Studiemiddag woordenschat 4-12

Studiemiddag woordenschat

1 / 34
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundePraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 300 min

Items in this lesson

Studiemiddag woordenschat

Slide 1 - Slide

Terugblik
We zijn begonnen een aantal studiedagen geleden met welke woorden handig zijn om aan te bieden. 

De vorige studiedag zijn we bezig geweest met hoe we die woorden aan gaan bieden. 

Slide 2 - Slide

Doel van vandaag

Na deze studiemiddag heb je een concreet plan voor het aanleren van jouw gekozen woorden in een les.

Slide 3 - Slide

Programma van vandaag
13:00 - 13:45 Terugblik en vooruitblik van de studiemiddag
13:45 - 14:00 Opdracht
14:00 - 14:15 Gezamenlijke terugkoppeling
14:15 - 14.30 Pauze
14.30 - 15:15 Opdracht
15:15 - 15:30 Plenaire terugkoppeling

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Overzicht stappen aanleren woordenschat

Slide 6 - Slide

De betekenis van een doelwoord duidelijk maken aan de leerlingen.
A
Selecteren
B
Consolideren
C
Semantiseren
D
Controleren

Slide 7 - Quiz

Hoe kun je dat doen?
ui... (x3)

Slide 8 - Open question

Welke categorie woorden heb je nodig om een vakbegrip uit te leggen?
A
Algemeen Nederlands
B
Schooltaal- en instructiewoorden
C
Algemene vaktaal of beroepstaalwoorden
D
Vakbegrippen, vaktermen

Slide 9 - Quiz

Je speelt een woordbingo met woorden die je eerder hebt aangeleerd. Dit is een voorbeeld van:
A
Controleren
B
Semantisteren
C
Selecteren
D
Consolideren

Slide 10 - Quiz

Feedback Annemarije
Itta

Slide 11 - Slide

Tips selecteren

Slide 12 - Slide

Stap 2 Semantiseren

Slide 13 - Slide

Stap 2 Semantiseren

Slide 14 - Slide

Stap 4 Consolideren

Slide 15 - Slide

Stap 4 Consolideren

Slide 16 - Slide

Handdoek
Handen wassen
Dik en zacht
Handen afdrogen

Slide 17 - Slide

Theedoek
Afwas
Borden en bestek afdrogen
Dun

Slide 18 - Slide

Overeenkomsten en verschillen 
Noem overeenkomsten en verschillen tussen de handdoek en de theedoek. 

Slide 19 - Slide

Korte voorbeelden voor in de les
1. Ik ga servies afdrogen. Welke doek gebruik ik?

2. Waarmee maak ik mijn handen droog?

3. Doe eerst de handdoek in de was en daarna de theedoek in de was. 

Slide 20 - Slide

Opdracht: zelfde groepjes 
 Bespreek samen:
1. Staan jullie nog steeds achter de woorden die jullie hebben gekozen?
2. Zijn jullie bedachte werkvormen haalbaar in jullie lessen?
3. Kijk samen of jullie de werkvormen simpeler kunnen maken, zodat jullie je er zelf comfortabel bij voelen om dit uit te voeren in de les. 

Slide 21 - Slide

Groepindeling
Nederlands: Rianne, Adelien
Rekenen: Aletta, Karin
Mens & maatschappij: Annemarijn, Annemieke, Mark
LOB/Burgerschap: Matthias, Selena, Ingeborg
Koken: Bas, William, Nathanja
Techniek, metaal, hout: Gerrit, Jorrit, Twan
CCV: Tjeerd, Willeke
Bewegingsonderwijs: Florentijn, Jan Frank
Tuin: Corinda, Andre
Sova: Wilma, Erik

Slide 22 - Slide

Wat vonden jullie goed aan jullie opdracht en zijn er nog dingen die jullie hebben veranderd?

Slide 23 - Open question

Pauze
14:30 uur terug
- Praktijk in lokaal 12
- Avo in lokaal 11

Slide 24 - Slide

AVO

Slide 25 - Slide

Opdracht
1. Kies 2 vakken/lessen na de Kerstvakantie, voor de voorjaarsvakantie. 
2. Kies 1 woord per les die je gaat aanbieden.
3. Zoek hier werkvormen bij om te semantiseren en te consolideren. 
4. Vul de lesplanner in. 

Slide 26 - Slide

Voorbeeld

Slide 27 - Slide

Kies 1 les uit. Vertel wat je hebt bedacht.

Slide 28 - Slide

Praktijk
lesplanner 
PRAKTIJK

Slide 29 - Slide

Opdracht
1. Kies 2 vakken/lessen na de Kerstvakantie, voor de voorjaarsvakantie.
2. Kies 1 woord per les die je gaat aanbieden.
3. Zoek hier werkvormen bij om te semantiseren en te consolideren.
4. Vul de lesplanner in. 

Slide 30 - Slide

Voorbeeld

Slide 31 - Slide

Kies 1 les uit. Vertel wat je hebt bedacht.

Slide 32 - Slide

Wat neem je mee van deze dag?

Slide 33 - Open question

Uitleg lesbezoeken
- We komen kijken hoe de leerlingen reageren op het oefenen met woorden. 
- Je krijgt een mail die je voor de Kerstvakantie moet beantwoorden. 
- Zoek een geschikt moment waarop je aan woordenschat werkt tussen de kerstvakantie en voorjaarsvakantie. 

Slide 34 - Slide