Les 17:
Je cijfers
lezen
Les 17:
Je cijfers
lezen
In deze les leren leerlingen hoe hun cijfers en hun gemiddelde tot stand komen. Kijk vooraf hoe jullie school wegingen en afronding regelt, dan kun je dat er meteen bij vertellen.
Weet jij hoe jouw gemiddelde wordt berekend?
Introductie
Veel brugklassers zien een gemiddelde in Magister of SOMtoday, maar weten niet hoe het tot stand komt. Daardoor schrikken ze soms van een gemiddelde dat lager is dan ze dachten.
Vraag een paar leerlingen of ze weten wat een weging is.
Hoe vaak kijk jij
naar je cijfers?
Elke dag
Een paar keer per week
Alleen als ik een toets terugkrijg
Bijna nooit
Mijn ouders kijken vaker dan ik
Poll
Geen goed of fout antwoord. Het is wel fijn als leerlingen zelf weten hoe ze ervoor staan, en het niet pas van hun ouders horen.
Niet elk cijfer telt even zwaar
Elk cijfer heeft een weging. Een proefwerk telt bijvoorbeeld drie keer, een overhoring één keer.
Een 6 met weging 3 telt dus net zo zwaar als drie keer een 6.
Je gemiddelde is: alle cijfers keer hun weging, gedeeld door alle wegingen samen.
Uitleg
Reken op het bord een voorbeeld voor: een 6 (weging 3) en een 9 (weging 1). Dat is (18 + 9) gedeeld door 4 = 6,75, afgerond 6,8. Zonder weging zou het een 7,5 zijn.
Vertel er ook bij hoe wegingen op jullie school werken, want dat verschilt per school en per vak.
Vier woorden die je moet kennen
Weging
Hoe zwaar een cijfer meetelt. Hoe hoger de weging, hoe belangrijker het cijfer.
Gemiddelde
Het cijfer dat je voor een vak staat, berekend met de wegingen.
Voldoende
Een 5,5 of hoger. Een 5,4 is nog net onvoldoende.
Herkansing
Een toets nog een keer mogen maken. Vraag je docent wat de regels zijn.
Vier begrippen
Klik de kaarten een voor een in. Vul aan wat bij jullie school hoort: hoe wordt er afgerond, en hoeveel herkansingen zijn er per periode?
Je haalt een 8 met weging 1 en een 5 met weging 3.
Wat is je gemiddelde?
6,5
7,3
5,0
5,8
Quiz
Het goede antwoord is D: (8 × 1 + 5 × 3) gedeeld door 4 = 23 gedeeld door 4 = 5,75, afgerond 5,8.
Wie 6,5 kiest, heeft het gemiddelde zonder weging uitgerekend. Bespreek dat het zware cijfer, de 5, het gemiddelde naar beneden trekt.
Reken het zelf uit. Klik op het nummer voor het antwoord.
Lisa haalt een 7,0 (weging 2), een 4,5 (weging 1) en een 6,0 (weging 3).
Omar haalt een 5,5 (weging 1) en een 8,0 (weging 2).
Sem staat een 5,2 met weging 3 in totaal. Er komt nog één toets met weging 3. Welk cijfer heeft hij minstens nodig voor een 5,5?
Zelf rekenen
Laat leerlingen in tweetallen rekenen, met een rekenmachine als dat nodig is. Klik daarna op het nummer om het antwoord te laten zien.
Vraag 3 is een uitdaging voor wie snel klaar is. Laat zien dat je zo ook kunt uitrekenen wat je nodig hebt voor een voldoende.
Afsluiting
Zo gebruik je je cijfers slim
Een cijfer is informatie, geen oordeel over jou
Kijk niet alleen naar het cijfer, maar ook naar je fouten
Vraag je docent wat je beter kunt doen
Bespreek een lastig vak op tijd met je mentor
Vier ook je goede cijfers!
Afsluiting
Benadruk de eerste tip: een onvoldoende zegt iets over hoe je die toets hebt gemaakt, niet over wie je bent.
Sluit af met de vraag: bij welk vak ga jij deze week eens goed naar je cijfers kijken?
In de volgende les leren leerlingen een nette mail schrijven aan een docent.
This item has no instructions