1. Plezier in het spel staat voorop, voor kinderen en professionals.
2. Schep spelsituaties waarin kinderen taal nodig hebben, met jou en met elkaar.
3. Betrek álle kinderen in communicatie, dus ook de laagtaalvaardige, stille of minder actieve kinderen.
Verkennen
4. Observeer eerst goed waar de kinderen mee bezig zijn in hun spel voordat je mee gaat spelen.
Verbinden.
5. Ga mee in het spel van de kinderen: stap in de doe-alsof wereld.
6. Schep ruimte voor eigen bijdragen van kinderen en ga daarin mee.
7. Betrek kinderen op elkaar.
Verrijken
8. Benut kansen in het doen-alsof spel om kinderen tot (complexe) denktaal uit te dagen.
9. Verdiep en verbreed het spel.
10. Gebruik een probleem of creëer een probleem.