Diabetes Mellitus
Diabetes Mellitus
Open de les vanuit de praktijk van Helpende Plus: je ziet cliënten, meet bloedsuiker, signaleert afwijkingen en weet wanneer je hulp inschakelt.
Leerdoelen
Ik kan de basis van diabetes uitleggen
Ik weet wat een normale bloedsuiker is
Ik kan de bloedsuiker controleren
Ik kan passend handelen bij een hypo of hyperglycemie
Ik kan insuline toedienen volgens de richtlijnen (5J's, rouleren)
Ik kan juist handelen met behulp van een bijspuitschema
Ik weet wanneer ik hulp in moet schakelen
Ik vertel wat ik moet rapporteren bij de zorg voor mensen met diabetes
This item has no instructions
Welke drie dingen komen in je op als je diabetes hoort?
Gebruik dit als voorkennis-activatie. Verwachte woorden: bloedsuiker, insuline, prikken, meten, hypo, hyper, voeding, zorgplan, veiligheid.
Leg glucose uit als brandstof voor het lichaam. Houd de uitleg eenvoudig en praktisch, passend bij mbo niveau 2.
Type 1 en type 2
Leefstijl, wat heeft dat te maken met diabetes?
Welk type diabetes zullen jullie het meeste tegenkomen?
Noem kort dat Helpende Plus vooral moet herkennen welke zorg iemand nodig heeft, niet het volledige medische verschil uitdiepen.
Maak de samenvatting compleet
Diabetes is een stofwisselingsziekte waarbij het lichaam glucose in het bloed niet goed regelt. Bij type 1 maakt het lichaam geen insuline. Bij type 2 werkt insuline minder goed of is er te weinig. Daardoor kan de bloedsuiker te hoog of te laag worden.
Alle begrippen komen letterlijk of bijna letterlijk terug uit slides 2-5.
Wat doet insuline in het lichaam?
Maakt bloed aan
Verlaagt koorts
Brengt glucose naar cellen
Meet de bloedsuiker
Toetst de basis uit de slides over diabetes, type 1/2 en waarom bloedsuiker belangrijk is.
Wat heeft dit met diabetes te maken?
This item has no instructions
Wat is een normale bloedsuiker?
This item has no instructions
Jouw rol als Helpende Plus
Observeren: wat zie jij?
Werken volgens protocol en afspraken in het zorgplan
Bloedsuiker meten en uitslag doorgeven of rapporteren
Insuline toedienen als dit binnen jouw bevoegdheid valt
Klachten van hypo of hyperglycemie herkennen
Op tijd een collega, verpleegkundige of arts inschakelen
Benadruk bekwaam en bevoegd handelen. De precieze afspraken verschillen per organisatie en cliëntsituatie.
Observeren en niet alleen de bloedsuiker..
This item has no instructions
This item has no instructions
Signalen van een hypo
Trillen of zweten
Honger
Duizelig of slap
Verward of prikkelbaar
In ernstige gevallen suf of bewusteloos
Benadruk dat gedrag kan veranderen. Studenten moeten niet alleen naar het getal kijken, maar ook naar de persoon.
Handelen bij een hypo
Hypo herkennen → bloedsuiker meten als dat kan → snelwerkende suikers geven als iemand wakker is en veilig kan slikken → doorgeven aan collega verzorgende of verpleegkundige -> na 10 minuten langzaam werkende koolhydraten geven--> opnieuw beoordelen volgens protocol, meestal binnen 1,5 uur weer bloedsuiker controle→ rapporteren en hulp inschakelen als nodig
Noem voorbeelden van snelwerkende suikers, zoals druivensuiker of zoete drank, alleen als dit past bij het lokale protocol.
Wanneer direct hulp bij een hypo?
Bij bewusteloosheid
Bij slikproblemen of verslikgevaar
Als iemand niet wil eten of drinken
Als je twijfelt over wat je moet doen
Zorg dat er direct een collega komt!
Maak expliciet dat een bewusteloze cliënt niets mag eten of drinken. Dan is direct hulp halen of alarm slaan nodig.
Wat is een hyperglycemie?
Een hyperglycemie is een te hoge bloedsuiker
Dit ontstaat vaak minder plotseling dan een hypo
Klachten kunnen eerst mild lijken, maar kan zeer gevaarlijk zijn!
Belangrijk om op tijd te signaleren
Gebruik ook de kortere term hyper als studenten die in de praktijk horen.
Signalen van een hyperglycemie
Veel dorst
Veel plassen
Moe of slaperig
Misselijk
Wazig zien of ziek gevoel
Leg uit dat klachten soms geleidelijk ontstaan en daardoor makkelijker gemist worden dan bij een hypo.
Handelen bij hyperglycemie
Meet of controleer de bloedsuiker volgens afspraak
Observeer klachten en toestand van de cliënt
Meld afwijkende waarde volgens protocol
Laat verdere beoordeling over aan bevoegde collega of arts
Rapporteer wat je hebt gezien en gedaan
Benadruk dat Helpende Plus vooral signaleert, meet en doorgeeft. Zelfstandig medische beslissingen nemen hoort daar meestal niet bij.
Wanneer direct hulp bij hyperglycemie?
Bij sufheid of snelle achteruitgang
Bij braken of ernstige misselijkheid
Bij benauwdheid of verwardheid
Bij zeer hoge waarde volgens protocol
Bij twijfel: altijd overleggen of alarm slaan
Koppel dit aan veiligheid: liever te vroeg overleggen dan te laat, zeker als de cliënt zieker oogt dan normaal.
Bloedsuiker meten
Meten geeft inzicht in de actuele bloedsuiker
Je meet op afgesproken momenten
De uitslag bepaalt vaak de vervolgstap
Werk altijd hygiënisch en volgens protocol
Maak duidelijk dat de meetfrequentie per cliënt verschilt: bijvoorbeeld nuchter, voor de maaltijd of bij klachten.
Benodigdheden bij meten
Bloedglucosemeter
Teststrip
Prikpen met lancet
Handschoenen volgens afspraak
Gaasje of tissue
Rapportagemiddel of dossier
Noem dat materialen gecontroleerd moeten zijn en dat de meter gebruiksklaar moet zijn volgens de instructie van de organisatie.
Stappen bij meten
Handhygiëne, liefst handen wassen met zeep → materiaal klaarleggen → teststrip plaatsen → prikken volgens protocol → bloeddruppel meten → uitslag aflezen → veilig opruimen → rapporteren.
Wat als de uitslag heel afwijkend is?...
Wanneer is de uitslag afwijkend?
Bespreek rustig dat de exacte volgorde van handelingen afhankelijk kan zijn van het type meter. Laat in de praktijkles het lokale protocol leidend zijn.
Na de meting
Vergelijk de uitslag met de afgesproken streefwaarde
Kijk altijd ook naar hoe iemand zich voelt
Rapporteer de uitslag duidelijk
Meld afwijkende waarden volgens afspraak
Neem actie bij signalen van hypo of hyperglycemie
Benadruk dat één cijfer nooit los staat van observatie en afspraken in het zorgplan.
Wat doe je als iemand een hypo heeft?
This item has no instructions
Insuline toedienen
Wat doet insuline?
Insulinepen op de kamer (appartement) of medicatiekast (woongroepen). Voorraad in koelkast.
5 J's, maar ook bloedsuiker controle bij afwijkende waarden
Noem dat er verschillende soorten insuline bestaan, maar houd de focus op veilig toedienen binnen de rol van Helpende Plus.
Injecteren van insuline, aandachtspunten
Spuit minimaal 2,5 cm bij de navel vandaan.
Wissel injectieplaatsen af met een rotatieschema
Kortwerkende insuline (bijv. actrapid) in de buik
Voor injecteren eh wegspuiten
Na injecteren 10 sec. naald in de huid laten
Meer dan 50 EH spuiten?> overleg of je moet splitsen-->
Niet spuiten in rode plekken op de huid, putjes of kuiltjes
of juist dikke, harde bulten.
Leg uit dat dubbel controleren belangrijk is, zeker bij deze risicovolle medicatie.
Let op de namen van insuline (bijv. Novorapid en novomix, lijkt op elkaar, maar is verschillend!)
Bespreek dat de praktische uitvoering, zoals huidplooi of wachttijd, volgens het aangeleerde protocol en materiaal gebeurt.
Maak de tekst over veilig injecteren af
Voor het injecteren controleer je de naam van de cliënt. Daarna controleer je medicijn, dosis en tijdstip. Voor het toedienen van insuline heb je weleen dubbele controle nodig. Als een cliënt dit nog kan mag hij dit doen. Anders kies je een bevoegde collega die dit kan doen. Je kiest een goede injectieplaats en wisselt die steeds af, bijvoorbeeld door een rotatieschema. Bij een kortwerkende insuline kies je altijd de buik. Na het toedienen teken je de insuline af in Medimo.
Sluit aan op slides 11-13: veilig werken, stappen en injectieplaatsen.
Wat past het best bij een hypo?
Veel dorst
Trillen en zweten
Veel plassen
Wazig zien
De afleiders horen bij een hyper of zijn minder specifiek. Correct antwoord komt uit de signalen van hypo.
Wat rapporteer je?
Gemeten bloedsuiker
Tijdstip van meten of toedienen
Klachten en observaties
Welke actie je hebt gedaan
Aan wie je het hebt doorgegeven
Benadruk objectief rapporteren: noteer wat je ziet en meet, zonder eigen interpretaties die niet onderbouwd zijn.
Wanneer vraag je direct hulp bij een hyper?
Bij veel trek
Bij sufheid
Bij lichte dorst
Bij rustig gedrag
Sufheid staat expliciet bij directe hulp; de andere opties zijn niet direct alarmsignalen.
Wanneer trek jij aan de bel bij diabeteszorg?
Bespreek professionele grens: hulp vragen bij snelle achteruitgang, ernstige afwijking van zorgplan/protocol, twijfel, bewustzijnsverandering, slikproblemen, zeer hoge waarde of als de cliënt zieker oogt dan normaal.
Wat heb jij vandaag geleerd?
Reflectievraag zonder goed of fout. Laat studenten concreet noemen wat is blijven hangen, bijvoorbeeld hypo, hyper, meten, insuline of hulp inschakelen.
Welk deel vond jij vandaag het lastigst?
Reflectievraag. Stimuleer eerlijke antwoorden over meten, injecteren, signalen herkennen of bepalen wanneer hulp nodig is.
This item has no instructions