Les 32 (herhaling stof formatieve toets)

Deutsch
Dienstag, den 7. April 2026

1 / 16
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Deutsch
Dienstag, den 7. April 2026

Slide 1 - Slide

Die Plannung für Heute
Grammatik Sätze
Lesen L1 Auf 5
Grammatik Wiederholung 
Selbständig arbeiten
Blooket

Slide 2 - Slide

Grammatiksätze
1. Das ist sehr nett von (jou) ………. .

2. Wie heißt dein…. neuer Deutschlehrer?

3. Bei solch….. slechten Wetter fahre ich mit d…… Bus(m) zu d…../ ….. Schule.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

Die Prüfung
Woorden
  •  Kapitel 4 Lektion 1 t/m 6 beide kanten D-NL en NL- D

Grammatica:
  • Keuzevoorzetsels
  • Geslachten zelfstandig naamwoorden
  • Werkwoorden met vaste naamval









Slide 5 - Slide

Geslacht bepalen

Slide 6 - Slide

Werkwoorden met vaste naamval
  • In het Duits bestaan er een aantal werkwoorden die een vaste naamval met zich mee dragen.

  •  Zie je dit ww in een zin staan en moet je daar een nv invullen? Dan moet je hier iets mee.

Slide 7 - Slide

Werkwoorden met 3e naamval

Slide 8 - Slide

Werkwoorden met 4e naamval

Slide 9 - Slide

Voorzetsels + werkwoorden met vaste  naamval
Derde naamval
Vierde naamval

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Wechselpräpositionen
Bij deze voorzetsels moet je kiezen tussen de derde of de vierde naamval.
3e naamval wordt gebruikt in rust of toestand. 
Wo?  - Wo bist du?                 Ich bin in der Schule

4e naamval  wordt gebruikt bij een beweging of richting. 
Wohin?- Wohin gehst du?   Ich gehe in die Schule

Slide 12 - Slide

Wechselpräpositionen
3e naamval   stilstand 
Wo? 

4e naamval   beweging
Wohin?
an              =       aan
auf             =       op
hinter        =       achter
in                =       in
neben       =       naast
über          =        over 
unter         =        onder
vor              =        voor
zwischen  =        tussen

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 16 - Link