90 suikerklontjes per week (week 12 - 16 maart) AA

90 suikerklontjes per week AA
week 12 - 16 maart
1 / 33
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

90 suikerklontjes per week AA
week 12 - 16 maart

Slide 1 - Slide

Vandaag
Welkom
- startklaar, presentie, voorstellen
Nieuwsbegrip
- tekst lezen, vragen maken, nakijken, filmpje kijken
(Schrijven: hoofdstuk 3 maken)
Blooket: herhalen woorden Nieuwsbegrip

Slide 2 - Slide

Hoe gaat het met jou?
😒🙁😐🙂😃

Slide 3 - Poll

Hoe komt dat?

Slide 4 - Mind map

Welkom
-startklaar
- presentie en voorstellen

Slide 5 - Slide

Doelen
- we kunnen de tekst lezen
- we kunnen de tekst begrijpen
- we kunnen de vragen beantwoorden
- we leren 12 nieuwe woorden

Slide 6 - Slide

Vind jij lezen leuk?
1 = helemaal niet leuk 100 = superleuk
0100

Slide 7 - Poll

Hoeveel boeken lees jij per jaar?
-1100

Slide 8 - Poll

Wat weet jij over suiker?

Slide 9 - Mind map

Nieuwsbegrip
- wat is de titel
- wat is de inleiding
- voorspellen: waar gaat de tekst over?
- lezen: zelf in stilte, docent leest, lezen in tweetallen
timer
5:00

Slide 10 - Slide

Waar gaat de tekst over?

Slide 11 - Open question

Vragen maken
- lees de vragen 
- beantwoord de vragen
- je mag schrijven op je papier
- je mag fluisterend overleggen met je buurman/buurvrouw
timer
12:00

Slide 12 - Slide

Bij welke opdracht ben jij?

Slide 13 - Open question

Opdracht 1
Wat betekent binnenkrijgen?
A
beter worden door veel uit te rusten en te slapen
B
in je lichaam krijgendoor te eten of te drinken
C
uit je lichaam krijgen door over te geven

Slide 14 - Quiz

Opdracht 2
Wat betekent de kans?
A
wat al is gebeurd
B
wat kan gebeuren
C
wat nooit zal gebeuren

Slide 15 - Quiz

Opdracht 3
Wat betekent het product?
A
iets wat gemaakt is
B
iets wat gezond is
C
iets wat heel duur is

Slide 16 - Quiz

Opdracht 4
Wat betekent de energie?
A
de kracht en de zin om iets te doen
B
het eten waar je gezond van blijft
C
het werk dat je moet doen

Slide 17 - Quiz

Opdracht 5
Wat betekent natuurlijk?
A
door de natuur gemaakt
B
door een machine gemaakt
C
door een mens gemaakt

Slide 18 - Quiz

Opdracht 6
Wat betekent toevoegen?
A
er veel van hebben
B
erbij doen
C
wegdoen

Slide 19 - Quiz

Opdracht 7
Wat betekent het is geen ramp?
A
het is anders
B
het is niet erg
C
het is vervelend

Slide 20 - Quiz

Opdracht 8
Wat kun je nog meer binnenkrijgen?
A
brood
B
honger
C
lawaai
D
fruit

Slide 21 - Quiz

Opdracht 9
Wat denk je dat ze zei?
A
Het is geen ramp, we gaan de puzzel weer samen maken.
B
Ik heb geen zin om allemaal puzzelstukjes op te rapen.
C
Ik wil niet dat je straks stukjes gaat toevoegen.

Slide 22 - Quiz

Opdracht 10
Welk woord past op de open plek?
A
binnenkrijgen
B
toevoegen
C
volgen

Slide 23 - Quiz

Opdracht 11
Aan het eind laat iedereen zijn ......... zien.

Slide 24 - Open question

Sommige kinderen willen nog extra kleuren .............. aan hun tekening.

Slide 25 - Open question

"Let op dat de kleuren wel ............. zijn. Zo lijkt het helemaal echt.

Slide 26 - Open question

Opdracht 12
Wat betekent dit voor Thirza?
A
De kans is klein dat ze te laat komt.
B
Er is een grote kans dat ze op tijd komt.
C
Er is geen kans dat ze op tijd komt.

Slide 27 - Quiz

de energie
de kans
het product
iets wat gemaakt is
de kracht en zin om iets te doen
wat kan gebeuren

Slide 28 - Drag question

Hoe gaat het nu met jou?
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Poll

Wat hebben we vandaag gedaan?

Slide 30 - Mind map

Wat heb jij vandaag geleerd?

Slide 31 - Mind map

Doelen
- we kunnen de tekst lezen
- we kunnen de tekst begrijpen
- we kunnen de vragen beantwoorden
- we leren 12 nieuwe woorden

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Link