Hoofdstuk 3 oefentoets water

1 / 22
next
Slide 1: Slide
Nask / TechniekPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Ga zitten volgens de plattegrond

Slide 2 - Slide

Toetsstof
Paragraaf 3.1 t/m 3.4 + vaardigheden H2. 

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Met waterkracht kun je ook elektriciteit maken
A
alleen als het naar beneden valt
B
alleen als het regent
C
dat kan alleen in de Sahara
D
jazeker kan dat

Slide 5 - Quiz

Wat is een voorbeeld van verdamping?
A
Vloeibaar water veranderd in gas.
B
Water in een glas gieten
C
Water in de vriezer leggen
D
Water in de zon laten staan

Slide 6 - Quiz

Wat is de term voor waterdamp?
A
Vloeibare toestand
B
Vaste toestand
C
Gasvormige toestand
D
Modderige toestand

Slide 7 - Quiz

Wat is het proces van water dat verdampt?
A
Water blijft vloeibaar
B
Water wordt zout
C
Water verandert in ijs
D
Water wordt gasvormig

Slide 8 - Quiz

Het ......... is de temperatuur waarbij een vaste stof vloeibaar wordt.
A
smeltpunt
B
kookpunt
C
stolpunt

Slide 9 - Quiz

Wat is de juiste volgorde van de waterkringloop?
A
Condensatie-Neerslag-rivier-wolkvorming-verdamping
B
Wolkvorming-verdamping-Rivier-condensatie-neerslag
C
Verdamping-condensatie-wolkvorming-neerslag-Rivier
D
Condensatie-verdamping-rivier-neerslag-wolkvorming

Slide 10 - Quiz

Wat is geen voorbeeld van virtueel water?
A
Water dat wordt gebruikt bij de productie van kleding.
B
Jaarlijks wordt er twee miljoen liter water opgepompt uit een aquifer.
C
Voor de productie van kip word gemiddeld 1200 liter water gebruikt.
D
De productie van een ton tarwe kost in Rusland 2443 M3 water.

Slide 11 - Quiz

Waarom is grondwater belangrijk?
A
Voor de groei van bomen.
B
Voor het afkoelen van gebouwen.
C
Voor het maken van elektriciteit.
D
Voor drinkwater en irrigatie.

Slide 12 - Quiz

Onder welke categorie water valt het water in een aquifer?
A
Oppervlaktewater
B
Grondwater

Slide 13 - Quiz

Welk begrip past het best bij de omschrijving?:
Water dat overblijft om het grondwater aan te vullen.
A
Vernieuwbaar water
B
Nuttige neerslag
C
Niet vernieuwbaar water
D
Waterbalans

Slide 14 - Quiz

Juist of onjuist: bij de lange waterkringloop valt de neerslag boven land.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quiz

Welk begrip past het best bij de volgende omschrijving: Omdat Turkije stuwdammen bouwt in de Tigris ontstaan er in Irak steeds meer droogtes.
A
Territoriale intergriteit
B
Economisch watertekort
C
Fysiek watertekort
D
Waterschaarste

Slide 16 - Quiz

met waterkracht kun je ook elektriciteit maken
A
alleen als het naar beneden valt
B
alleen als het regent
C
dat kan alleen in de Sahara
D
jazeker kan dat

Slide 17 - Quiz

Welke dimensie past het best bij d afbeelding?
A
Fysische dimensie
B
Economische dimensie
C
Politieke dimensie
D
Sociaal-culturele dimensie

Slide 18 - Quiz

De fase-overgang van water naar waterdamp heet condenseren
A
waar
B
niet waar

Slide 19 - Quiz

Wat is verzilting?
A
Verhoogde afvoer van de rivier
B
Infiltratie van water in de grond
C
Water in de grond eerdere tijden
D
Toename van het zoutgehalte in de grond

Slide 20 - Quiz

Oefentoets
-Maandag 9 maart online oefentoets paragraaf 3.1 t/m 3.4 + vaardigheden H2. 

Slide 21 - Slide

Ga naar blooket.com

Slide 22 - Slide