Les 5: Suprapubiskatheter/urine onderzoek

SP Katheter
1 / 36
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

SP Katheter

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Waar staat S.P voor?

Slide 2 - Open question

This item has no instructions

SP Katheter
Suprapubische Katheter!

Dat is een katheter via de buikwand

Vlak boven het os pubis

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Indicatie voor een sp?

Slide 4 - Mind map

This item has no instructions

Indicaties
  • urineretentie die niet door urethrale katheterisatie (via plasbuis) kan worden opgelost
  • prostaatontsteking
  • ondoorgankelijkheid of afwijkingen aan de urethra
  • bekkentrauma
  • complicaties bij langdurige katheterisatie
  • uitgebreide operaties in de schaamstreek
  • faecale incontinentie die de urethrale katheter continu bevuilt

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Wat is de indicatie voor een SP?
A
Als het inbrengen via de urethra niet lukt Als het inbrengen via de plasbuis niet lukt
B
Als de cliënt langere tijd een CAD nodig heeft
C
Steeds terugkerende urineweginfecties
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een contra indicatie?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Contra indicaties
Blaascarcinoom/ blaastumor
  •  Wanneer er een tumor in de blaas aanwezig is, bestaat het risico dat deze tumor tijdens de ingreep geraakt wordt. In dat geval kunnen tumorcellen vrijkomen en dit kan leiden tot lymfe- of hematogene metastasen 

Onderbuikchirurgie in de medische geschiedenis
  •  Het risico bestaat dat er verklevingen zijn of dat een darmlus boven op de blaas gelegen is. Deze andere interne organen kunnen in dit geval geperforeerd worden tijdens de plaatsing van de sonde.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Contra indicaties
Stollingsstoornis (verworven)
  • Bij een stollingsstoornis kan de patiënt tijdens of na de operatie te veel bloed verliezen. 
  • Als de patiënt 20% of meer van zijn totale bloedvolume verliest, bestaat de kans dat er een hypovolemische shock optreedt.

Huidletsels aan de suprapubisch streek
  • Wanneer de zorgvrager een wond heeft ter hoogte van de insteekplaats waar de 
suprapubische sonde moet komen, kan de arts de operatie indien mogelijk uitstellen of een
ander alternatief zoeken. 

Slide 9 - Slide

De voornaamste verworven stollingsstoornissen zijn leveraandoeningen en verworven
hemofilie. De lever is verantwoordelijk voor de productie van stollingsfactoren, waaronder
vitamine K. Bij een verminderde werking van de lever door bepaalde aandoeningen, daalt
het aantal stollingsfactoren waardoor de stollingscascade wordt verlengd. Ook bij inname
van bepaalde medicatie zoals vitamine K-antagonisten (marevan®, marcoumar®) wordt de
stolling vertraagd. De resultaten van het bloedonderzoek worden besproken met de arts en
deze zal de verdere aanpak beslissen. De waarden van de aPTT en INR zijn overeenkomstig
met deze van de aangeboren stollingsstoornissen (Gans, et al., 2009).
Contra indicaties
Obesitas
  • Bij zorgvragers met obesitas is er een grotere afstand tussen de blaas en het huidoppervlak,
waardoor de plaatsing van de suprapubische sonde moeilijker kan verlopen. 
  • Problemen optredend ná de plaatsing. Zo kan de sonde afgeklemd worden door een huidplooi, waardoor de urine niet kan afvloeien en lekkage kan optreden
Blaasatrofie
  • Een blaas die (door littekenweefsel) sterk verkleind is, wordt een schrompelblaas genoemd.
Aangezien de blaas zo veel kleiner is dan normaal, zou de plaatsing van een suprapubische
katheter te veel risico inhouden.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Suprapubisch wordt onder gehele narcose geplaatst?
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Juridische kaders
  •  plaatsen van een suprapubisch sonde mag enkel gebeuren door een arts. 
  • De eerste wissel, na zes tot twaalf weken, gebeurt eveneens door de arts. 
  • Wanneer er zich een fistel (een onnatuurlijke verbinding van een lichaamsholte met de huidheeft gevormd) mag de verpleegkundige de katheter vervangen (duur tot fistel is 10 dagen tot 4 weken).
  • Voorbehouden handeling:  dat ze enkel uitgevoerd mag worden mits er een medisch voorschrift is. 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Is urine-incontinentie een belangrijke indicatie voor het plaatsen van een SP katheter?
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Voordelen SP katheter
Minder infecties
  • in vergelijking met een blaaskatheter . Wanneer er minder infecties ontstaan, zal er minder antibiotica toegediend worden, wat bijdraagt tot de bestrijding van antibioticaresistente bacteriën.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Voordelen SP katheter
Comfort
  • Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat bij patiënten die zowel een blaaskatheter als een suprapubische sonde hebben gehad, 89% deze laatste optie verkiest. 
  • makkelijker te hanteren 
  •  wisselingen relatief pijnloos verloopt
  •  ok postoperatief (na prostatectomie) worden er lagere pijnscores genoteerd . 
  • seksuele activiteit aangenamer en minder pijnlijk in vergelijking met een transurethrale katheter

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Voordelen

  • De suprapubische katheter kan afgeklemd worden, waardoor de patiënt toch via transurethrale weg kan urineren. 
  • Wanneer overwogen wordt om de suprapubische katheter te verwijderen, zal de patiënt eerst moeten urineren via transurethrale weg. 
  • Direct hierna kan het residu dat in de blaas achter blijft bepaald worden 
  • Meestal mag de sonde verwijderd worden indien het residu minder dan 100 ml bedraagt (wisselend per zorginstelling).



Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Nadelen van een sp?

Slide 19 - Mind map

This item has no instructions

Nadelen SP katheter
Operatie
  • Het plaatsen is een invasieve, meestal chirurgische behandeling met verdoving, en hier gaan altijd risico’s mee gepaard. 
  • Risico: bloeding of inwendig letsel zoals een darmperforatie.

Urineverlies
  • langs de katheter of via transurethrale weg. 
  •  door een verstopping of omdat de Charrière te klein is.
  • Bij vlokkerige urine in combinatie met een te kleine Charrière zal de katheter namelijk sneller verstoppen. Ook blaasspasmen een veelvoorkomende oorzaak van urineverlies.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Nadelen
Veranderd lichaamsbeeld
  • Het hebben van een katheter verandert steeds het lichaamsbeeld, onafhankelijk of het een suprapubische of een transurethrale katheter is. (Langdurig)
  • Emotioneel zeer moeilijk mee hebben.  Meer zelfbewust van hun lichaam ook op seksueel  vlak
  • Bespreken van dit onderwerp helpt bij bij het aanvaardingsproces 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Verwisseling SP katheter
  • Moet om de 4-13  weken verwisseld worden.  De periode tussen twee wissels is afhankelijk van de instelling, fabricant en van de patiënt zelf.
  • Door preventief de  SP te vervangen om complicaties zoals infectie, obstructie, blaasstenen, encrustatie, etc. te voorkomen. 
  • Zo kan een obstructie leiden tot reflux van urine naar de nieren, waardoor pyelonefritis kan ontstaan. 
  • Het verwisselen van de katheter moet relatief snel gebeuren, want binnen één tot zes uur groeit de fistel dicht. (Egbert)
  • Controleer in het zorgdossier hoeveel vloeistof er bij het vullen in de ballon is gespoten. Het is belangrijk om te weten dat het huidige volume hiervan kan afwijken, doordat sommige ballonnetjes wat vloeistof kunnen lekken (dit is vooral bij siliconen katheters het geval).
  • Zet voor het verwijderen een streepje op het slangetje waar het uit de opening komt., hoe diep de katheter was ingebracht.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Moet je de suprapubisch katheter draaien of dompelen?
A
Draaien wel maar dompelen mag niet meer
B
Afhankelijk van voorschrift arts, echter dompelen mag niet meer
C
Dagelijks draaien en dompelen
D
Wekelijks draaien en dompelen.

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Mogelijke complicaties bij wisselen SP (door VP)
  • De zorgvrager heeft pijn tijdens het inbrengen: spuit wat extra glijmiddel in de fistelopening en laat dit drie tot vijf minuten inwerken. Het kan nuttig zijn om glijmiddel met lidocaïne te gebruiken, omdat deze stof een verdovende werking heeft.
  • Abnormale weerstand tijdens het inbrengen: stop met de katheterisatie en neem contact op met de verantwoordelijke arts.
  • De fistelopening begint te bloeden: ga niet verder met katheteriseren en neem contact op met de arts.

Slide 24 - Slide

Je verwijdert minder ballonvloeistof dan het ingespoten volume: als de katheter bij licht trekken los blijkt te zitten, kan deze normaal verwijderd worden.
Na hoeveel tijd sluit het fistel weer als de SP katheter eruit is?

Slide 25 - Open question

binnen 1-6 uur

Slide 26 - Video

This item has no instructions

Slide 27 - Video

This item has no instructions

Wat zijn de voordelen van een SP t.o.v. een "gewone" katheter?

Slide 28 - Mind map

This item has no instructions

Aandachtspunten
Eerste 5 dagen afdekken met een splitgaas (droog en steriel)
Daarna dagelijks reinigen met water
Observeer de insteekopening op ……..
Desinfecterende zalf (betadinezalf) alleen op voorschrift arts
Draaien op voorschrift arts
Katheter mag “niet trekken”.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Eiwit
Bij gezonde mensen worden in de glomerulus kleine eiwitten  gefiltreerd. Deze worden grotendeels in de proximale tubuli weer terug opgenomen in het bloed. Een klein deel belandt desondanks in de urine.


Bij proteïnurie is er een discrepantie tussen uitscheiding en terugresorptie. Door een verhoogde eiwitfiltratie respectievelijk een verlaagde terugresorptie kan een abnormaal hoge hoeveelheid eiwit via de urine worden uitgescheiden. 

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Glucose
Glucosurie treedt op indien de concentratie van glucose in bloed groter is dan 180 mg/dL en wijst vooral op diabetes mellitus.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Nitriet
De aanwezigheid van nitriet in de urine duidt op een bacteriële urineweginfectie. Het is belangrijk om te weten dat niet alle bacteriën in staat zijn om nitriet te produceren. Dit betekent dat afwezigheid van nitriet een bacteriële urineweginfectie niet kan uitsluiten.

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Leukocyten
Leukocyten zijn witte bloedcellen, deze horen normaal gesproken niet in urine thuis. Als er wel witte bloedcellen in de urine zitten, kan dat duiden op een blaasontsteking of urineweginfectie.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Ketonen
Abnormale hoeveelheden ketonen in de urine of teveel ketonen in de urine staat bekend als 'ketonurie'. Hiermee wordt de aanwezigheid bedoeld van aceton, acetoacetaat en betahydroxyboterzuur in de urine. Ketonen zijn in water oplosbare moleculen die door de lever worden aangemaakt door de afbraak van vetzuren. Abnormaal hoog keton-gehalte van de urine wijst erop dat je lichaam een ​​alternatieve energiebron gebruikt, een veel voorkomend verschijnsel tijdens verhongering of bij diabetes type 1-patiënten die lijden aan ketoacidose (verzuring van het bloed). Ketonen kunnen gemeten worden via het bloed of urine.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Bilirubine
De aanwezigheid van bilirubine in de urine wordt meestal veroorzaakt door aandoeningen van de lever. Bij leverziekten raken de levercellen vaak beschadigd. Hierbij kan bilirubine vanuit de levercellen in het bloed terechtkomen. Als het bilirubine gehalte van het bloed boven een bepaalde grens uitkomt zal een deel ervan worden uitgeplast in de urine. Zo ontstaat bilirubinurie.

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Slide

This item has no instructions