Toekomende tijd

Toekomende tijd
gaan + infinitief
zullen + infinitief

Voorbeeld:      Ik ga morgen zwemmen.
                             Ik zal straks mijn huiswerk maken.
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NT2BasisschoolGroep 2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Toekomende tijd
gaan + infinitief
zullen + infinitief

Voorbeeld:      Ik ga morgen zwemmen.
                             Ik zal straks mijn huiswerk maken.

Slide 1 - Slide

Voorbeeld:         Ik ga morgen zwemmen.
                             Ik zal straks mijn huiswerk maken.
Ik zwem. - Ik ga zwemmen.
Ik maak mijn huiswerk. - Ik ga mijn huiswerk maken.

Slide 2 - Slide

Ik kijk televisie.

Slide 3 - Open question

Ik lees een boek.

Slide 4 - Open question

Frank koopt een jas.

Slide 5 - Open question

Ik bak lekkere koekjes.

Slide 6 - Open question

Ik koop appels.

Slide 7 - Open question

Ik bezoek mijn familie.

Slide 8 - Open question

Ik start op een nieuwe school.

Slide 9 - Open question

Ik sport in de sporthal.

Slide 10 - Open question

Wij eten bij de buren.

Slide 11 - Open question

Karel leest een boek.

Slide 12 - Open question

Ik maak mijn huiswerk.

Slide 13 - Open question

Ik schrijf een brief aan jou.

Slide 14 - Open question

Ik praat met de leerkracht.

Slide 15 - Open question

Ik ben ziek.

Slide 16 - Open question

Ik schrijf mijn taak in mijn agenda.

Slide 17 - Open question

Maria wandelt in het park.

Slide 18 - Open question

Ik drink een glas water.

Slide 19 - Open question

Ik maak een oefening.

Slide 20 - Open question

Ik slaap in mijn bed.

Slide 21 - Open question