Gedrukt jaarverslag 2018. Foto: 1-Byte, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Jaarrekening en verslaggeving
Examenstof bedrijfseconomie vwo
Gedrukt jaarverslag 2018. Foto: 1-Byte, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Jaarrekening en verslaggeving
Examenstof bedrijfseconomie vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: G 32, 32.1, 32.5. Image credit: 1-Byte / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Wat ga je kunnen?
Ik kan de posten van een jaarrekening uitleggen, de waardering van activa en EBIT(DA) toepassen en de relatie tussen financiële en niet-financiële verslaggeving uitleggen.
This item has no instructions
Je overweegt geld te lenen aan een bv of aandelen te kopen. Welke woorden horen bij het lezen van haar jaarrekening?
Verwacht: balans, resultaat, schulden, eigen vermogen, onderpand, reserves, goodwill, octrooi, accountant, duurzaamheid, personeel. Sorteer de woorden naar wie ze zou gebruiken: bank, belegger, investeerder. Syllabus 32: besluitvorming vanuit het perspectief van derden. Rode draad van de les is Meijer Sensortechniek B.V., een verzonnen bv die sensoren maakt (balanstotaal € 1.870.000). Kengetallen komen in een ander onderwerp.
Gedrukt jaarverslag 2018. Foto: 1-Byte, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Jaarverslag, jaarrekening
Het jaarverslag bestaat uit het bestuursverslag, de jaarrekening en de accountantsverklaring.
Het bestuursverslag geeft het verhaal bij de cijfers: strategie, risico's, personeel en milieu.
De jaarrekening is het cijferdeel: de balans en de resultatenrekening.
De accountantsverklaring is het oordeel van een onafhankelijke accountant over de jaarrekening.
Syllabus 32 (begrippen: jaarverslag, bestuursverslag, jaarrekening, accountantsverklaring) en 32.1. Meijer Sensortechniek B.V. is verzonnen en blijft de rode draad. De accountantsverklaring blijft hier bewust bij de naam en de functie: de rol van de accountant is in de nieuwe syllabus niet apart onderdeel van de stof. Veelgemaakte fout: jaarverslag en jaarrekening als hetzelfde zien; de jaarrekening is een onderdeel van het jaarverslag. Image credit: 1-Byte / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Reageerbuizen in een laboratorium. Foto: J.N. Eskra, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa hebben geen fysieke vorm, maar geven jarenlang opbrengsten.
Van de kosten van onderzoek en ontwikkeling mag alleen het ontwikkeldeel hier staan, als het waarschijnlijk later opbrengt.
Octrooien (patenten) geven het exclusieve recht om een uitvinding te gebruiken of te verkopen.
Meijer Sensortechniek: ontwikkelkosten € 120.000 en octrooien € 80.000.
Syllabus 32.1: immateriële vaste activa, kosten van onderzoek en ontwikkeling, octrooien/patenten. De wet (art. 2:365 BW) noemt alleen kosten van ontwikkeling als post; onderzoekskosten zijn altijd kosten van het jaar. Ontwikkelkosten mogen op de balans als ze waarschijnlijk toekomstige opbrengsten geven; de bv houdt dan een even grote wettelijke reserve aan (dat laten we hier weg). Een octrooi is een recht en daarom immaterieel. Veelgemaakte fout: denken dat 'vast' betekent dat je het kunt aanraken. Image credit: J.N. Eskra / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Streekbus naar Breskens, 2023. Foto: Smiley.toerist, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Vergunningen en goodwill
Vergunningen en concessies geven het recht om een activiteit uit te voeren, zoals een buslijn.
Goodwill ontstaat bij een overname: de koopsom ligt boven bezittingen min schulden.
Meijer kocht een bv voor € 900.000; bezittingen min schulden € 750.000: goodwill € 150.000.
Immateriële vaste activa worden over hun gebruiksduur afgeschreven.
Syllabus 32.1: vergunningen/concessies, goodwill. Uitwerking: goodwill = koopsom min (bezittingen min schulden) = € 900.000 min € 750.000 = € 150.000. Goodwill staat alleen op de balans van de koper bij een overname; het is de betaalde meerprijs voor klantenkring, naam en verwachte opbrengsten. Meijer: ontwikkelkosten 120.000, octrooien 80.000 en goodwill 150.000 samen € 350.000 immateriële vaste activa. Veelgemaakte fout: de koopsom zelf goodwill noemen. Image credit: Smiley.toerist / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Vul in
Een octrooi geeft het exclusieve recht op een uitvinding. Bij een overname kan goodwill ontstaan, een voorbeeld van immateriële vaste activa.
Syllabus 32.1. Octrooi geeft een exclusief recht, goodwill ontstaat bij een overname, beide zijn immaterieel. Verwachte fout: 'materiële' kiezen omdat het om waardevolle bezittingen gaat.
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Overige activa
Materiële vaste activa kun je aanraken en gebruik je jarenlang: bedrijfspand € 600.000 en machines € 250.000.
Financiële vaste activa: deelnemingen (belang in een andere onderneming) en uitgeleende langlopende leningen.
Meijer: deelneming € 100.000 en langlopende lening € 50.000; alle vaste activa samen € 1.350.000.
Vlottende activa: voorraad, debiteuren, effecten, overlopende posten, te vorderen btw en liquide middelen.
Meijer: vlottende activa samen € 520.000; totaal activa € 1.870.000 (vast € 1.350.000 plus vlottend).
Syllabus 32.1: materiële en financiële vaste activa (deelnemingen, langlopende leningen), vlottende activa (voorraad, debiteuren, effecten, overlopende posten, liquide middelen, te vorderen btw). Uitwerking vaste activa: 350.000 + 850.000 + 150.000 = 1.350.000. Vlottend: voorraad 200.000 + debiteuren 140.000 + effecten 60.000 + overlopende posten 30.000 + te vorderen btw 20.000 + liquide middelen 70.000 = 520.000. Totaal 1.870.000. Het verschil tussen een deelneming en effecten is de bedoeling: een deelneming houd je jarenlang aan, effecten koop je om op korte termijn te verkopen. Veelgemaakte fout: alle aandelen die een bv bezit bij de vlottende activa zetten.
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Eigen vermogen en reserves
Bij een eenmanszaak staat het eigen vermogen van de eigenaar, bij een vof het vermogen van elke firmant.
Bij bv en nv: aandelenkapitaal, reserves en het resultaat van het lopende boekjaar.
Agioreserve: wat aandeelhouders bij uitgifte betaalden boven de nominale waarde. Algemene reserve: ingehouden resultaten.
Herwaarderingsreserve: de opwaardering van een activum naar de actuele waarde, nog niet via het resultaat verdiend.
Meijer: aandelenkapitaal 300, agio 100, herwaarderingsreserve 150, algemene reserve 280, resultaat 120 (x € 1.000): € 950.000.
Syllabus 32.1: eigen vermogen bij eenmanszaak, vof, bv en nv; algemene reserve, herwaarderingsreserve, agioreserve. Uitwerking: 300.000 + 100.000 + 150.000 + 280.000 + 120.000 = 950.000. Het resultaat lopend boekjaar komt uit de resultatenrekening en wordt later vaak toegevoegd aan de algemene reserve of uitgekeerd (zie resultaatverdeling in een ander onderwerp). Veelgemaakte fout: reserves zien als geld op de bank; ze zijn een herkomst van het vermogen, het geld zelf zit in de activa.
Vliegtuigonderhoud, Teuge. Foto: Peter F.A. van de Noort, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Voorzieningen
Een voorziening dekt kosten of verplichtingen die waarschijnlijk komen, maar nog niet vaststaan.
Soorten: onderhoudsvoorziening, garantievoorziening en pensioenvoorziening.
Ze staan apart op de balans. Meijer: garantievoorziening € 40.000, onderhoudsvoorziening € 30.000.
Geen reserve: een voorziening is bedoeld voor een verwachte uitgave, niet voor aandeelhouders.
Syllabus 32.1: voorzieningen (onderhouds-, garantie-, pensioenvoorziening). Uitwerking: 40.000 + 30.000 = 70.000. Het verschil met een schuld: bij een voorziening staat nog niet vast aan wie je betaalt of hoeveel precies. Het verschil met een reserve: een reserve is eigen vermogen, een voorziening niet. Veelgemaakte fout: voorzieningen bij het eigen vermogen zetten. Image credit: Peter F.A. van de Noort / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Lang en kort vreemd vermogen
Lang vreemd vermogen blijft langer dan een jaar: hypothecaire lening, onderhandse lening, obligatielening.
Een converteerbare obligatie kan later worden omgewisseld in aandelen.
Kort vreemd vermogen moet binnen een jaar terug: crediteuren, rekening-courantkrediet, overlopende posten, te betalen btw.
Meijer: hypotheek € 350.000 en obligatielening € 150.000 is € 500.000 lang; kort vreemd vermogen € 350.000.
Totaal passiva: € 950.000 + € 70.000 + € 500.000 + € 350.000 = € 1.870.000, gelijk aan de activa.
Syllabus 32.1: lang vreemd vermogen (hypothecaire lening, onderhandse lening, obligatielening, converteerbare obligaties), kort vreemd vermogen (crediteuren, rekening-courantkrediet, overlopende posten, te betalen btw). Uitwerking kort: crediteuren 190.000 + rekening-courantkrediet 80.000 + overlopende posten 50.000 + te betalen btw 30.000 = 350.000. Totaal passiva: eigen vermogen 950.000 + voorzieningen 70.000 + lang 500.000 + kort 350.000 = 1.870.000. In de praktijk staat meestal één van beide btw-posten op de balans; bij Meijer staan ze er voor de oefening allebei op, zodat alle posten aan bod komen. Veelgemaakte fout: rekening-courantkrediet bij de liquide middelen zetten.
Meijer verwacht volgend jaar € 40.000 aan garantieclaims van onbekende klanten. Welke post?
Garantievoorziening, apart op de balans
Crediteuren, bij het kort vreemd vermogen
Algemene reserve, bij het eigen vermogen
Overlopende posten, bij de vlottende activa
Syllabus 32.1. De kosten komen waarschijnlijk, maar het bedrag en de ontvanger staan nog niet vast: een voorziening. Verwachte fout: crediteuren kiezen, omdat het om een verplichting gaat; crediteuren zijn leveranciers aan wie je al een bekend bedrag verschuldigd bent.
Containerkranen in Bremerhaven. Foto: H. Zell, CC BY-SA 3.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Waardering en afschrijving
Boekwaarde = aanschafwaarde min afschrijvingen; actuele waarde is wat het nu waard is.
Herwaardering: activum omhoog naar actuele waarde, verschil in de herwaarderingsreserve.
Bij herwaardering verandert het resultaat niet: het verschil gaat direct naar het eigen vermogen.
Afwaardering: boekwaarde omlaag naar een lagere actuele waarde; de daling is een kostenpost.
Syllabus 32.1 (waardering en afschrijving: actuele waarde, herwaardering en afwaardering). Meijer: het pand is gekocht voor € 450.000 en heeft nu een actuele waarde van € 600.000; de herwaardering van € 150.000 staat in de herwaarderingsreserve, het pand staat voor € 600.000 op de balans. Latente belasting laten we weg. Bij afwaardering is de daling een kost in de resultatenrekening, tenzij er nog een herwaarderingsreserve voor dat activum bestaat; dat laten we hier buiten beschouwing. Veelgemaakte fout: denken dat een herwaardering het resultaat van dit jaar verhoogt. Image credit: H. Zell / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
EBITDA, EBIT en resultaat
EBITDA = omzet min inkoop-, personeels- en overige kosten: resultaat vóór interest, belasting en afschrijvingen.
EBIT = EBITDA min afschrijvingen: het bedrijfsresultaat vóór interest en belasting.
Resultaat = EBIT min interest (belasting laten we hier weg). Het staat bij het eigen vermogen als resultaat lopend boekjaar.
Meijer: omzet € 2.400.000, EBITDA € 320.000, afschrijvingen € 160.000, EBIT € 160.000, interest € 40.000, resultaat € 120.000.
EBITDA toont wat de bedrijfsactiviteiten opleveren, los van afschrijvingsbeleid en manier van financieren.
Syllabus 32.1 (resultatenrekening: omzet, kosten, resultaat, EBIT(DA)). Uitwerking: kosten van inkoop 900.000 + personeel 800.000 + overig 380.000 = 2.080.000; EBITDA = 2.400.000 min 2.080.000 = 320.000; EBIT = 320.000 min 160.000 = 160.000; resultaat = 160.000 min 40.000 = 120.000. In het examen heet het resultaat 'resultaat'; winst is een synoniem. Zonder belasting is resultaat voor belasting gelijk aan resultaat. Veelgemaakte fout: EBIT en EBITDA verwisselen, of de interest vóór EBIT aftrekken.
Een bv waardeert een pand van € 300.000 op naar de actuele waarde van € 380.000. Wat verandert er?
Resultaat € 80.000 hoger, reserves gelijk
Algemene reserve en resultaat elk € 80.000 hoger
Herwaarderingsreserve € 80.000 hoger, resultaat gelijk
Voorziening € 80.000 hoger, resultaat gelijk
Syllabus 32.1. Pand € 380.000 (+ € 80.000), herwaarderingsreserve + € 80.000. Het resultaat verandert niet, omdat de waarde nog niet is verdiend door verkoop. Verwachte fout: de stijging als resultaat boeken.
Vul in
Van EBITDA gaan eerst de afschrijvingen af; wat overblijft is EBIT. Na aftrek van de interest blijft het resultaat over (zonder belasting).
Syllabus 32.1. Verwachte fout: de interest eerst aftrekken en dan de afschrijvingen, of omzet kiezen als beginpunt.
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Lezen als belegger of bank
Stakeholders (belanghebbenden) lezen de jaarrekening elk met een eigen vraag.
Bank: hoe groot is het vreemd vermogen en welk pand of ander activum dient als onderpand?
Belegger: welk resultaat maakt de bv en blijft er genoeg in de reserves voor groei?
Investeerder: hoeveel zijn octrooien, ontwikkelkosten en goodwill waard voor toekomstige opbrengsten?
Eén post zegt weinig: je leest balans, resultatenrekening en verslag samen. Kengetallen komen in een ander onderwerp.
Syllabus 32 (tot besluitvorming komen vanuit het perspectief van derden: beleggers, banken, investeerders), 32.1, begrippen stakeholders en belanghebbenden. Laat leerlingen bij Meijer een besluit onderbouwen: een bank kijkt naar de hypothecaire lening van € 350.000 tegenover een pand van € 600.000; een investeerder naar de immateriële vaste activa van € 350.000. Hier nog geen kengetallen berekenen. Veelgemaakte fout: één post uit de balans losstaand beoordelen.
Zonnepark in aanbouw, Den Helder. Foto: Lars van der Heide, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Niet-financieel verslag
Financiële verslaggeving telt euro's; niet-financiële gaat over mensen, klanten en milieu.
Het sociaal jaarverslag behandelt personeel: verloop, ziekteverzuim, diversiteit en inclusie.
Het duurzaamheids- of MVO-jaarverslag gaat over milieu en maatschappij, zoals energie.
Verband: verloop, klanttevredenheid en energiegebruik werken door in latere omzet en kosten.
Syllabus 32.5 (de relatie tussen financiële en niet-financiële verslaggeving uitleggen; begrippen sociaal jaarverslag, duurzaamheid jaarverslag, MVO jaarverslag). Financiële cijfers zeggen wat er is gebeurd, niet-financiële informatie geeft context en een voorspelling: een hoog personeelsverloop betekent hogere wervingskosten, een tevreden klantenkring stabielere omzet. Veelgemaakte fout: niet-financiële verslaggeving als bijzaak zien zonder gevolgen voor de cijfers. Image credit: Lars van der Heide / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Korrels gerecycled plastic, 2021. Foto: PSF Certificaat, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Social accounting
Social accounting is verantwoording afleggen over wat een bedrijf voor mens en milieu betekent.
Thema's: verduurzaming, circulariteit en diversiteit en inclusie.
Meijer meldt: 40% gerecycled materiaal in de behuizing (vorig jaar 25%) en verloop van 9% (was 14%).
Banken en beleggers gebruiken zulke cijfers naast de jaarrekening om risico's en kansen te zien.
Syllabus 32.5 en begrippen social accounting (verduurzaming, circulariteit, diversiteit en inclusie). De percentages van Meijer zijn verzonnen. Link naar financiering: duurzaamheid kan ook een voorwaarde zijn die vermogensverschaffers stellen (zie het onderwerp financieringsmogelijkheden en vermogensmarkt). Veelgemaakte fout: social accounting zien als reclame; het is verantwoording met meetbare gegevens. Image credit: PSF Certificaat / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een bank leest dat de bv jarenlang veel personeel verliest. Wat is het meest verwachte gevolg voor de cijfers?
Direct een hogere herwaarderingsreserve
Meer goodwill op de balans
Hogere werving- en inwerkkosten, later minder resultaat
Een hogere omzet door lagere personeelskosten
Syllabus 32.5. Niet-financiële gegevens zoals personeelsverloop werken door in toekomstige kosten en dus in het resultaat. Verwachte fout: denken dat minder personeel automatisch meer resultaat oplevert.
Welk onderdeel vond je het lastigst?
Immateriële vaste activa en goodwill
Reserves en voorzieningen
Waardering, EBITDA en EBIT
Financiële en niet-financiële verslaggeving
Gebruik de uitslag om de training te richten. Bij reserves en voorzieningen: laat zien dat een voorziening bij een verwachte uitgave hoort en een reserve bij het eigen vermogen.
Kies een post van Meijer: wat leest een bank eruit?
Een goed antwoord kiest een post (bijvoorbeeld het bedrijfspand of de hypothecaire lening) en koppelt die aan een besluit van de bank, zoals onderpand of risico. Verwachte fout: alleen de post noemen zonder uitleg.
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Begrippen (1/2)
jaarverslag: Bestuursverslag, jaarrekening en accountantsverklaring samen.
immateriële vaste activa: Bezittingen zonder fysieke vorm: onderzoek en ontwikkeling, vergunningen, octrooien, goodwill.
goodwill: Koopsom bij een overname boven de waarde van bezittingen min schulden.
deelneming: Belang in een andere onderneming dat je langere tijd aanhoudt; financiële vaste activa.
voorziening: Bedrag voor kosten of verplichtingen die waarschijnlijk komen, maar nog niet vaststaan.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Begrippen (2/2)
herwaarderingsreserve: Deel van het eigen vermogen: opwaardering van een activum naar de actuele waarde.
herwaardering en afwaardering: Boekwaarde omhoog of omlaag naar de actuele waarde.
EBITDA en EBIT: Resultaat vóór interest, belasting en afschrijvingen; EBIT is na afschrijvingen.
stakeholders: Belanghebbenden zoals beleggers, banken en investeerders die de jaarrekening lezen.
social accounting: Verantwoording over verduurzaming, circulariteit en diversiteit en inclusie.
This item has no instructions