D H13 MO=MK

MO=MK
hoofdstuk 13
Domein D
havo 4
1 / 41
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

MO=MK
hoofdstuk 13
Domein D
havo 4

Slide 1 - Slide

Waar staat MO voor?
A
marginale opbrengst
B
minimale opbrengst
C
moederdag
D
maximale omzet

Slide 2 - Quiz

Waar staat MK voor?
A
minimale kosten
B
maximale winst
C
maximale kosten
D
marginale kosten

Slide 3 - Quiz

Wat betekent marginale opbrengst?
A
De opbrengst van een product
B
de extra opbrengst van een product
C
de extra opbrengst van een extra product
D
de extra omzet van een extra product

Slide 4 - Quiz

Wat betekent marginale kosten?
A
De extra omzet van een product
B
de extra kosten van een product
C
de extra kosten van één extra product
D
de extra kosten bij een extra bestelling

Slide 5 - Quiz

Wat is er aan de hand in punt..?
A
B
C
A
B
C

Slide 6 - Slide

Wordt er winst of verlies gemaakt in punt A?
A
Winst
B
Verlies
C
geen van beide

Slide 7 - Quiz

Wordt er winst of verlies gemaakt in punt C?
A
winst
B
verlies
C
geen van beide

Slide 8 - Quiz

Wordt er winst of verlies gemaakt in punt B?
A
winst
B
verlies
C
geen van beide

Slide 9 - Quiz

Wat is er zo bijzonder aan punt B?
A
daar wordt maximale winst behaald
B
daar wordt maximale omzet behaald
C
dat is een BEP
D
daar is de winst 0

Slide 10 - Quiz

Als je in punt B 1 extra product zou produceren en verkopen. Hoeveel is dan je extra opbrengst?

Slide 11 - Open question

dus ....
Bij maximale omzet 
MO=0

Slide 12 - Slide

Laten we eens goed naar deze grafiek gaan kijken....

Slide 13 - Slide

Wat staat er op de x-as?

Slide 14 - Open question

Wat staat er op de y-as?

Slide 15 - Open question

Waar staat GO voor?

Slide 16 - Open question

GO = gemiddelde opbrengst
Dit wordt ook wel de prijs-afzet lijn genoemd

Dus bij welke prijs, welke afzet hoort. 

Slide 17 - Slide

Waar staat GTK voor?

Slide 18 - Open question

Waar staat MO voor?

Slide 19 - Open question

Waar staat MK voor?

Slide 20 - Open question

Bij welke hoeveelheid is er een bep?
A
bij 18 (x10.000)
B
bij 4 (x 10.000)
C
bij 11 (x 10.000)
D
bij 22 (x 10.000)

Slide 21 - Quiz

BEP
TO=TK
GO=GTK
TW=0

Slide 22 - Slide

Welke van de drie definities geldt voor deze grafiek als we het bep zoeken?
A
TO=TK
B
TW=0
C
GO=GTK

Slide 23 - Quiz

Bij welke hoeveelheid is er maximale omzet?
A
bij 11 (x10.000)
B
bij 30 (x 10.000)
C
bij 15 (x 10.000)
D
bij 22 (x 10.000)

Slide 24 - Quiz

Wanneer is er ook al weer maximale omzet?
A
MO=0
B
TO=0
C
TO=TK
D
MO=MK

Slide 25 - Quiz

Arceer de omzet bij maximale winst

Slide 26 - Slide

MO=MK
Als de extra opbrengst bij 1 extra product gelijk is aan de extra kosten van dat ene extra product wordt er maximale winst behaald. 

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Hoeveel is de marginale winst als ik 1 i.p.v. 0 producten ga maken en verkopen?

Slide 29 - Open question

Hoeveel is de marginale winst als ik 4 i.p.v. 3 producten ga maken en verkopen?

Slide 30 - Open question

Hoeveel is de marginale winst als ik 5 i.p.v. 4 producten ga maken en verkopen?

Slide 31 - Open question

Bij hoeveel producten heb ik dus maximale winst?
A
bij 4
B
bij 5
C
bij 3
D
bij 1

Slide 32 - Quiz

maximale winst
Is er dus als:

MO=MK

Slide 33 - Slide

dus dit moet je uit je hoofd leren!
BEP :                             GO=GTK
maximale omzet :  MO=0
maximale winst :    MO=MK

Slide 34 - Slide

Stappenplan arceren:
1. Zoek het punt dat je nodig hebt
2. Ga naar de q-as
3. Trek vanaf daar een lijn omhoog
4. Nu kan je alles aflezen op de verticale as

Slide 35 - Slide

Arceer de omzet bij maximale winst

Slide 36 - Slide

Stap 1: zoek het punt
De vraag was: arceer de omzet bij maximale winst

Slide 37 - Slide

stap 2: ga naar de q-as

Slide 38 - Slide

stap 3: trek een lijn omhoog

Slide 39 - Slide

stap 4: lees af wat je nodig hebt. 
Tekst
De vraag was: arceer de omzet 
bij max winst

Slide 40 - Slide

Pak het domein D boekje
lees hoofdstuk 13 nogmaals door
Schrijf je vragen in de kantlijn of in je schrift voor de (volgende) les
Maak 13.1 en 13.2

Slide 41 - Slide