Donna is de ontvanger van de boodschap. Ze leest in dit geval het berichtje.
Gevolgen
Donna moet even nadenken: "Oh ja, ik had inderdaad morgen met Lola afgesproken." <div><br /></div><div>Het bericht van Lola heeft dus een gevolg.</div>
Slide 11 - Slide
Wat of wie is de ontvanger?
A
De informatie
B
De persoon die de boodschap zendt
C
De persoon die de boodschap hoort, ziet, voelt
D
Gesprek, verhaal, boek, videofilm
Slide 12 - Quiz
Wat is de boodschap?
A
De informatie
B
De persoon die de boodschap zendt
C
De persoon die de boodschap hoort, ziet, voelt
D
Gesprek, verhaal, boek, filmpje
Slide 13 - Quiz
Theorie 1
Er zijn verschillende manieren van communicatie.
Direct --> Face to face
Indirect --> Bijvoorbeeld een whatsapp, snapchat of mailtje
Verbaal --> Praten of lezen (met woorden dus)
Non-verbaal --> Gezicht, houding of gebaar
Theorie 1
Theorie
Video: Verbale en non-verbale communicatie
Slide 14 - Slide
Directe Communicatie
Face to face: Je praat met iemand, maar let niet alleen op wat een persoon zegt. Je bent ook bezig met afstand.
Hoe ver of dichtbij iemand mag komen, hangt af van wat voor een relatie je met iemand hebt.
0 - 0.5 meter = intieme zone
0.5 - 1.5 meter = persoonlijke zone
1.5 - 3 meter = sociale zone
3 - 8 meter = publieke zone
Vul op de volgende dia in wie bij jou in welke zone mag komen.
Slide 15 - Slide
Wie laat je toe in welke zone?
0 - 0.5 meter = intieme zone
0.5 - 1.5 meter = persoonlijke zone
1.5 - 3 meter = sociale zone
3 - 8 meter = publieke zone
Vrienden
Ouders
Broer/Zus
Kennissen
Teamgenootjes
Een vreemde
Coach
Een docent
Familie
Klasgenoot
Slide 16 - Drag question
Communicatie:
Communicatie is bedoeld of onbedoeld een bepaalde boodschap overbrengen aan iemand anders.
Communicatie bestaat altijd uit 5 elementen: zender, boodschap, kanaal of medium, ontvanger en gevolgen
Communicatie kan op verschillende manieren plaatsvinden: verbaal, non-verbaal, direct of indirect
Om te onthouden
Slide 17 - Slide
Verwerking
Slide 18 - Slide
Opdracht
1. Maak een Word-bestand.
2.Zoek een afbeelding/plaatje
3. Schrijf erbij: Wat de 5 onderdelen van communicatie zijn.
Slide 19 - Slide
Voorbeeld
Wie is de zender? - AH
Wat is de boodschap? - kom boodschappen doen
Wat is het medium? - Reclame op TV
Wie is de ontvanger? - ik
Wat is het gevolg? - ik ga boodschappen doen.
Slide 20 - Slide
Deze les hebben we geleerd wat gezondheid is. Volgende keer aan we het hebben over een gezonde leefstijl