1.5 Omgaan met stoffen




1.5 Omgaan met stoffen
1 / 44
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson




1.5 Omgaan met stoffen

Slide 1 - Slide

Planning
Planning en leerdoelen bespreken.
Herhalen vorige keer.
Omgaan met stoffen uitleg
Zelfstandig werken. 

Slide 2 - Slide

Doelen voor vandaag
  • Je kunt uitleggen wat een stof giftig maakt.
  • Je kunt gevarensymbolen aflezen. 
  • Je legt uit hoe een afvalverwerkingsproces werkt. 

Slide 3 - Slide

100 g zand heeft een volume van 62,5 cm³. Bereken de dichtheid van zand.

Slide 4 - Slide

Gevarensymbolen (pitcogrammen)
  • Gevaarlijke stoffen zijn herkenbaar aan gevarensymbolen
  • Elk gevaar heeft zijn eigen symbool 

Als je werkt met gevaarlijke stoffen moet je jezelf beschermen

Slide 5 - Slide

Wat betekent dit
gevarensymbool?
A
Licht ontvlambaar
B
Bijtend
C
Irriterend
D
Giftig

Slide 6 - Quiz

Betekenis van dit gevarensymbool?
A
Ontvlambaar
B
Schadelijk
C
Pittig
D
Irriterend

Slide 7 - Quiz

Wat is de betekenis
van dit
gevarensymbool?
A
Giftig
B
Ontvlambaar
C
Corrosief
D
Schadelijk

Slide 8 - Quiz

Veiligheidskaarten

Slide 9 - Slide

Werken met gevaarlijke stoffen
  • Moet je vooraf opzoeken wat de risico's zijn. 
  • De veiligheidskaarten geven aan wat je moet doen bij een ongeluk. 
  • De gevarensymbolen geven de gevaren van een stof aan.

Slide 10 - Slide

Gifwijzer
  • Gevaarlijk en giftig is niet hetzelfde 
  • De gif wijzer geeft info over giftige stoffen

https://www.gebruikershandleiding.com/Gifwijzer-Gifwijzer/preview-handleiding-490732.html?page=0002

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Giftige stoffen wil je ook niet op je huid



Kan via je huid in je mond of in je bloed komen. 

Slide 14 - Slide

Mac-waarde
  • MAC - Waarde is de maximaal aanvaardbare concentratie van een stof in de lucht 
  • Wat is concentratie?

Slide 15 - Slide

Mac- waarde Binas

Slide 16 - Slide

Het volume 
V = l x b x h
V - volume cm^3
l lengte cm
b breedte cm
h hoogte cm

Slide 17 - Slide

MAC waarde van kwik:

0,05 mg/m3
MAC waarde van 
koolmonoxide:

29 mg/m3
Welke stof is gevaarlijker?

Slide 18 - Slide

de MAC-waarde is een waarde die gebruikt wordt om iets te zeggen over de ...
A
maximaal aanvaardbare temperatuur
B
maximaal aanvaardbare concentratie
C
maximale kracht die een stof kan leveren
D
gevaarlijke eigenschappen van een stof

Slide 19 - Quiz

van de gevaarlijke chemicaliën is een MAC waarde bekend. wat is de MAC waarde van chloroform (BINAS)
A
240 mg/m3
B
3 mg/m3
C
3 m3/mg
D
240 m3/mg

Slide 20 - Quiz

Wat is een molecuul?
A
Een klein deeltje van een stof.
B
Het kleinste deeltje van een stof met de eigenschappen van die stof.
C
Een onderdeeldeel van een atoom.

Slide 21 - Quiz

Moleculen bepalen de stofeigenschappen. Waaruit zijn moleculen opgebouwd?
A
protonen
B
atomen
C
atoomkern
D
elektronen

Slide 22 - Quiz

Afval
  • Je hebt voorwerpen gebruikt, daarna gooi je ze weg
  • Die voorwerpen bestaan uit stoffen, uit moleculen
  •  Na gebruik zijn sommige moleculen veranderd, maar de meeste niet 

Slide 23 - Slide

Afval: waarom weggooien als de moleculen nog bestaan?

Slide 24 - Slide

Eerst cola flesje
Daarna zit een deel in je mobielhoesje

Slide 25 - Slide

Recyclen
  • Bij "Recyclen" breek je het afval kapot, om er weer nieuwe spullen van te maken.
  • De moleculen van de oorspronkelijke stof veranderen NIET

Slide 26 - Slide

Belang van recycling

Bespaart grondstoffen en energie
Goed voor het milieu en je bankrekening

Slide 27 - Slide

Wat nodig voor recycling?
  • Scheiden van afval
  • In containers = een bak waarin je huisvuil doet 
  • Welke dingen scheiden we thuis?

Slide 28 - Slide

Papier, glas, GFT, restafval, plastic
GFT = groente, fruit en tuinafval

Slide 29 - Slide

KCA
  • Klein chemisch afval
  • Wegbrengen naar afvalpunten

Slide 30 - Slide

Verschillende bedrijven                                                                              die het afval scheiden

Slide 31 - Slide

Restafval
  • Uit afval worden bruikbare producten gehaald om in nieuwe materialen te gebruiken
  • Wat overblijft = restafval
  • Weinig plaats om restafval te storten: dus verbranden

Slide 32 - Slide

Afval "verbranden" is een manier om van het restafval af te komen.

Slide 33 - Slide

Wat zou een mogelijke oplossing kunnen zijn om de hoeveelheid verbrand afval te verminderen?
A
Beperken van afvalsorteermogelijkheden
B
Verhogen van afvalverbrandingscapaciteit
C
Stimuleren van recycling en hergebruik
D
Verminderen van afvalinzamelingsdiensten

Slide 34 - Quiz

Wat is een reden waarom we in Nederland relatief veel afval verbranden?
A
Overvloedige energiebronnen
B
Gebrek aan bewustzijn over afvalsortering
C
Hoge kosten voor recycling
D
Beperkte ruimte voor afvalopslag

Slide 35 - Quiz

Wat betekent KCA
A
Klein Chemisch Afval
B
Koper, Chloor en Aluminium afval
C
Kortbestaand Chemisch Afval
D
Kleine Chemische Aanwinst

Slide 36 - Quiz

Wat betekent GFT?
A
Glas Fruit en Tuin
B
Groente Fruit en Tomaten
C
Groente Flessen en Textiel
D
Groente Fruit en Tuin

Slide 37 - Quiz

Hergebruik 
Hergebruik = opnieuw gebruik van hetzelfde product
  • Drinkflesje, Kleding, Boodschappentas




Slide 38 - Slide

Hergebruik

Voorwerpen die je niet meer nodig hebt kunnen opnieuw gebruikt worden.
Dit is hergebruik.
Recyclen

Iets nieuws maken van afval, bv oude glazen flessen omsmelten tot nieuw glas.
Dit is recyclen.

Slide 39 - Slide

Zelfstandig werken
Wat?  Lees 1.5 en maak opgave 4 tot en met 26
Hoe?  Je mag na 5 minuten zachtjes overleggen in je groep
Hulp? Kijk in je boek, vraag binnen je groep, steek dan je vinger op. 
Tijd? 30 minuten. 
Uitkomst?
  • Je kunt uitleggen wat een stof giftig maakt.
  • Je kunt gevarensymbolen aflezen.
  • Je legt uit hoe een afvalverwerkingsproces werkt. 
Klaar? Nakijken
timer
5:00

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Video

Slide 42 - Video

Leervragen bij 1.5
  • Vorige les: waar vind je informatie over gevaarlijke stoffen?
  • Deze les: bestaat er eigenlijk wel afval?

Slide 43 - Slide

Einde van de les
  • Huiswerk: maak opgave 14 t/m 26 van 1.5


Je mag je spullen inpakken en pas gaan als de bel gaat!

Slide 44 - Slide