Goede stagiairs beginnen bij goede begeleiding

Goede stagiairs beginnen bij goede begeleiding

The future is in (y)our hands

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeHBOStudiejaar 4

This lesson contains 26 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Goede stagiairs beginnen bij goede begeleiding

The future is in (y)our hands

Wat maakt een goede stagebegeleider? (houding/aanpak/vaardigheden)

Wat vinden wij goede eigenschappen van een begeleider?

Kritisch durven zijn

Geduld

Meedenkend

Duidelijke communicatie

Los kunnen laten

Luisteren

Activerend

Empatisch

Ruimte geven

Positief

Geinteresseerd

Enquête studenten ALO jaar 4 (2026, maart).

Wat maakt een goede stagebegleider?

Volgens David Kolb;

''Leren is effectief wanneer er een cyclus wordt doorlopen, ook wel ervaringsleren genoemd''


  • Doen; het concreet ervaren

  • Terugblikken; reflectie/observatie

  • Theorie

  • Toepassen; actief experimenteren

Reflectiemodel (Kolb, 1984)

- Laat de stagiaire het zelf doen

- Geef feedback (aan de hand van theorie)

- Laat de stagiaire het weer doen


Wat maakt een goede stagebegleider?

Dramadriekhoek (Karpman, 1968)

Dramadriehoek


  • Aanklager

  • Redder

  • Slachtoffer

Wat maakt een goede stagebegleider?

Winaarsdriehoek


  • Kwetsbaar

  • Assertief

  • Behulpzaam

Dramadriekhoek (Karpman, 1968)

Wat maakt een goede stagebegleider?

  • Stimuleert eigenschap omdat het dwingt tot nadenken


  • Vragen voelt minder als een aanval dan directe kritiek

Vragenderwijs feedback (Hattie & Timperley, 2007)

Bijvoorbeeld;

''Wat deed je toen anders?''


''Wat is een kleine volgende stap?''


''Wanneer verliep het beter?''

Wat maakt een goede stagebegleider?

4 leiderschapsstijlen


  1. Instrueren

  • Veel sturing

  • Weinig ondersteuning


  1. Begeleiden

  • Veel sturing

  • Veel ondersteuning

Situationele leiderschap (Hersey en Blanchard, 1977)


  1. Coachen

  • Weinig sturing

  • Veel ondersteuning


  1. Delegeren

  • Weinig sturing

  • Weinig ondersteuning

Wat maakt een goede stagebegleider?

Situationele leiderschap (Hersey en Blanchard, 1977)

Bijvoorbeeld:

  1. Veel voordoen en sturing geven

  2. Feedforward en feedback

  3. Stagiaire vrijheid geven en achteraf feedback geven

  4. Stagiaire het zelf laten doen

Wat maakt een goede stagebegleider?

Feed back

  • Hoe gaat het nu? Hoe ver is de stagiaire al?


Feed up

  • Waar wordt naartoe gewerkt? Wat is het doel?


Feed forward

  • Hoe nu verder?

Feedback principes (Hattie & Timperley, 2007)

Casussen

Aanklager

Slachtoffer

Assertief

Redder

Zorgend

Kwetsbaar

''Waarom greep je niet in?''

''Laat mij dit maar even doen''

''Die leerlingen luisteren toch nooit''

''Ik merk dat ik het lastig vind om in te grijpen''

''Wat heb je van mij nodig om hierin te groeien?''

''Ik ben bang om streng over te komen''

Casussen

Aanklager - ''Waarom greep je niet in?''

Redder - ''Laat mij dit maar even doen''

Slachtoffer - ''Die leerlingen luisteren toch nooit''


Assertief - ''Ik merk dat ik het lastig vind om in te grijpen''

Zorgend - ''Wat heb je van mij nodig om hierin te groeien?''

Kwetsbaar - ''Ik ben bang om streng over te komen''

Wat maakt een goede stagebegleider?

Transactionele Analyse theorie (Berne, 1950)

Wat is Transactionele Analyse (TA)?

Wat maakt een goede stagebegleider?

Transactionele Analyse theorie (Berne, 1950)

Wat maakt een goede stagebegleider?


  1. Gedrag

  • Wat deed je?

  • Bijvoorbeeld; ''Ik zeg niks over storend gedrag''


  1. Competenties

  • Wat kun je?

  • Bijvoorbeeld; ''Ik ben behulpzaam''

Reflectiemodel (Korthagen, 1993)

  1. Overtuigingen

  • Wat denk je?

  • Bijvoorbeeld; ''Ik wil aardig gevonden worden''


  1. Identiteit

  • Wie ben je als docent?

  • Bijvoorbeeld; ''Ik wil geen
    strenge docent zijn''

Voor diepliggende blokkades en persoonlijke ontwikkeling

Opdracht: verboden advies


  • Maak tweetallen

  • Verdeel de rollen; stagiaire en stagebegeleider

  • De stagiaire bedenkt een casus waarbij hij/zij moeite had tijdens het lesgeven

  • De stagebegeleider bedenkt vragen om de stagiaire na te laten denken over zijn eigen handelen (zonder direct advies te geven!)


-Reflectiemodel Kolb

-Situationele leiderschap

-Transactionele analyse

-Dramadriehoek Karpman

-Feedback principes

-Reflectiemodel Korthagen

-Vragenderwijs feedback

Wat kun je verwachten van je stagiaire?


Leerjaar 1, 2, 3 en 4

Leerjaar 1

Heeft moeite met ...


  • Overzicht houden

  • Orde houden

  • Duidelijke instructie geven (5 W's)



De stagiaire kan ...


  • Enkele activiteiten uitleggen

  • Helpen bij organiseren (materialen veilig neerzetten)

  • Contact leggen met leerlingen

Bron: Hogeschool van Amsterdam. (z.d.). SHL eindbeoordeling WPL jaar 1/2/3/4. Brightspace.


Leerjaar 1


  • Veel voordoen en sturing geven

  • Actief meedenken over de les

  • Veiligheid waarborgen

  • Fouten maken mag!

Wat kun jij doen?

Bron: Hogeschool van Amsterdam. (z.d.). SHL eindbeoordeling WPL jaar 1/2/3/4. Brightspace.


Leerjaar 2

Heeft moeite met ...


  • Differentiaties toepassen

  • Een eigen lesgeefstijl ontwikkelen

  • Gehele lessen geven



De stagiaire kan ...


  • Een (veilige) les voorbereiden en uitvoeren

  • Orde houden

  • Passend contact met leerlingen maken

Bron: Hogeschool van Amsterdam. (z.d.). SHL eindbeoordeling WPL jaar 1/2/3/4. Brightspace.


Leerjaar 2


  • Helpen differentiëren op groeps-
    niveau

  • Eigen lesgeefstijl laten vormen

  • Ondersteunen en sturing geven
    tijden de les

  • Reflecteer op leerdoelen

Wat kun jij doen?

Bron: Hogeschool van Amsterdam. (z.d.). SHL eindbeoordeling WPL jaar 1/2/3/4. Brightspace.


Leerjaar 3

Heeft moeite met ...


  • Individuele leerhulp geven

  • Moeite met consequent handelen

  • Constructive aligned; doel, activiteit, evaluatie



De stagiaire ...


  • Kan een volledige les geven

  • Begint een eigen stijl te creëren

  • Kan differentiëren op groepsniveau

Bron: Hogeschool van Amsterdam. (z.d.). SHL eindbeoordeling WPL jaar 1/2/3/4. Brightspace.


Leerjaar 3


  • Stagiaire zelfstandig de lessen laten geven

  • Zelfreflectie stimuleren; ''Waarom heb je voor deze aanpak gekozen?''

  • Ondersteunen bij individuele leerhulp

  • Terugkoppelen op het leerdoel van stagiaire

Wat kun jij doen?

Bron: Hogeschool van Amsterdam. (z.d.). SHL eindbeoordeling WPL jaar 1/2/3/4. Brightspace.


Leerjaar 4

Heeft moeite met ...


  • Een eigen visie ontwikkelen/toepassen

  • Is het lesdoel behaald?

  • Omgaan met groepsdynamiek



De stagiaire kan ...


  • Zelfstandig lessen geven

  • Differentieren op individueel niveau

  • Bewust didactische keuzes maken

Bron: Hogeschool van Amsterdam. (z.d.). SHL eindbeoordeling WPL jaar 1/2/3/4. Brightspace.


Leerjaar 4


  • Sparren over didactische keuzes/visie

  • Vrijheid geven

  • Uitdagen; kritische vragen stellen

Wat kun jij doen?

Bron: Hogeschool van Amsterdam. (z.d.). SHL eindbeoordeling WPL jaar 1/2/3/4. Brightspace.


Bedankt voor jullie aanwezigheid!


En veel plezier bij de laatste ronde van onze workshop: Verdieping!