Prinsjesdag en de Miljardenroulette

Prinsjesdag: Waar gaat het geld naartoe?

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBurgerschapISK

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Prinsjesdag: Waar gaat het geld naartoe?

Gebruik als opening het idee dat Nederland niet oneindig veel geld heeft. Leg kort uit dat deze les gaat over keuzes maken met geld van de overheid.

Dit leer je vandaag

Ik kan uitleggen hoe Nederland geld verdeelt over ministeries.

This item has no instructions

Woordenschat

ministerie - deel van de overheid met een eigen taak

financiën - geld van de overheid

belastingen - geld dat mensen betalen aan de overheid

onderwijs - scholen en leren

zorg - hulp van dokters en ziekenhuizen

veiligheid - bescherming door politie en rechters

leger - soldaten die het land beschermen

This item has no instructions

Wat is Prinsjesdag?

Gebruik de woorden als start. Vraag kort waarom leerlingen dat woord kiezen.

Wat zit er in het koffertje?

A

Kleding

B

Het geldplan

C

Paspoorten

D

Brieven

Goed antwoord: het geldplan. De foute opties passen bij het idee van een echte koffer, maar niet bij Prinsjesdag.

Inkomsten

  • Belasting (loon)

  • Omzetbelasting (producten)

  • Accijnzen en milieuheffingen (brandstof, alcohol)

  • Vennootschapsbelasting (winst van bedrijven)

Uitgaven

  • Zorg

  • Sociale zekerheid (uitkeringen)

  • Onderwijs

  • Veiligheid en Infrastructuur

Houd het simpel: belastingen zijn geld dat mensen en bedrijven betalen aan de overheid.

Wie verdeelt het geld?

  • De minister van Financiën let op het geld.

  • Nederland krijgt geld uit belastingen.

  • Er zijn veel ministeries.

  • Elk ministerie wil geld voor eigen plannen.

Houd het simpel: belastingen zijn geld dat mensen en bedrijven betalen aan de overheid.

Ministeries

Ministerie van Onderwijs

Scholen en boeken


Ministerie van Zorg

Ziekenhuizen en dokters



Ministerie van Arme landen en vluchtelingen

Arme landen en vluchtelingen

Ministerie van Veiligheid

Politie en rechters


Ministerie van het Leger

Vrede en soldaten



Ministerie van Uitkeringen en werk

Uitkeringen en werk

Je kunt kort zeggen dat elk ministerie een eigen taak heeft. Gebruik eventueel herkenbare voorbeelden uit het dagelijks leven.

Vul de goede woorden in

De minister van Financiën let op het geld. Nederland krijgt geld uit belastingen. Er zijn veel ministeries met eigen plannen.

Financiën
belastingen
ministeries
onderwijs
zorg
veiligheid
leger

Herhaal de kernwoorden van slide 3 en 4.

Het spel: De Miljardenroulette

  • Jullie zijn straks een ministerie.

  • Elk ministerie start met 33 miljard euro.

  • Jullie geven redenen voor meer geld.

  • De minister van Financiën kiest.

This item has no instructions

Keuzes maken met geld

Soms kiest de overheid tussen twee dingen.

Bijvoorbeeld schoolboeken of nieuwe tanks.

Niet alles kan tegelijk.

Noem dat politiek vaak gaat over kiezen wat het belangrijkst is voor het land.

Nog een moeilijke keuze

Soms kiest de overheid ook tussen zorg en veiligheid.

Meer geld voor ziekenhuizen kan minder geld voor politie betekenen.

Benadruk dat er niet altijd één goed antwoord is. Het gaat om uitleg en redenen.

Wat kies jij nu?

1

Schoolboeken

2

Nieuwe tanks

This item has no instructions

Wat kies jij nu?

1

Ziekenhuizen

2

Politie

This item has no instructions

Wat gebeurt er bij extra geld?

A) Dan moet een ander ministerie geld inleveren

B) Dan wordt al het geld gratis

C) Dat maakt niks uit

Het goede antwoord is A. Koppel dit terug aan het idee van een vaste begroting.

Het spel: De Miljardenroulette

  • Jullie zijn straks een ministerie.

  • Elk ministerie start met 33 miljard euro.

  • Jullie geven redenen voor meer geld.

  • De minister van Financiën kiest.

This item has no instructions

Woordenschat

ministerie - deel van de overheid met een eigen taak

financiën - geld van de overheid

belastingen - geld dat mensen betalen aan de overheid

onderwijs - scholen en leren

zorg - hulp van dokters en ziekenhuizen

veiligheid - bescherming door politie en rechters

leger - soldaten die het land beschermen

This item has no instructions

Welk ministerie kies jij? Waarom?

Laat leerlingen in één korte zin antwoorden. Goede elementen: keuze voor een ministerie en een simpele reden, zoals hulp, school of veiligheid.

Vul de woorden in

Een ministerie heeft een eigen taak. Zorg helpt zieken mensen. Onderwijs gaat over scholen en leren.

ministerie
Zorg
Onderwijs
veiligheid
leger
belastingen
financiën

Gebruik woorden uit de woordenschat van slide 10.

Wat heb jij vandaag geleerd?

Reflectie op de les. Laat leerlingen één ding noemen dat is blijven hangen.

Welk woord uit de les onthoud jij?

Laat leerlingen één woord kiezen uit de les, zoals zorg, belastingen of ministerie.

Wat hielp jou het best vandaag?

Reflectie op het leren. Mogelijke antwoorden: het spel, de voorbeelden, de woorden, of de keuzes.

Wat vind jij het belangrijkst?

Kies één ministerie.

Leg uit in één zin waarom.

Laat leerlingen een eenvoudig antwoord geven, bijvoorbeeld: 'Ik kies zorg, want zieken mensen hebben hulp nodig.'