. Gebruik de uitleg over signaal- en verwijswoorden uit de Toolbox.
5. Geef van minimaal drie signaalwoorden aan wat het verband is. 
6. Noteer de hoofdgedachte van de tekst. 
7. Wat zou je van deze tekst willen onthouden? 

Slide 6 - Slide

Voor de toets: 
  • Vijf leesstrategieën kennen en weten wanneer je deze toepast.
  •  Signaal- en verwijswoorden (her)kennen en kunnen gebruiken.
  • Grondig een tekst kunnen lezen en vragen erover kunnen beantwoorden.
  • Kunnen bepalen van het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst is.
  • Woordenschat. 

Slide 7 - Slide

Vijf leesstrategieën
  • Voor het lezen
1. Voorspellen
  • Tijdens het lezen
2. Ophelderen
3. Vragen stellen
  • Na het lezen
4. Samenvatten
5. Terugkijken


Slide 8 - Slide

1. Voorspellen 
  • Bepaal je leesdoel: waarom wil of moet je de tekst lezen?
  • Kijk naar het tekstgeraamte: voorspel waar de tekst over gaat.
  • Schrijf je voorkennis op over het onderwerp.
  • Voorspel of het tekstniveau goed is.
  • Bepaal of je de tekst helemaal wilt gaan lezen.

Slide 9 - Slide

2. Ophelderen

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Aan de slag! 
Individueel en in stilte. Daarna in duo's

Opdracht: maak de vragen die bij de tekst 'Effect van slecht lezen kan niet worden onderschat' horen. Ze staan op de achterkant. 

Slide 14 - Slide

Aan de slag!
  • Individueel en in stilte  (10 min) en daarna in duo's (15 min)
  • Vragen? Na stiltewerktijd 
  • Klaar? Haal een nakijkformulier

  • Opdracht: maak opdracht 1 tot en met 3 van jullie favoriete methode 'Nieuwsbegrip'! 

Slide 15 - Slide

Wat zijn de signaalwoorden en tekstverbanden?

  1. Door de droogte zijn de bloemen verwelkt. 
  2. Vroeger vond ik Nederlands leuk. Nu vind ik het wel...
  3. Misschien kom ik negatief over, toch ben ik wel blij! 

Slide 16 - Slide

Aan de slag!
  • Kijk je antwoorden na. 
  • Geef van de gemarkeerde woorden aan wat voor signaalwoord het is of wat het antecedent is.  Schrijf het woord over en noteer het goede antwoord. 

Slide 17 - Slide

Ontleed!
De hoek in de hal van de school is vrolijk versierd. 

pv=
ow= 
gezegde= 

Slide 18 - Slide

Voor de toets: 
  • Vijf leesstrategieën kennen en weten wanneer je deze toepast.
  •  Signaal- en verwijswoorden (her)kennen en kunnen gebruiken.
  • Grondig een tekst kunnen lezen en vragen erover kunnen beantwoorden.
  • Kunnen bepalen van het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst is.
  • Woordenschat. 

Slide 19 - Slide

Aan de slag! 
1. Markeer het tekstgeraamte.
2. Klassikaal deel van de tekst lezen.
3. Zelf grondig lezen.
4. Vul de 'moeilijke woordenlijst' in met behulp van de woordraadstrategieën. 

Slide 20 - Slide

Samen lezen

Slide 21 - Slide

Voor vandaag
  • Toetsstof doornemen 
  • Nabespreking tekst 
  • Extra uitleg en opdracht signaal- en verwijswoorden 

Slide 22 - Slide

De toetsstof
  • Lees goed het document door 
  • Markeer de onderdelen waar je meer mee moet oefenen om met een goed gevoel de toetsweek in te gaan
  • Noteer eventuele vragen
  • Eerder klaar? Neem goed de signaalwoorden en tekstverbanden door 

Slide 23 - Slide

Aan de slag!
  • Kies vijf verschillende tekstverbanden uit. 
  • Kies uit deze verbanden vijf verschillende signaalwoorden. 
  • Maak vijf zinnen waarin je het signaalwoord correct toepast. 

Slide 24 - Slide

Nabespreking tekst 

Slide 25 - Slide

1. Noteer een verwijswoord.
2. Maak een zin met het uitgekozen verwijswoord.
3. Geef aan wat het antecedent is.

Slide 26 - Open question

1. Noteer een signaalwoord.
2. Geef aan wat voor signaal het afgeeft (verband).
3. Schrijf een zin met het signaalwoord.

Slide 27 - Open question

Voor vandaag: 
  • Leren voor de toets
  • Oefenen voor de toets  

Slide 28 - Slide

Aan de slag!
  1. Analyseer het tekstgeraamte: wat zou het onderwerp van de tekst zijn?
  2. Lees de tekst grondig door: wat is de hoofdgedachte?
  3. Beantwoord de sleutelvragen.
  4. Maak opdracht drie. 
  5. Noteer de betekenis van de geel gemarkeerde woorden en schrijf de betekenis ervan op.
  6. Noteer het nummer van de woordraadstrategie die je hebt gebruikt.
  7. Haal twee verwijswoorden uit de tekst en geef aan wat het antecedent is.
  8. Haal twee signaalwoorden uit de tekst en geef aan wat voor signaal het afgeeft. 

Slide 29 - Slide