BIJEENKOMST 5 - TERUGBLIK + DIFFERENTIËREN

1 / 74
next
Slide 1: Slide
BegeleidingMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 74 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Bijeenkomst 5: differentiëren


Programma
  • Terugblik bijeenkomsten
  • Transformatieve feedback
  • Differentiëren

Pauze
 
  • Reflectie op verwerkingsopdracht
  • Praktijkcasus

16:30 - 17:00
  • Afsluiting

Slide 2 - Slide

Traject

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Terugblik

Jullie hebben allemaal een setje kaarten, bestaande uit een rode, gele en groene kaart. We blikken a.d.h.v. de kaarten terug op de verschillende onderdelen die aan bod zijn gekomen.

Je schaalt jouw kennis m.b.t. de strategieën van Formatief handelen met een kaart in:
  • Groen: ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Geel: ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Rood: ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen

Slide 5 - Slide

Model van formatief handelen




Hoe schat jij jezelf in m.b.t. kennis en uitvoering van het model van formatief handelen?
  • Groen: ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Geel: ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Rood: ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
Feedback aan jezelf

Slide 6 - Slide

Model van formatief handelen


Heb je een rood of geel kaartje? Zoek dan iemand op met een groen kaartje en bespreek wat het model van formatief handelen inhoudt en hoe je dit kunt toepassen in je lespraktijk.
  • Groen: ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Geel: ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Rood: ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
timer
4:00
Feedback aan elkaar
timer
10:00

Slide 7 - Slide

Diagnostische vragen



Hoe schat jij jezelf in m.b.t. kennis van- en het inzetten van diagnostische vragen?
  • Groen: ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Geel: ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Rood: ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
Feedback aan jezelf

Slide 8 - Slide

Diagnostische vragen

Heb je een rood of geel kaartje? Zoek dan iemand op met een groen kaartje en bespreek wat diagnostische vragen zijn en hoe deze zich verhouden tot formatief handelen. 
  • Groen: ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Geel: ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Rood: ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
timer
4:00
Feedback aan elkaar
timer
10:00

Slide 9 - Slide

Kwaliteitsbesef



Hoe schat jij jezelf in m.b.t. kennis van kwaliteitsbesef?
  • Groen: ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Geel: ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Rood: ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
Feedback aan jezelf

Slide 10 - Slide

Kwaliteitsbesef

Heb je een rood of geel kaartje? Zoek dan iemand op met een groen kaartje en bespreek wat kwaliteitsbesef inhoudt en hoe dit zich verhoudt tot formatief handelen.
  • Groen: ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Geel: ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Rood: ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
timer
4:00
Feedback aan elkaar
timer
10:00

Slide 11 - Slide

Transformatieve feedback



Hoe schat jij jezelf in m.b.t. kennis van- en ontwerpen en inzetten van transformatieve feedback?
  • Groen: ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Geel: ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Rood: ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
Feedback aan jezelf

Slide 12 - Slide

Transformatieve feedback

Heb je een rood of geel kaartje? Zoek dan iemand op met een groen kaartje en bespreek wat transformatieve feedback inhoudt en hoe dit zich verhoudt tot formatief handelen.
  • Groen: ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Geel: ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
  • Rood: ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen
timer
4:00
Feedback aan elkaar
timer
10:00

Slide 13 - Slide

Hoe schat jij jezelf nu in m.b.t. kennis van het model van formatief handelen?
Feedback aan jezelf
Ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.
Ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.
Ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.

Slide 14 - Poll

Hoe schat jij jezelf in m.b.t. kennis van diagnostische vragen?
Feedback aan jezelf
Ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.
Ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.
Ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.

Slide 15 - Poll

Hoe schat jij jezelf in m.b.t. kennis van kwaliteitsbesef?
Feedback aan jezelf
Ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.
Ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.
Ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.

Slide 16 - Poll

Hoe schat jij jezelf in m.b.t. kennis van transformatieve feedback?
Feedback aan jezelf
Ik kan uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.
Ik kan een beetje uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.
Ik kan niet uitleggen hoe dit onderdeel zich verhoudt tot formatief handelen.

Slide 17 - Poll

Transformatieve feedback
Jullie hebben een verwerkingsopdracht gemaakt en ingeleverd.
Hier komen we later in deze bijeenkomst op terug.


Dank aan:

Feedback door de docent

Slide 18 - Slide

Transformatieve feedback

In de verwerkingsopdracht zijn de meesten van jullie niet toegekomen aan het ontwerpen van een feedbackproces.

We herhalen kort deze theorie zodat jullie dit in het ontwerp van de volgende verwerkingsopdracht mee kunnen nemen.
Feedback door de docent

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Feedback vereist stoeien met twee vragen.
Waar wil ik dat mijn leerlingen over nadenken?
Hoe kan het denkwerk in een actie concreet zichtbaar worden?

Slide 21 - Slide

Vijf ontwerpprincipes Feedbackproces

Slide 22 - Slide

Ontwerp een kort feedbackproces

Slide 23 - Slide

Wat is differentiëren?


Differentiëren is de onderwijskundige oplossing voor het omgaan met verschillen in het onderwijs (Bosker, 2005)

  • Convergent » klassikaal curriculum en gezamenlijke doelen
  • Divergent » individuele leerroute en doelen
Differentiëren volgens de inspectie
Afstemming (differentiëren):<div>De wijze waarop de les ertoe bijdraagt dat <span style="text-decoration-line: underline">alle leerlingen</span>, ondanks hun verschillen, <span style="font-weight: bold">profiteren </span>van de les. De afstemming is beter als de docent de <span style="font-weight: bold">verschillen </span>kent en hier rekening mee houdt. Bij een goede afstemming tijdens de les <span style="font-weight: bold">controleert </span>de docent of alle leerlingen de lesstof begrepen hebben. Op basis hiervan kan de docent de <span style="font-weight: bold">les </span><span style="font-weight: bold">aanpassen </span>op wat de leerlingen nodig hebben.</div>

Slide 24 - Slide

Is dit een goed voorbeeld van differentiëren?        


Na de eerste summatieve toets deelt de docent de leerlingen in vaste niveaugroepen in. Deze niveaugroepen krijgen een eigen programma.

Slide 25 - Slide

Hoge of lage verwachtingen






    » Lagere verwachtingen leiden tot lagere prestaties

Slide 26 - Slide

Is dit een goed voorbeeld van differentiëren?        


De docent differentieert niet elke les, alleen als de docent merkt dat er verschillen zijn tussen de leerlingen en hier een andere aanpak nodig is. 

Slide 27 - Slide

Is dit een goed voorbeeld van differentiëren?        


De leerlingen moeten een boek lezen, ze mogen zelf bepalen welk boek dit is.

Slide 28 - Slide

Is dit een goed voorbeeld van differentiëren?        


De leerlingen moeten een boek lezen, ze mogen zelf bepalen welk boek dit is.
LET OP! Bied je keuzes? Hoe begeleid je leerlingen dan hierbij?
Risico » Leerlingen kiezen voor de makkelijke weg = minder leren

Slide 29 - Slide

Waarom differentiëren?

Slide 30 - Slide

Redenen om te differentiëren


Niet cognitief
» Om aan te sluiten bij de achtergrond, interesses en (leer)voorkeuren van de leerling

Cognitief
» Om aan te sluiten bij de ontwikkeling en vorige leerprestaties van de leerling

Slide 31 - Slide

Overtuiging van de docent


 
  • Hoge verwachting
    » Docentgedrag gericht op groei

  • Recht doen aan verschillen
    » Gezamenlijke doelen behalen

Slide 32 - Slide

Waar zit diffentiëren in het model?

Slide 33 - Slide

Waar zit diffentiëren in het model?

Slide 34 - Slide

Stap 4 - diverse leerlijnen bieden

  • Verlengde instructie
    » andere voorbeelden bespreken
  • Basisopdrachten of verdiepingsopdrachten bieden
  • Zelf een keuze bieden (in bijvoorbeeld vorm van opdrachten)
  • Meer of minder tijd bieden
  • Zelfde opdracht met meer of minder hulp bieden
    » hulp van docent of bijvoorbeeld hulpmiddelen/boeken

Slide 35 - Slide

Voorbeeld getrapte vragen
Opdracht: maak de bovenste vraag.
Lukt deze? » Ga door naar vraag 2.
Lukt deze niet? » Doe de 'lukt-nog-niet-vraag of -opdracht'

Vragen:
  1. Onthouden/begrijpen vraag (R)
  2. Toepassingsvraag in een geoefende situatie (T1)
  3. Toepassingsvraag in een nieuwe situatie (T2)
  4. Inzichtvraag (I)

Slide 36 - Slide

Voorbereidingen


Bedenk voorafgaand aan de les...
  • Welk materiaal moet ik klaarleggen?
  • Moet ik nieuw materiaal maken? (Methode, Chat GPT)
  • Op welke manier ga ik informatie ophalen over de leerlingen?
  • Hoe ga ik de leerlingen aan het werk zetten met divers materiaal?

Slide 37 - Slide

Indien nodig: Organisatie

  • Wat en hoe ga ik communiceren met de leerlingen?
  • Wat verwacht ik specifiek van de leerlingen?
         » Werken ze in stilte, mogen ze vragen stellen, mogen ze overleggen?
  • Hoe organiseer ik mijn lokaal?
  • Wat doen de leerlingen als ze klaar zijn?
  • Hoe organiseer ik de check of mijn differentiatie effect heeft gehad?
         » stap 5 van het model voor Formatief Handelen

Slide 38 - Slide




DO'S
  • Verzamel benodigde informatie per leerdoel
  • ALLE leerlingen behalen hetzelfde leerdoel
  • De weg naar het einddoel kan verschillen
  • Verschillende vormen van ondersteuning
  • Controleer of de differentiatie succesvol is (stap 5)



DON'TS
  • Vaste niveaugroepen
  • Leerlingen (beginners) delen zichzelf in
  • Leerroutes sluiten niet aan op het leerdoel
  • Diffentiëren om het diffentiëren
  • Divergent differentiëren dat kansenongelijkheid in de hand werkt
Indien nodig: Do's en Don'ts 

Slide 39 - Slide

Gouden regels bij differentiëren


  1. Zet differentiëren gefocust in richting hetzelfde doel.
  2. Differentieer zoveel mogelijk op basis van opgehaalde informatie.
  3. Maak een kosten-baten afweging: is differentiëren nu de juiste aanpak?
  4. Kies voor een haalbare vorm.
  5. Maak duidelijk aan de leerlingen waarom je kiest voor differentiëren.

Slide 40 - Slide

Voorwaardelijk = curriculumbewustzijn

Slide 41 - Slide

Formatief handelen richting een doel


Bijvoorbeeld:
Je kunt de oppervlakte van een cirkel berekenen.

Slide 42 - Slide

Het denkproces voorafgaand aan FH
Welke vraag moet iedere
leerling kunnen beantwoorden
aan het einde van de les?


                      



Bereken de oppervlakte

Slide 43 - Slide

Het denkproces voorafgaand aan FH
Welke vraag moet iedere
leerling kunnen beantwoorden
aan het einde van de les?


                      



Bereken de oppervlakte
Welke (voor)kennis is nodig 
zodat iedere leerling de vraag
kan beantwoorden? 

Slide 44 - Slide

Het denkproces voorafgaand aan FH
Welke vraag moet iedere
leerling kunnen beantwoorden
aan het einde van de les?


                      



Bereken de oppervlakte
Welke (voor)kennis is nodig 
zodat iedere leerling de vraag
kan beantwoorden? 
  • De formule voor de oppervlakte kennen 𝑜𝑝𝑝𝑒𝑟𝑣𝑙𝑎𝑘𝑡𝑒= 𝜋𝑟²
  • Kunnen kwadrateren
  • Pi kunnen intoetsen op de rekenmachine
  • Weten wat 𝑟² betekent
  • Weten wat 𝜋𝑟² betekent
  • Het verschil tussen diameter en straal weten
  • Alles goed kunnen intoetsen op de rekenmachine
  • Kunnen afronden op een aantal decimalen

Slide 45 - Slide

Het denkproces voorafgaand aan FH
Welke vraag moet iedere
leerling kunnen beantwoorden
aan het einde van de les?


                      
²


Bereken de oppervlakte
Welke (voor)kennis is nodig 
zodat iedere leerling de vraag
kan beantwoorden? 
  • De formule voor de oppervlakte kennen 𝑜𝑝𝑝𝑒𝑟𝑣𝑙𝑎𝑘𝑡𝑒= 𝜋𝑟² 
  • Kunnen kwadrateren
  • Pi kunnen intoetsen op de rekenmachine
  • Weten wat 𝑟² betekent
  • Weten wat 𝜋𝑟² betekent
  • Het verschil tussen diameter en straal weten
  • Alles goed kunnen intoetsen op de rekenmachine
  • Kunnen afronden op een aantal decimalen

Slide 46 - Slide

Het denkproces voorafgaand aan FH
Welke vraag moet iedere
leerling kunnen beantwoorden
aan het einde van de les?


                      



Bereken de oppervlakte
Welke (voor)kennis is nodig 
zodat iedere leerling de vraag
kan beantwoorden? 
  • De formule voor de oppervlakte kennen 𝑜𝑝𝑝𝑒𝑟𝑣𝑙𝑎𝑘𝑡𝑒= 𝜋𝑟² 
  • Kunnen kwadrateren
  • Pi kunnen intoetsen op de rekenmachine
  • Weten wat 𝑟² betekent
  • Weten wat 𝜋𝑟² betekent
  • Het verschil tussen diameter en straal weten
  • Alles goed kunnen intoetsen op de rekenmachine
  • Kunnen afronden op een aantal decimalen

Slide 47 - Slide

Het denkproces voorafgaand aan FH
Welke vraag moet iedere
leerling kunnen beantwoorden
aan het einde van de les?


                      
²


Bereken de oppervlakte
Welke (voor)kennis is nodig 
zodat iedere leerling de vraag
kan beantwoorden? 
  • De formule voor de oppervlakte kennen 𝑜𝑝𝑝𝑒𝑟𝑣𝑙𝑎𝑘𝑡𝑒= 𝜋𝑟² 
  • Kunnen kwadrateren
  • Pi kunnen intoetsen op de rekenmachine
  • Weten wat 𝑟² betekent
  • Weten wat 𝜋𝑟² betekent
  • Het verschil tussen diameter en straal weten
  • Alles goed kunnen intoetsen op de rekenmachine
  • Kunnen afronden op een aantal decimalen
OF OPP = STRAAL x STRAAL x 𝜋

Slide 48 - Slide

Het denkproces voorafgaand aan FH
  • De formule voor de oppervlakte kennen 𝑜𝑝𝑝𝑒𝑟𝑣𝑙𝑎𝑘𝑡𝑒= 𝜋𝑟²
  • Kunnen kwadrateren
  • Pi kunnen intoetsen op de rekenmachine
  • Weten wat 𝑟² betekent
  • Weten wat 𝜋𝑟² betekent
  • Het verschil tussen diameter en straal weten
  • Alles goed kunnen intoetsen op de rekenmachine

Slide 49 - Slide

Focus aanbrengen in
formatief handelen

Slide 50 - Slide

Het denkproces voorafgaand aan FH

Slide 51 - Slide

15 minuten pauze

Slide 52 - Slide

Reflectie op de verwerkingsopdracht
Je ontvangt de verwerkingsopdracht van een collega.
Bespreek deze opdracht a.d.h.v. criteria in de Spinner.
Feedback aan elkaar

Slide 53 - Slide

Reflectie op de      verwerkingsopdracht



Wat neem je nu zelf mee voor een volgende keer dat je feedback organiseert?
Klassikale feedback

Slide 54 - Slide

Casus


Hoe krijg ik alle leerlingen mee met formatief handelen? 

Slide 55 - Slide

Praktijkvoorbeeld
“Docent Habiba wil graag oefenen met formatief handelen. Zij wil daarom een proces van formatief handelen uitvoeren in haar klas. Hierbij kiest zij ervoor om wisbordjes in te zetten.
Zij wil graag dat alle leerlingen actief nadenken en hun antwoord op een wisbordje produceren."
   

Schrijf op wat deze docent tegen haar klas zou kunnen zeggen en waar je op gaat letten tijdens het organiseren van het proces in je klas. 

Deel dit zo in:
  • Voor het beantwoorden van de vraag (nadenken & produceren)
  • Denk ook aan toelichting van je vraag/werkvorm
  • Tijdens het nadenken & produceren
  • Na het nadenken & produceren in het gesprek over het geproduceerde werk. 

Slide 56 - Slide

Hoge verwachtingen


Bij het succesvol implementeren van formatief handelen in je lespraktijk, is het belangrijk dat alle leerlingen gaan nadenken en produceren.

» Maar wat als leerlingen dit niet doen?

Slide 57 - Slide

Suggesties = routines


  • 'Vraag stellen, denktijd bieden, aftellen en stemmen'
  • 'Eerst antwoord 1 bespreken dan 2 etc…'
  • 'Het geven van het antwoord uitstellen zodat leerlingen blijven nadenken'
  • 'Alleen gebruiken als ik het vraag
    » op mijn teken omhoog
    » veeg nog niet uit'

Slide 58 - Slide

Fouten maken hoort erbij, toch?


Leerlingen zijn van nature niet geneigd om hun fouten te delen.
» Wat kunnen wij doen dit mogelijk te maken?


Slide 59 - Slide

Suggesties = positief framen
  • 'Wat fijn dat deze fout nu gemaakt wordt. Daar kunnen we allemaal iets van leren. Laten we even uitpluizen wat hier nog niet goed gaat.'
  • 'Dank je wel dat je dit antwoord met ons deelt. Ik denk dat dit voor ons allemaal heel leerzaam is.'
  • 'Boeiend antwoord. Laten we die even gezamenlijk uitwerken'
  • 'Dit is echt een heel mooi antwoord. De aanpak is fantastisch, heel mooi uitgewerkt. Er zit nog één foutje in, laten we kijken of we die met elkaar kunnen vinden en kunnen oplossen'
  • 'Fijn dat deze fout nu gemaakt wordt, want nu kunnen we het nog oplossen, zodat jullie de fout op de toets niet meer zullen maken'



Slide 60 - Slide

Denkvraag 1
In stap 2 haal je informatie op van de leerlingen uit jouw klas.
Daarna wil je hierover communiceren in stap 3.

     Opdracht:
     Geef een voorbeeld uit jouw lespraktijk waar het informatie ophalen en dit         gesprek soepel/gestructureerd verliep. Wat maakte dit succesvol? Wat zei of       deed je toen?*

* Lukt het niet om een praktijkvoorbeeld te geven ?
  • Bedenk zinnen die je zouden kunnen helpen om deze twee stappen goed te laten verlopen



Slide 61 - Slide

Denkvraag 2
Om stap 2 en 3 soepel te laten verlopen wil je duidelijk communiceren wat je van de leerlingen verwacht.

     Opdracht:
     Omschrijf op welke manier jij non-verbaal communiceert om jouw
     verwachtingen duidelijk te maken.*

* Lukt het niet om een praktijkvoorbeeld te geven ?
  • Bedenk non-verbale handelingen die je kunt gebruiken om stap 2 en 3 goed te laten verlopen.





Slide 62 - Slide

Suggesties = non-verbale signalen      
  • Pauzeren
  • Weglopen naar de andere kant van
    het lokaal
  • Zichtbaar aftellen
  • Te zacht praten
  • Storende leerling begrenzen

Slide 63 - Slide

Denkvraag 3
Om te werken aan de zelfstandigheid en autonomie van leerlingen is het van belang om als docent uit te leggen waarom je bepaalde didactische keuzes maakt. Leerlingen zijn dan ook vaak gemotiveerder.

     Opdracht:
     Omschrijf een moment uit jouw les waar je uitleg geeft over jouw didactische
     keuze. Wat deed of zei je toen?*

* Lukt het niet om een praktijkvoorbeeld te geven ?
  • Bedenk zinnen die je kan gebruiken om jouw didactische keuzes tijdens een proces van formatief handelen te onderbouwen.







Slide 64 - Slide

Suggesties = expliciet je strategie toelichten       
Maak (vooraf) duidelijk aan de klas waarom je het als docent op een bepaalde manier aanpakt
  • 'Ik ga nu informatie ophalen om te kijken waar jullie staan. Als het nog niet helemaal lukt, is dat niet erg, dan weet ik waar ik jullie beter mee moet gaan helpen'
  • 'Ik wil nu even dat het 30 seconden stil is, zodat je echt voor jezelf kan bedenken wat jij denkt dat het goede antwoord is.'
  • Je mag nu niet overleggen, omdat ik wil weten of iedereen het nu snapt
  • 'Ik wijs iemand aan om zijn antwoord te delen, en daarna wijs ik iemand aan om te vragen wat hij of zij van dat antwoord vindt'



Slide 65 - Slide

Denkvraag 4
     Opdracht: 
     Geef een voorbeeld uit je lespraktijk waarbij jij heel tevreden was hoe je met
     foute antwoorden van leerlingen bent omgegaan? En waarom?*

* Lukt het niet om een praktijkvoorbeeld te geven?
Bedenk zinnen die je kan gebruiken om fouten maken bij een proces van formatief handelen te normaliseren

Slide 66 - Slide

Hoe ga je om met 'weet niet..'?    
  • 'Weet niet telt niet': als een leerling antwoordt met 'weet niet', benoem je dat dat niet telt in de klas, dus dat je op korte termijn (bij een andere vraag) bij hem terugkomt.
  • Vraag een andere leerling te helpen en laat de leerling dat antwoord herhalen en stel vervolgens een vergelijkbare vraag als controle vraag.
  • Stimuleer ze met de zin: 'je weet misschien niet alles, maar je weet wel iets. Waar denk je aan?'
  • Als leerlingen 'dat weet ik niet' of 'we weten niks' gebruiken, draai kun je hem vaak omdraaien naar. 'Wat weet je wel?'.
  • Kijk welke voorkennis de leerling wel heeft. Wat weet je nog wel... vervolgens samen met die lln. Op onderzoek uitgaan wat het antwoord dan moet worden.
  • Weten veel leerlingen een vraag niet? Laat ze eerst het antwoord opschrijven (evt. Samen) in hun schrift of op een wisbordje.

Slide 67 - Slide

Denkvraag 5
Om een goede vervolgactie te bepalen in stap 4 is het van belang dat je informatie hebt van alle leerlingen.

     Opdracht: Geef een voorbeeld uit jouw les waarbij alle leerlingen actief
     meededen in stap 2. Omschrijf zo nauwkeurig mogelijk hoe jij dit
     organiseerde en welke taal/zinnen je hebt gebruikt.* 

* Lukt het niet om een praktijkvoorbeeld te geven ?
Bedenk zinnen/handelingen die je kunt inzetten om leerlingen toch betrokken te krijgen bij het nadenken en produceren


Slide 68 - Slide

Bespreken praktijkvoorbeeld    
“Docent Habiba wil graag oefenen met formatief handelen. Zij wil daarom een proces van formatief handelen uitvoeren in haar klas. Hierbij kiest zij ervoor om wisbordjes in te zetten.
Zij wil graag dat alle leerlingen actief nadenken en hun antwoord op een wisbordje produceren."
   

Schrijf op wat deze docent tegen haar klas zou kunnen zeggen en waar je op gaat letten tijdens het organiseren van het proces in je klas. 

Deel dit zo in:
  • Voor het beantwoorden van de vraag (nadenken & produceren)
  • Denk ook aan toelichting van je vraag/werkvorm
  • Tijdens het nadenken & produceren
  • Na het nadenken & produceren in het gesprek over het geproduceerde werk. 

Slide 69 - Slide

En wat nou als ...


… er toch leerlingen zijn die, ondanks deze perfecte voorbereiding, tóch niet mee willen doen?

Slide 70 - Slide

Suggesties 


  • Uitvragen waarom leerling nog niks lijkt te kunnen produceren
  • Leerlingen tijdens het produceren aansporen » 'Ik ben heel benieuwd wat jij denkt?'
  • Na de les kort in gesprek
  • Bij het herhaaldelijk niet meedoen is opschaling (schoolleiding/ouders) nodig

Slide 71 - Slide

Wat neem jij hier nu van mee?
Noteer voor jezelf enkele punten

  • ............
  • ............
  • ............

Slide 72 - Slide

Ontwerp een kort feedbackproces

Slide 73 - Slide

Verwerking
Bedankt voor jullie aandacht!

Stuur een nieuw proces van formatief handelen, de uitvoering én reflectie in via de mail voor 16 april.
Besteed hierbij extra aandacht aan stap 3 (het geven van feedback) en 4 (differentiatie).

We zien elkaar weer op dinsdag 23 april.

Slide 74 - Slide