Oefeningen werkwoorden nu/vroeger/voltooid deelwoord

Werkwoorden
1 / 10
next
Slide 1: Slide
Alfabetisering NT2ISK

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Werkwoorden

Slide 1 - Slide

Werkwoorden
Nu
Mara fietst naar school.

Vroeger

Soft Ketchup

+ te / + de
Mara fietste naar school.

voltooid deelwoord

Soft Ketchup

ge- of be- + ik-vorm + -t / -d

Mara is naar school gefietst

Slide 2 - Slide

Hulpwerkwoorden ''hebben'' & ''zijn''
          hebben                                                                                zijn
ik
jij
hij/zij/u
wij
jullie
zij
ik
jij
hij/zij/u
wij
jullie
zij

Slide 3 - Slide

Opdracht: in welke tijd staat de zin?

''Noor eet popcorn tijdens de film.''
A
nu
B
vroeger
C
voltooid deelwoord

Slide 4 - Quiz


''Hij heeft op school gewerkt.''
A
nu
B
vroeger
C
voltooid deelwoord

Slide 5 - Quiz


''Gisteren pakte ik mijn tas.''
A
nu
B
vroeger
C
voltooid deelwoord

Slide 6 - Quiz


''Alex legde iets op de tafel.''
A
nu
B
vroeger
C
voltooid deelwoord

Slide 7 - Quiz


''Mason heeft de dokter gebeld.''
A
nu
B
vroeger
C
voltooid deelwoord

Slide 8 - Quiz


''Ik heb geen feest gevierd.''
A
nu
B
vroeger
C
voltooid deelwoord

Slide 9 - Quiz


''Pak je boek op bladzijde 89.''
A
nu
B
vroeger
C
voltooid deelwoord

Slide 10 - Quiz