Gedrukt jaarverslag 2018. Foto: 1-Byte, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Quiz
Terugblik: Jaarrekening en verslaggeving
Gedrukt jaarverslag 2018. Foto: 1-Byte, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Quiz
Terugblik: Jaarrekening en verslaggeving
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: 1-Byte / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een nv leent € 2 miljoen van beleggers voor tien jaar. Zij mogen hun stukken later omwisselen in aandelen. Welke post?
Aandelenkapitaal, bij het eigen vermogen
Converteerbare obligaties, bij het lang vreemd vermogen
Agioreserve, bij het eigen vermogen
Onderhandse lening, bij het lang vreemd vermogen
Syllabus 32.1 (lang vreemd vermogen: converteerbare obligaties). Zolang de beleggers niet omwisselen, is het geleend geld voor tien jaar: lang vreemd vermogen. Pas bij omwisselen wordt het aandelenkapitaal. Verwachte fout: aandelenkapitaal kiezen omdat de stukken aandelen kunnen worden.
Een bv leent € 50.000 uit aan een afnemer, terug te betalen over vijf jaar. Welke post?
Debiteuren, bij de vlottende activa
Lang vreemd vermogen, bij de passiva
Crediteuren, bij het kort vreemd vermogen
Langlopende lening, bij de financiële vaste activa
Syllabus 32.1. De bv heeft een vordering voor vijf jaar: financiële vaste activa. Verwachte fout: debiteuren kiezen (maar dat zijn klanten die voor geleverde producten nog moeten betalen), of het lang vreemd vermogen, maar dat is geld dat de bv zelf heeft geleend.
Welke omschrijving past bij een voorziening?
Bedrag voor verwachte kosten met een onzekere omvang
Lening van de bank die langer dan een jaar loopt
Resultaat van eerdere jaren dat is ingehouden
Bedrag dat klanten nog moeten betalen
Syllabus 32.1. Voorzieningen: onderhouds-, garantie-, pensioenvoorziening. De fout 'ingehouden resultaat' is de reserve; 'klanten moeten nog betalen' zijn debiteuren.
Een nv heeft aandelenkapitaal € 200.000, agio € 40.000, algemene reserve € 130.000, herwaarderingsreserve € 60.000, resultaat € 70.000. Eigen vermogen?
€ 440.000
€ 460.000
€ 500.000
€ 570.000
Syllabus 32.1. 200.000 + 40.000 + 130.000 + 60.000 + 70.000 = 500.000. Nagerekend: 200 + 40 = 240; 240 + 130 = 370; 370 + 60 = 430; 430 + 70 = 500. € 440.000 laat de herwaarderingsreserve weg, € 460.000 het agio, € 570.000 telt het resultaat dubbel.
Zet op volgorde, van boven naar onder
Syllabus 32.1. Omzet min kosten is EBITDA, min afschrijvingen is EBIT, min interest is het resultaat (zonder belasting).
Waarom is goodwill een onzeker onderpand?
Syllabus 32.1. Een goed antwoord: goodwill heeft geen fysieke vorm en zijn waarde hangt af van het bedrijf zelf; gaat het bedrijf failliet, dan is de goodwill vaak weinig of niets meer waard. Verwachte fout: zeggen dat goodwill te weinig waard is, zonder de afhankelijkheid van het bedrijf te noemen.
Een bv betaalt € 1.200.000 om vijftien jaar lang buslijnen te mogen exploiteren. Welke post?
Bus, bij de materiële vaste activa
Deelneming, bij de financiële vaste activa
Concessie, bij de immateriële vaste activa
Overlopende posten, bij de vlottende activa
Syllabus 32.1. Een concessie is een recht en dus immaterieel; het geeft jarenlang opbrengsten. Verwachte fout: materiële vaste activa kiezen omdat er bussen rijden; de bussen zelf zijn materieel, het recht niet.
Een bv meldt dat het aandeel gerecycled materiaal in haar producten is verdubbeld. Welk begrip past?
Circulariteit, een thema van social accounting
Goodwill, een thema van de balans
Herwaardering, een thema van waardering
Diversiteit en inclusie, een thema van social accounting
Syllabus 32.5. Gerecycled materiaal gaat over circulariteit, een thema van social accounting naast verduurzaming en diversiteit en inclusie. Verwachte fout: diversiteit en inclusie kiezen omdat het ook een thema van social accounting is.
Passiva € 750.000: aandelenkapitaal 150, agio 30, algemene reserve 200, voorzieningen 40, lang vreemd 180, kort vreemd 110 (x € 1.000). Resultaat boekjaar?
€ 80.000
€ 420.000
€ 110.000
€ 40.000
Syllabus 32.1. Eigen vermogen = 750.000 min 40.000 min 180.000 min 110.000 = 420.000. Resultaat = 420.000 min 150.000 min 30.000 min 200.000 = 40.000. Nagerekend via de som: 150 + 30 + 200 + 40 = 420. € 80.000 vergeet de voorzieningen, € 420.000 is het hele eigen vermogen.
Bij welke rechtsvorm staat het eigen vermogen op de balans als vermogen per firmant?
Bij de eenmanszaak
Bij de vof
Bij de bv
Bij de nv
Syllabus 32.1 (begrippen: eigen vermogen bij eenmanszaak, vermogen firmant bij vof, aandelenkapitaal en reserves bij bv en nv). Verwachte fout: eenmanszaak kiezen omdat ook daar het vermogen van de eigenaar staat; die heeft maar één eigenaar.
Een belegger ziet EBITDA € 700.000 en resultaat € 150.000. Wat verklaart het verschil?
Afschrijvingen en interest zijn nog afgetrokken
De omzet is er nog niet in verwerkt
De reserves zijn afgetrokken van het resultaat
De voorzieningen zijn van het resultaat afgetrokken
Syllabus 32.1. EBITDA is het resultaat vóór interest, belasting en afschrijvingen; tot het resultaat gaan afschrijvingen, interest (en belasting) er nog af. Verwachte fout: reserves zien als kostenpost.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF · VERSLAGGEVING · JAARREKENING
Goed gedaan!
Je kunt nu een eenvoudige jaarrekening lezen als bank, belegger of investeerder: van balanspost tot EBIT en van cijfers tot niet-financiële verslaggeving. Zoek de posten die je fout had op in les 1.
This item has no instructions