W4 L1: Rechten

Herhaling
Zonder reader, zonder aantekeningen
B: Noem de implicatie van Hobbes natuurtoestand voor het maatschappelijk contract.
A: Leg uit wat de mensbeelden zijn van Hobbes, Rousseau en Locke.
C: Leg met een voorbeeld uit wat Aristoteles bedoelt met een 'deugd'.
1 / 25
next
Slide 1: Slide
FilosofieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 25 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Herhaling
Zonder reader, zonder aantekeningen
B: Noem de implicatie van Hobbes natuurtoestand voor het maatschappelijk contract.
A: Leg uit wat de mensbeelden zijn van Hobbes, Rousseau en Locke.
C: Leg met een voorbeeld uit wat Aristoteles bedoelt met een 'deugd'.

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

  1. Herhaling
  2. Uitleg: Natuurrechten en positieve rechten
  3. Uitleg: positieve en negatieve vrijheid
  4. Aan de slag
Programma

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Oefentoets bespreken
Programma

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

3. Ik kan de relatie tussen vrijheid en rechten uitleggen en de belangrijke begrippen van dit onderwerp uitleggen, toepassen en beoordelen.
Dat betekent:
• Ik kan het onderscheid tussen positieve rechten en natuurrechten uitleggen en toepassen.
• Ik kan het onderscheid tussen positieve vrijheid en negatieve vrijheid uitleggen, toepassen en beoordelen.
• ik kan uitleggen hoe de vrijheid van één persoon de vrijheid van een ander kan inperken.
Leerdoelen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Geef je mening over de volgende stellingen. Onderbouw je antwoord:

  1. Iemand die niet werkt moet voldoende geld krijgen om een huis en eten te kunnen betalen.
  2. Iemand die in de gevangenis zit voor moord mag niet meer stemmen bij de verkiezingen.
  3. De overheid moet zorgen voor eten en een dak, ook voor mensen die geen Nederlandse identiteit hebben.
  4. Iedereen die in Nederland woont moet naar een sportclub kunnen gaan. Ook als ze dat zelf niet kunnen betalen.
Ik kan het onderscheid tussen positieve rechten en natuurrechten uitleggen en toepassen.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Een recht: Een recht betekent dat je iets moet krijgen, of dat iets niet met je gedaan mag worden.

Waarom hebben we rechten?
Ik kan het onderscheid tussen positieve rechten en natuurrechten uitleggen en toepassen.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Een recht: Een recht betekent dat je iets moet krijgen, of dat iets niet met je gedaan mag worden.

Waarom hebben we rechten?
Ik kan het onderscheid tussen positieve rechten en natuurrechten uitleggen en toepassen.

Van God
Omdat we een mens zijn
Omdat we Nederlander zijn

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Een recht: Een recht betekent dat je iets moet krijgen, of dat iets niet met je gedaan mag worden.

Natuurrecht: Een recht dat iemand heeft omdat ze bestaan, en om geen andere reden.

Positief recht: Een recht dat iemand heeft omdat ze bij een bepaalde groep horen of het recht hebben verdient.
Ik kan het onderscheid tussen positieve rechten en natuurrechten uitleggen en toepassen.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Natuurrecht: Een recht dat van nature gegeven is, en dat mensen altijd hebben, los van tijd en plaats
Positief recht en Natuurrecht
John Locke
Immanuel Kant

Slide 9 - Slide

-Je hebt het los van wie of waar je bent. (je hoeft het niet te verdienen.
-Kan niet worden afgepakt.
-Er is discussie over of het bestaat.
Aan de slag
Natuurrecht: Een recht dat van nature gegeven is, en dat mensen altijd hebben, los van tijd en plaats
Positief recht en Natuurrecht
  • Elk mens heeft het natuurrecht
  • Je kan het niet (zomaar) verliezen
  • Niet elke filosoof denkt dat natuurrechten bestaan. 

Slide 10 - Slide

-Je hebt het los van wie of waar je bent. (je hoeft het niet te verdienen.
-Kan niet worden afgepakt.
-Er is discussie over of het bestaat.
Aan de slag
Natuurrecht: Een recht dat van nature gegeven is, en dat mensen altijd hebben, los van tijd en plaats
Positief recht en Natuurrecht
Voorbeelden:
  • Recht op bezit
  • Recht op vrijheid
  • Recht op leven
  • Recht op onderwijs

Slide 11 - Slide

-Je hebt het los van wie of waar je bent. (je hoeft het niet te verdienen.
-Kan niet worden afgepakt.
-Er is discussie over of het bestaat.
Aan de slag
Natuurrecht: Een recht dat van nature gegeven is, en dat mensen altijd hebben, los van tijd en plaats
Positief recht en Natuurrecht
John Locke
"Alle mensen zijn geschapen door God. Omdat God perfect is hebben alle mensen recht op leven, vrijheid en bezit."

Slide 12 - Slide

-Je hebt het los van wie of waar je bent. (je hoeft het niet te verdienen.
-Kan niet worden afgepakt.
-Er is discussie over of het bestaat.
Aan de slag
Natuurrecht: Een recht dat van nature gegeven is, en dat mensen altijd hebben, los van tijd en plaats
Positief recht en Natuurrecht
"Alle mensen hebben autonomie dus alle mensen hebben recht op vrijheid en om niet als middel gebruikt te worden."
Immanuel Kant

Slide 13 - Slide

-Je hebt het los van wie of waar je bent. (je hoeft het niet te verdienen.
-Kan niet worden afgepakt.
-Er is discussie over of het bestaat.
  1. Leg uit waarom alle mensen volgens Locke bepaalde natuurrechten hebben. Noem ook twee voorbeelden van natuurrechten volgens Locke.
  2. Ook Kant stelt dat mensen natuurrechten hebben. Leg uit waarom Kant dit zou zeggen. 
Ik kan het onderscheid tussen positieve rechten en natuurrechten uitleggen en toepassen.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Positief recht: Een recht dat op een bepaalde tijd en plek geldt.

Positief recht en Natuurrecht

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Positief recht: Een recht dat op een bepaalde tijd en plek geldt.

Positief recht en Natuurrecht
  • Je hebt een positief recht door iets wat je doet of bent
  • Je kan een positief recht verliezen.
  • Er is discussie over wat wel of niet een positief recht is. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Positief recht: Een recht dat op een bepaalde tijd en plek geldt.

Positief recht en Natuurrecht
Voorbeelden:
  • Omdat je leerling op JdW bent mag je één herkansing.
  • Omdat je een Nederlandse identiteit hebt mag je in Nederland stemmen

Slide 17 - Slide

This item has no instructions



  1. Iemand die niet werkt moet voldoende geld krijgen om een huis en eten te kunnen betalen.
  2. Iemand die in de gevangenis zit voor moord mag niet meer stemmen bij de verkiezingen.
  3. De overheid moet zorgen voor eten en een dak, ook voor mensen die geen Nederlandse identiteit hebben.
  4. Iedereen die in Nederland woont moet naar een sportclub kunnen gaan. Ook als ze dat zelf niet kunnen betalen.
Kijk naar de antwoord op deze stellingen leg uit:
A. Over welk recht de stelling gaat.
B. Of dit volgens jou een natuurrecht of een positief recht is.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Beargumenteer of je het er mee eens bent dat in Nederland iedereen die in de gevangenis zit mag stemmen.
Maak in je antwoord duidelijk of het stemrecht voor jou een natuurrecht of een positief recht is.
Toetsvraag

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

3. Ik kan de relatie tussen vrijheid en rechten uitleggen en de belangrijke begrippen van dit onderwerp uitleggen, toepassen en beoordelen.
Dat betekent:
• Ik kan het onderscheid tussen positieve rechten en natuurrechten uitleggen en toepassen.
• Ik kan het onderscheid tussen positieve vrijheid en negatieve vrijheid uitleggen, toepassen en beoordelen.
• ik kan uitleggen hoe de vrijheid van één persoon de vrijheid van een ander kan inperken.
Leerdoelen

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Vrijheid: Je hebt vrijheid wanneer je je eigen doelen kan kiezen en bereiken.
Vrijheid
Alec wil dokter worden, maar hij zit in de gevangenis.
Bart wil dokter worden, maar hij kan de studie niet betalen.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Vrijheid: Je hebt vrijheid wanneer je je eigen doelen kan kiezen en bereiken.

Negatieve vrijheid: Je hebt negatieve vrijheid wanneer je niet tegengehouden wordt. (bijvoorbeeld door wetten of hekken)

Positieve vrijheid: Je hebt positieve vrijheid wanneer je de middelen hebt om je doelen te bereiken.
Vrijheid

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Hebben deze mensen negatieve vrijheid?
En positieve vrijheid?
Vrijheid
Alec wil dokter worden, maar hij zit in de gevangenis.
Bart wil dokter worden, maar hij kan de studie niet betalen.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Maak het werkblad over vrijheid
Vrijheid

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

3. Ik kan de relatie tussen vrijheid en rechten uitleggen en de belangrijke begrippen van dit onderwerp uitleggen, toepassen en beoordelen.
Dat betekent:
• Ik kan het onderscheid tussen positieve rechten en natuurrechten uitleggen en toepassen.
• Ik kan het onderscheid tussen positieve vrijheid en negatieve vrijheid uitleggen, toepassen en beoordelen.
• ik kan uitleggen hoe de vrijheid van één persoon de vrijheid van een ander kan inperken.
Leerdoelen

Slide 25 - Slide

This item has no instructions