SOVA, periode 2, week 4

SOVA, periode 2, week 4
1 / 13
next
Slide 1: Slide
LOBMBOStudiejaar 1

This lesson contains 13 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

SOVA, periode 2, week 4

Slide 1 - Slide

Lesdoelen


Aan het einde van de les:


  • Weet je wat het begrip zelfbeeld inhoudt.
  • Ben jij je iets meer bewust van je eigen zelfbeeld en weet je het verschil tussen een postief en negatief zelfbeeld. 




Slide 2 - Slide

Zelfbeeld

Ontwikkeling zelfbeeld
  • Begint al vroeg
  • Ouders die veel kritiek hebben dragen bij aan een negatief zelfbeeld van hun kinderen

  1. Je bemoeit je ook overal mee;
  2. Jou moet ik ook alles honderd keer zeggen;
  3. wat kun jij zeuren;
  4. Ik krijg de zenuwen van jou.





Slide 3 - Slide

Invloed op jouw zelfbeeld
• je opvoeding,
• je geloof,
• je cultuur,
• je opleiding,
• je vrienden,
• je woonomgeving,
• maar denk ook aan je favoriete muziek, je idolen, reclame, series, vloggers, films, winkels, merken etc. 

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Wat zeg je tegen jezelf als:
Je langs een groepje loopt en ze gaan lachen?

Slide 7 - Slide

Wat zeg je tegen jezelf als:
Je een fout hebt gemaakt?

Slide 8 - Slide

Wat zeg je tegen jouw beste vriend/vriendin als:
Hij/zij langs een groepje loopt en ze gaan lachen?

Slide 9 - Slide

Wat zeg je tegen jouw beste vriend/vriendin als:

Zij een fout heeft gemaakt?

Slide 10 - Slide

Mild versus Streng
Kans is groot, dat je tegen jezelf (veel) strenger bent, dan tegen je vriend of vriendin. Gek eigenlijk he? 

Je motiveert anderen door ze eerlijk en lief toe te spreken en je motiveert jezelf door jezelf (gebeurt vaak) neer te halen. 

Slide 11 - Slide

POSITIEF

Lekker in je vel
Positieve mindset, optimistisch
Glas is half vol
Doelen die je stelt zijn haalbaar
NEGATIEF

Onzeker over je eigen kunnen en je prestaties
Veel twijfelen en denken ‘dat kan ik toch niet’
Glas is half leeg
Denken ‘andere mensen kunnen alles beter’

Slide 12 - Slide

Opdracht 1 
1.   Noem 3 dingen die je leuk vindt aan jezelf
2.  Noem 3 dingen die je graag zou willen leren (bv nieuwe             hobby’s, vaardigheden, een sport of iets muzikaals)
3. Noem 3 dingen die je aan jezelf zou willen veranderen (bv       bepaalde eigenschap, ander kapsel, beter met geld omgaan, liever zijn voor jezelf, etc.

Slide 13 - Slide