Les 7: wwg en mwv

wwg en mwv
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijs

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

wwg en mwv

Slide 1 - Slide

Lesdoel
Aan het eind van deze les kun je het werkwoordelijk gezegde en het meewerken voorwerp in een zin aanwijzen.

Slide 2 - Slide

Het werkwoordelijk gezegde
Het werkwoordelijk gezegde bestaat uit de persoonsvorm en de andere werkwoorden in de zin.
Samen met het onderwerp vormt het werkwoordelijk gezegde meestal een begrijpelijke korte zin.

Ik heb gisteren goed voor mijn toets geleerd.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Wat is het werkwoordelijk gezegde?

Sandra heeft echt mooie bloemen gekocht.

Slide 5 - Open question

Wat is het werkwoordelijk gezegde?

De meisjes worden morgen opgehaald met de taxi.

Slide 6 - Open question

Wat is het werkwoordelijk gezegde?

De klas heeft heel goed opgelet tijdens de les.

Slide 7 - Open question

Slide 8 - Video

Is er een meewerkend voorwerp in onderstaande zin?
'We willen een cadeaubon kopen voor de leerkracht.'
A
Wel een meewerkend voorwerp
B
Geen meewerkend voorwerp

Slide 9 - Quiz

Is er een meewerkend voorwerp in onderstaande zin?
Hij laat al zijn geld na aan goede doelen.
A
Wel een meewerkend voorwerp
B
Geen meewerkend voorwerp

Slide 10 - Quiz

Wat is het meewerkend voorwerp?

Sophie doet jou de groeten.
A
Geen meewerkend voorwerp
B
jou
C
Sophie
D
de groeten

Slide 11 - Quiz

Samengevat
Werkwoordelijk gezegde : alle werkwoorden in een zin (dus ook de persoonsvorm)

Meewerkend voorwerp: aan of voor wie/wat + pv + ond + lv + wwg

Sandra heeft Patrick een mooie bos bloemen gegeven.

pv = heeft (Heeft Sandra Patrick een mooie bos bloemen gegeven?)
wwg = heeft gegeven (Sandra heeft Patrick een mooie bos bloemen gegeven.
ond = Sandra (Wie of wat heeft gegeven?)
lv = een mooie bos bloemen (Wie of wat heeft Sandra gegeven?)
mwv = Patrick (Voor wie of aan wie heeft Sandra een mooie bos bloemen gegeven?)

Slide 12 - Slide

aan
Onderwerp
persoonsvorm
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
werkwoordelijk gezegde
Joni en Sander
hebben
2 kinderen
het Leger des Heils
gegeven.

Slide 13 - Drag question

gisteren
gegeten.
Onderwerp
persoonsvorm
lijdend voorwerp
Wilco en Patrick
hebben
een kippetje

Slide 14 - Drag question

die
wel.
Onderwerp
persoonsvorm
lijdend voorwerp
Een frikandel
lust
ik

Slide 15 - Drag question

Zelfstandig aan het werk
Na deze les ga je aan het werk aan jouw weektaak Nederlands in VMBO: VO-Next
pRO en vROC: NUMO

Slide 16 - Slide

Deze les
Heb je geleerd wat het werkwoordelijk gezegde en het meewerkend voorwerp zijn en hoe je die in een zin kunt vinden.


Volgende week gaan we het hebben over leesstrategieen.

Slide 17 - Slide