TC 7.15

7.15 groot-groter-grootst
1 / 15
next
Slide 1: Slide
Alfabetisering NT2MBOStudiejaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

7.15 groot-groter-grootst

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  • Je leert zinnen maken, waarbij je informatie geeft over mensen, dingen of dieren.
  • Je kunt bijvoeglijke naamwoorden gebruiken.
  • Je kunt uitleggen wat een vergelijking is. 

Slide 2 - Slide

Vandaag
  • Op goed geluk
  • Uitleg
  • Complimenten
  • Wordwall
  • Samen bespreken
  • Interview
  • liedje 'Sneller'

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

7.15
In het kort (1.15)
  • Vergelijking
  • meestal -er achter het woord (groot --> groter)
  • Laatste letter r? --> -der achter het woord (lekker --> lekkerder)
  • Sommige woorden zijn onregelmatig 
  • rood - roder - meest rood 
  • moe - meer moe - het moest 
  • Kijktip: juf M ''trappen van vergelijking''

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Jij bent van iedereen het.......

Slide 7 - Slide

Wordwall

Slide 8 - Slide

Bespreek samen
  1. Kijk je graag TV of lees je liever?
  2. Wat vind je leuker: fietsen of wandelen?
  3. Welk land vind je het mooist? Waarom?
  4. Wat vind je het vervelendst? De WC schoonmaken of afwassen? Waarom?
  5. Wat vind je belangrijker? Geld of gezondheid? Waarom?
  6. Wat vind je lekkerder: chips of snoep? 

Slide 9 - Slide

Interview
Maak tweetallen. Persoon A stelt vragen over het afgelopen jaar. Persoon B geeft antwoord. Het gesprek wordt opgenomen (spraakbericht). 
  • Wat vond je leuk/grappig/saai/vervelend/lastig/makkelijk

Ik vond.....het leukst omdat......
Ik vond.......het grappigst omdat......

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Bedenk een zin met snel

Slide 12 - Open question

Bedenk een zin met sneller dan

Slide 13 - Open question

Bedenk een zin met snelst

Slide 14 - Open question

Terugblik

Slide 15 - Slide