7.2 Energie

7.2 energie
We leren:
Hoe kom je aan energie?
Waar ben je energie voor nodig?
Hoeveel energie is nodig?



1 / 40
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

7.2 energie
We leren:
Hoe kom je aan energie?
Waar ben je energie voor nodig?
Hoeveel energie is nodig?



Slide 1 - Slide

Wat weet je nog van 7.1?
Herhaling

Slide 2 - Slide

Al je te veel suiker binnen krijgt dan ...
A
gebeurt er niks
B
blijft de suiker in de bloedbaan
C
wordt suiker als vet opgeslagen

Slide 3 - Quiz

Waar zorgen de voedingsstoffen voor?
Energierijke stoffen
Bouwstoffen
Beschermende stoffen
Energie
Groeien
Beschermen tegen ziektes

Slide 4 - Drag question

Energierijke stoffen
Bouwstoffen
Beschermende stoffen

Koolhydraten 
Vetten
Eiwitten
Mineralen
Vitaminen
Vetten
Water
Mineralen

Slide 5 - Drag question

Zet de voedingsmiddelen op de juiste voedingsstoffen.
Brandstoffen
Koolhydraten en vetten
Bouwstoffen
Eiwitten, vetten, water en mineralen
Beschermende stoffen
Vitaminen en mineralen

Slide 6 - Drag question

Slide 7 - Video

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

In welke van deze 4 situaties verbruik je de meeste energie?
A
Je gaat op een warme dag op de fiets naar school
B
Je gaat op een koude dag op de fiets naar school
C
Je gaat op een warme dag met de bus naar school
D
Je gaat op een koude dag met de bus naar school

Slide 10 - Quiz

De taak van energierijke stoffen is:
A
Voor de groei
B
Om op temperatuur te blijven
C
Om warm te blijven en om te kunnen bewegen

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide

Koolhydraten is een verzamelnaam voor:
A
Suikers en vetten
B
Suikers en zetmeel
C
Suikers, zetmeel en vetten

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

Welke stoffen zijn energierijke stoffen?
A
Suiker, zetmeel en vetten
B
Eiwitten en mineralen
C
Vitaminen en mineralen

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Hoeveel Kj is 1 Kcal?
A
3,5 KJ
B
4,2 KJ
C
2,2 KJ
D
4,8 KJ

Slide 18 - Quiz

Reken om:
1000 cal = .... kcal
A
1
B
100
C
1000
D
0,001

Slide 19 - Quiz


Hoeveel kJ is 4 kcal?
A
34,1
B
1,05
C
16,8
D
0,96

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Video

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

De hoeveelheid energie die iemand nodig heeft is afhankelijk van?
A
Leeftijd, geslacht, voedselkeuze
B
Leeftijd, geslacht, lichaamsgrootte, lichamelijke inspanning

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Slide

Als je te veel suiker binnen krijgt dan ...
A
Gebeurt er niks
B
Blijft de suiker in de bloedbaan
C
Wordt suiker als vet opgeslagen

Slide 26 - Quiz

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Suiker in voedingsmiddelen

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Video

Hoe ontstaat overgewicht?
A
Door te weinig beweging
B
Door te veel beweging
C
Door een goede energiebalans
D
Door een verstoorde energiebalans

Slide 33 - Quiz

Wat kan je doen aan overgewicht?
A
Maaltijden overslaan
B
Ongezond eten
C
Bewegen/sporten
D
Bewegen, sporten en gezond eten

Slide 34 - Quiz

Slide 35 - Video

Welk mineraal maakt je tandglazuur sterker?
A
Ijzer
B
Fluor
C
Calcium
D
Fosfor

Slide 36 - Quiz

Slide 37 - Video

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Huiswerk af in de les van vrijdag
Maken § 7.2
Opdracht 1 t/m 19
(14 en 15 niet)

Slide 40 - Slide