Kapitel 3 opfrissen week 11

1 / 15
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Was werden wir machen?
Wiederholen Wörter S. 128 linker helft
                                           S. 129 A Sehen/C Hören  
                            

Überhören Wörter

Wiederholen Grammatik Modalverben

timer
5:00

Slide 2 - Slide

Ziel: de weg vragen/wijzen
         informatie vragen/ geven openbaar vervoer

Weißt du es noch? 
Wortschatz S. 128 linker helft
                       S. 129 A Sehen/ C Hören



Notiere die Wörter in deinem Heft

Slide 3 - Slide

Vertaling

het centrum=    das Zentrum
het schip      =    das Schiff
de hoek         =   die Ecke
het stoplicht=   die Ampel
de rotonde   =   der Kreisverkehr
de plattegrond= der Stadtplan

Slide 4 - Slide

het spoor
afslaan, inslaan
de metro
het vliegveld
instappen
het station
der Bahnhof
abbiegen
einsteigen
der Flughafen
die U=Bahn
das Gleis

Slide 5 - Drag question

Grammatik 

Ziel: Modalverben in de verleden tijd vervoegen

Filmpje Modalverben:


Können   müssen   dürfen   wollen  wissen

Slide 6 - Slide

Hebben müssen, dürfen en können in de verleden tijd ook een Umlaut?
A
ja
B
nee
C
alleen in de personen enkelvoud
D
alleen in de personen meervoud

Slide 7 - Quiz

(können) Gestern ……….. wir leider nicht kommen.

A
können
B
konntet
C
könnten
D
konnten

Slide 8 - Quiz

(wollen) Warum .............. du gestern nicht mitkommen?
A
willst
B
wolltest
C
wollst
D
wollte

Slide 9 - Quiz

(dürfen)Er .............. nicht in die Disko gehen.
A
durfte
B
dürfe
C
durften
D
dürfte

Slide 10 - Quiz

verleden tijd:
(wollen) Ich ______ nach Hause gehen.
A
wollte
B
willte
C
wollt
D
willt

Slide 11 - Quiz

verleden tijd
(dürfen) ______ du in die Disko gehen?
A
dürftest
B
darftest
C
durftest
D
willt

Slide 12 - Quiz

verleden tijd
(wissen) ______ er, dass die letzte Stunde ausfiel?
A
wisste
B
wusste
C
weißte

Slide 13 - Quiz

Verleden tijd - stam
können- konnte
müssen - musste
dürfen - durfte
wollen - wollte
 wissen - wusste

ich         -te
du          -test
er/sie/es -te

wir       -ten
ihr        -tet
sie/Sie -ten
Umlaut verdwijnt in de verleden tijd

Slide 14 - Slide

Wat is je huiswerk?
Leren S. 128/ S. 129 Lernliste ND/DN
S. 130/s. 131 Grammatik/ Sprachmittel

(Af)maken Schrijfdossier 
  • Dit maak je in een word bestand
  • Elke brief komt op een nieuwe bladzijde
  • Elke zin op nieuwe regel. Sla steeds een regel over

Schrijfdossier
Kap. 1 S.41: 44
Kap.2 S. 81: 44
Kap. 3 S. 121: 43
Kap. 4 S. 41: 43

Slide 15 - Slide