Wijzer in de klas: Les 17 - Je cijfers lezen

Les 17:

Je cijfers

lezen

1 / 9
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMentorlesLessonUpMiddelbare schoolBasisschoolvmbo, mavo, havo, vwoGroep 7,8Leerjaar 1

This lesson contains 9 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Introduction

Leerlingen leren hoe hun cijfers werken: wat een weging is, hoe je een gewogen gemiddelde berekent en wat voldoende en herkansing betekenen. Ze rekenen zelf gemiddelden uit en leren hun cijfers te zien als informatie om van te leren. Les 17 uit serie 3 van Wijzer in de klas, mentorlessen voor de brugklas van ongeveer 15 minuten.

Items in this lesson

Les 17:

Je cijfers

lezen

In deze les leren leerlingen hoe hun cijfers en hun gemiddelde tot stand komen. Kijk vooraf hoe jullie school wegingen en afronding regelt, dan kun je dat er meteen bij vertellen.

Weet jij hoe jouw gemiddelde wordt berekend?

Introductie

Veel brugklassers zien een gemiddelde in Magister of SOMtoday, maar weten niet hoe het tot stand komt. Daardoor schrikken ze soms van een gemiddelde dat lager is dan ze dachten.

Vraag een paar leerlingen of ze weten wat een weging is.

Hoe vaak kijk jij

naar je cijfers?

1

Elke dag

2

Een paar keer per week

3

Alleen als ik een toets terugkrijg

4

Bijna nooit

5

Mijn ouders kijken vaker dan ik

Poll

Geen goed of fout antwoord. Het is wel fijn als leerlingen zelf weten hoe ze ervoor staan, en het niet pas van hun ouders horen.

Niet elk cijfer telt even zwaar

Elk cijfer heeft een weging. Een proefwerk telt bijvoorbeeld drie keer, een overhoring één keer.

Een 6 met weging 3 telt dus net zo zwaar als drie keer een 6.

Je gemiddelde is: alle cijfers keer hun weging, gedeeld door alle wegingen samen.

Uitleg

Reken op het bord een voorbeeld voor: een 6 (weging 3) en een 9 (weging 1). Dat is (18 + 9) gedeeld door 4 = 6,75, afgerond 6,8. Zonder weging zou het een 7,5 zijn.

Vertel er ook bij hoe wegingen op jullie school werken, want dat verschilt per school en per vak.

Vier woorden die je moet kennen

Weging

Hoe zwaar een cijfer meetelt. Hoe hoger de weging, hoe belangrijker het cijfer.

Gemiddelde

Het cijfer dat je voor een vak staat, berekend met de wegingen.

Voldoende

Een 5,5 of hoger. Een 5,4 is nog net onvoldoende.

Herkansing

Een toets nog een keer mogen maken. Vraag je docent wat de regels zijn.

Vier begrippen

Klik de kaarten een voor een in. Vul aan wat bij jullie school hoort: hoe wordt er afgerond, en hoeveel herkansingen zijn er per periode?

Je haalt een 8 met weging 1 en een 5 met weging 3.

Wat is je gemiddelde?

A

6,5

B

7,3

C

5,0

D

5,8

Quiz

Het goede antwoord is D: (8 × 1 + 5 × 3) gedeeld door 4 = 23 gedeeld door 4 = 5,75, afgerond 5,8.

Wie 6,5 kiest, heeft het gemiddelde zonder weging uitgerekend. Bespreek dat het zware cijfer, de 5, het gemiddelde naar beneden trekt.

Reken het zelf uit. Klik op het nummer voor het antwoord.

1

Lisa haalt een 7,0 (weging 2), een 4,5 (weging 1) en een 6,0 (weging 3).

2

Omar haalt een 5,5 (weging 1) en een 8,0 (weging 2).

3

Sem staat een 5,2 met weging 3 in totaal. Er komt nog één toets met weging 3. Welk cijfer heeft hij minstens nodig voor een 5,5?

Zelf rekenen

Laat leerlingen in tweetallen rekenen, met een rekenmachine als dat nodig is. Klik daarna op het nummer om het antwoord te laten zien.

Vraag 3 is een uitdaging voor wie snel klaar is. Laat zien dat je zo ook kunt uitrekenen wat je nodig hebt voor een voldoende.

Afsluiting

Zo gebruik je je cijfers slim

  • Een cijfer is informatie, geen oordeel over jou

  • Kijk niet alleen naar het cijfer, maar ook naar je fouten

  • Vraag je docent wat je beter kunt doen

  • Bespreek een lastig vak op tijd met je mentor

  • Vier ook je goede cijfers!

Afsluiting

Benadruk de eerste tip: een onvoldoende zegt iets over hoe je die toets hebt gemaakt, niet over wie je bent.

Sluit af met de vraag: bij welk vak ga jij deze week eens goed naar je cijfers kijken?

In de volgende les leren leerlingen een nette mail schrijven aan een docent.