Methodiek2, P4

Methodiek 2

Samenvatting Periode 4

1 / 33
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Methodiek 2

Samenvatting Periode 4

Wat is belangrijk bij contextuele observatie?

A

De omgeving van de cliënt

B

Het slaapritme van de cliënt

C

De gezondheid van de cliënt

D

Het geld van de cliënt

Wat is een behoefte?

A

Iets dat je graag wilt

B

Iets dat je droomt

C

Iets dat je nodig hebt

D

Iets dat je wenst

Wat houdt de piramide van Maslow in?

Noem een basisbehoefte van de mens

Waar gebruik je de PES formule voor?

A

Om de cliënt beter te leren kennen

B

Om het gesprek aan te gaan

C

Om de behoefte van de cliënt te weten

D

Om een hulpvraag te ontdekken

Welke doel is SMART geformuleerd?

A

In december heb ik mijn rijbewijs gehaald

B

Ik wil 5 kilo afvallen

C

In oktober ga ik meer sporten

D

Vanaf nu ga ik beter mijn best doen

Welke doel is SMART geformuleerd

A

Ik ga zo snel mogelijk mijn diploma halen

B

In oktober wil ik een leuke stage gelopen hebben

C

Eind periode 3 heb ik alle vakken minimaal een 6 gehaald

D

Ik wil de doelgroep beter leren kennen

Wat is jouw SMART doel?

Wat is het halo effect?

Wat is van invloed op jouw manier van begeleiden?

A

Hoe je bent opgeleid

B

Hoe jij je voelt

C

Het weer

D

De beginsituatie

Wat houdt coaching in?

Wat betekent het als een cliënt bekwaam en gemotiveerd is?

A

Dat hij iets niet kan en wilt

B

Dat hij iets niet kan en niet wilt

C

Dat hij iets kan en wilt

D

Dat hij iets kan en niet wilt

Wat betekent het als een cliënt onbekwaam en ongemotiveerd is?

A

Dat hij iets kan en wilt

B

Dat hij iets kan en niet wilt

C

Dat hij iets niet kan en wilt

D

Dat hij iets niet kan en niet wilt

Wat houdt product evaluatie in?

Waar staat PDCA voor?

A

Plan, Do, Check, Act

B

Plan, Do, Coach, Act

C

Plan, Denk, Check, Act

D

Plan, Denk, Coach, Act

Noem een stap in de Plan fase

Wat is de meerwaarde van evalueren?

Wat is een aandachtsgebied om te evalueren?

A

Medicatie

B

Persoonlijke zorg

C

Financiën

D

Slaapritme

Tijdens het evalueren check je of;

A

De cliënt tevreden is

B

Jouw BPV begeleider tevreden is

C

Jij tevreden bent

D

Jouw collega's tevreden zijn

Tijdens het evalueren check je ook of;

A

Het resultaat behaald is

B

Je er nog zin in hebt

C

Je het leuk vond

D

De juist acties zijn ingezet

Wat is het verschil tussen een proces en het product?

Wat rapporteer je?

A

Hoe er gewerkt is aan doelen

B

Wat je denkt

C

Observaties

D

Hoe jij je voelt

De cliënt heeft recht op inzage in zijn dossier

1

Waar

2

Niet waar

Een incident hoef je niet altijd te melden

1

Waar

2

Niet waar

Wat rapporteer je?

A

De cliënt voelt zich goed

B

De cliënt heeft hard gewerkt

C

De cliënt gaf aan dat hij....

D

De cliënt maakte een vrolijke indruk op mij

Een rapportage is subjectief

1

Waar

2

Niet waar

Schrijf een korte rapportage over jouw cliënt.

Hoe vond je de lessen Methodiek?

A

Fantastisch!

B

Geweldig!

C

Super!

D

Grandioos!

Hoe vond je de lessen Methodiek?

Wat had je nog graag willen leren bij Methodiek?

Feedback voor de docent Methodiek

Heb je zin in de vakantie?

1

Ja

2

Nee