Examentraining teksten 2018 makkelijk-middel-moeilijk

Examentraining
1 / 21
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with text slides.

Items in this lesson

Examentraining

Slide 1 - Slide

Volgorde van teksten:
  • Tekst 14
  • Tekst 5
  • Tekst 3
  • Tekst 10
  • Tekst 7
  • Tekst 9 

Slide 2 - Slide

Tekst 14
  • Bekijk de plaatjes goed! 
  • Ga uit van de woorden die je wel kent.
  • A. petites boules = kleine bolletjes = plaatje 4
  • B. eau = water = plaatje 2
  • C. couvrir = bedekken / torchon = theedoek = plaatje 3
  • D. le four = de oven = plaatje 5

Slide 3 - Slide

Tekst 5
  • Vraag 1: Je moet de tekst wel helemaal lezen om dit te kunnen beantwoorden.
  • Vraag 2: laatste regel van de tekst

    TIP: eerste en laatste regels geven vaak waardevolle informatie 

Slide 4 - Slide

Tekst 3
  • Vraag 1:
  • Zorg dat je de antwoorden begrijpt.
  • Welke antwoorden zijn het meest logisch? A+B
  • (voor een eerste alinea!)
  • né = geboren = crée au Québec  

Slide 5 - Slide

Tekst 3
  • Vraag 2:
  • Ga uit van je eigen kennis? Zoek dit na in de tekst.
  • Laatste regel van de alinea: l'absense d'animaux = de afwezigheid van dieren
  • Antwoord = nee: Ce qui / c'est l'absence

Slide 6 - Slide

Tekst 3
  • Vraag 3:
  • Laatste regel: le même spectacle peut voyager j'usqu'à 15n années de suite.
  • Antwoord B

Slide 7 - Slide

Tekst 3
  • Vraag 4:
  • Wat betekent de vraag?!
  • Antwoord kun je letterlijk terug vinden in de tekst.
  • Helaas niet eerste of laatste regel.

Slide 8 - Slide

Tekst 10
  • Vraag 1
  • Titel plaatje.
  • Persoonlijk zou ik eerst de andere vragen beantwoorden. Zo heb je een beeld van heel de tekst.

Slide 9 - Slide

Tekst 10
  • Vraag 2
  • Geen makkelijke vraag.
  • Bij de uitroeptekens staat het antwoord.
  • Un bébé orang-outang est né.
  • Antwoord D

Slide 10 - Slide

Tekst 10
  • Vraag 3
  • Regel ervoor + regel erna lezen.
  • Wat betekenen de antwoorden?
  • Welk is het meest logisch?
  • Antwoord C

Slide 11 - Slide

Tekst 10
  • Vraag 4
  • Wat betekent de vraag?
  • Lees de eerste regel.
  • Welk antwoord is het meest logisch?
  • Scan de rest van de alinea voor bevestiging.
  • Antwoord B

Slide 12 - Slide

Tekst 10
  • Vraag 5
  • Let op! "tegenwoordig" staat niet voor niets dikgedrukt. 
  • Twee belangrijke woorden in de tekst:
  • Autrefois = vroeger
  • Aujourd'hui =  vandaag = tegenwoordig
  • "verdwijning van de bossen" = ontbossing

Slide 13 - Slide

Tekst 10
  • Vraag 6
  • Lees de regel er voor en de regel erna.
  • Zorg dat je de antwoorden begrijpt! 
  • DIT IS EXAMENVOCABULAIRE!!!
  • Antwoord C

Slide 14 - Slide

Tekst 7
  • Plaatje, titel, inleiding
  • Vraag 17
  • Het antwoord komt na de vraag in de tekst.
  • Het antwoord staat in de laatste regel van de alinea.
  • Antwoord A
  • Dit is ook het meest logische antwoord en er staan veel getallen in de tekst. 

Slide 15 - Slide

Tekst 7
  • Vraag 18
  • Eerste regel van de alinea.
  • Zoek boîte postale op in het woordenboek.
  • Ze heeft een postbus geopend voor haar fans.

Slide 16 - Slide

Tekst 7
  • Vraag 19
  • Antwoord D

Slide 17 - Slide

Tekst 7
  • Vraag 20
  • Zorg dat je de vraag begrijpt.
  • Het antwoord staat na: "le deal?"
  • si elle en parle devant la caméra
  • = reclame
  • = antwoord B

Slide 18 - Slide

Tekst 7
  • Vraag 21
  • piratée
  • se moquer d'elle
  • antwoord C
  • MOEILIJK!

Slide 19 - Slide

Tekst 7
  • Vraag 22
  • Stelling 1: Kijk uit, trap er niet in. dit wordt niet gezegd. Het kost haar 10 uur werk om iedere zaterdag een nieuwe vidéo te posten.
  • Dit zegt ze zeker niet! Het is voor mij een hobby vertelt ze.
  • Fréquenter un lycée is geen film maken.
  • 3X niet waar dus...

Slide 20 - Slide

Tekst 9
  • Vraag 26
  • Il est impossible de se connecter à des milliers d'amis, car notre cerveau n'en est pas capable.
  • Omdat onze hersenen hier niet toe in staat zijn.

Slide 21 - Slide