Les 001

Welkom terug!
Lesplan NT2 A1 → A2 – eerste les na de vakantie

Thema: Mijn vakantie & weer terug in het Nederlands
Hoofddoel: voorkennis activeren en spreken in eenvoudige, steeds iets langere zinnen.

1 / 15
next
Slide 1: Slide
NT2Enseignement Secondaire

This lesson contains 15 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Welkom terug!
Lesplan NT2 A1 → A2 – eerste les na de vakantie

Thema: Mijn vakantie & weer terug in het Nederlands
Hoofddoel: voorkennis activeren en spreken in eenvoudige, steeds iets langere zinnen.

Slide 1 - Slide

Welkom terug!
Opstart – Wat weet je nog? | 5 min

“Noem in één minuut zoveel mogelijk Nederlandse woorden als je kunt.”

https://docs.google.com/document/d/1s7H6WoziGHiyGSwg5b7xZl_ie68B4WA3xHAMOmQ7LdI/edit?usp=sharing

Slide 2 - Slide

Jouw vakantie
☀️ 🌧️ ✈️ 🚗 🏠 🏖️ 🍕 📱 👨‍👩‍👧‍👦 😴 🏊 📚 🎮

Opdracht:

Kies vijf plaatjes die bij jouw vakantie passen. Vertel bij ieder plaatje iets.
https://docs.google.com/document/d/12eExCzn-5RyoVWeSGNCEtWJAIOXbaNbWjyUwsdxkVbY/edit?usp=sharing

Slide 3 - Slide

Waar gaat dit over?
https://www.youtube.com/watch?v=mVLTQdHsNaM

Slide 4 - Slide

Mini-game: Waar of niet waar? 
Bedenk drie zinnen over je vakantie:

2 zijn waar, 1 is niet waar.
Bijvoorbeeld:
Ik ben naar Frankrijk geweest.
Ik heb elke dag ijs gegeten.
Ik heb een olifant gezien.
(ik mag vragen stellen!)

Slide 5 - Slide

Mini-game: Waar of niet waar? 
Mijn 3 zinnen:

Ik ben naar Nederland geweest.
Ik heb gesurft.
Ik heb veel pizza en sushi gegeten.

Stel mij vragen!

Slide 6 - Slide

Van nu naar vroeger
Ik ga naar Spanje.
Ik zwem veel.
We eten in een restaurant.

Vraag: “Maar de vakantie is voorbij. Hoe zeggen we dit?”

Slide 7 - Slide

Van nu naar vroeger
Ik ben naar Spanje gegaan.
Ik heb veel gezwommen.
We hebben in een restaurant gegeten.

Slide 8 - Slide

hebben/zijn + voltooid deelwoord
Nu                Vakantie
Ik eet pizza.                    Ik heb pizza gegeten.
Ik zwem.                         Ik heb gezwommen.
Ik speel een spel.                   Ik heb een spel gespeeld.
Ik ga naar het strand.                       Ik ben naar het strand gegaan.
Ik bezoek mijn oma.               Ik heb mijn oma bezocht.

Slide 9 - Slide

hebben/zijn + voltooid deelwoord
kijken – kopen – slapen – maken – gaan – drinken. 

maak een zin over de vakantie.

Slide 10 - Slide

A1 → A2 challenge: maak mijn zin beter 
Mijn vakantie was leuk.

Mijn vakantie was leuk.
Mijn vakantie was heel leuk.
Mijn vakantie was heel leuk, omdat ik naar Italië ging.
Mijn vakantie was heel leuk, omdat ik met mijn familie naar Italië ging.
Mijn vakantie was heel leuk, omdat ik met mijn familie naar Italië ging en we elke dag gingen zwemmen.

Slide 11 - Slide

A1 → A2 challenge: maak mijn zin beter 
Ik heb veel gedaan.
Het weer was mooi.
Ik was thuis.

Slide 12 - Slide

Verboden woord
vakantiewoord omschrijven zonder het woord zelf te noemen

Slide 13 - Slide

Oefenen
https://nt2taalmenu.nl/luisteren-a1-kennismaken-0/#

Slide 14 - Slide

Les 001

Slide 15 - Slide