Examentraining 24

Wat betekent dit bord?
A
Einde alle verboden.
B
Einde alle bepalingen.
C
Einde van alle elektronische signaleringsborden.
1 / 60
next
Slide 1: Quiz
RijopleidingMBOStudiejaar 4

This lesson contains 60 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Wat betekent dit bord?
A
Einde alle verboden.
B
Einde alle bepalingen.
C
Einde van alle elektronische signaleringsborden.

Slide 1 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Maximum snelheid 45 km /h voor alle voertuigen.
B
Maximum snelheid 45 km /h voor alle motorvoertuigen.
C
Maximumsnelheid voor de brommobiel.

Slide 2 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Maximum snelheid voor de personenauto.
B
Maximumsnelheid voor alle motorvoertuigen.
C
`s Nachts geldt er geen snelheidsbeperking.

Slide 3 - Quiz

Waar kunt u dit bord tegenkomen?
A
Op een woonerf.
B
Op een winkelerf.
C
Op een erf.

Slide 4 - Quiz

Waar kunt u dit bord tegenkomen?
A
Op wegen binnen de bebouwde kom.
B
Op wegen buiten de bebouwde kom.
C
Op wegen binnen en buiten de bebouwde kom.

Slide 5 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Over een lengte van 5 km is er een maximum snelheid van 80 km/h.
B
Over 5 km is er een maximum snelheid van 80 km/h.
C
Over een lengte van 5 km is er een maximum snelheid van 80 km/h en zijn er geen tegenliggers .

Slide 6 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Herhaling maximumsnelheid.
B
Wijziging maximumsnelheid
C
Einde maximumsnelheid.

Slide 7 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Afslag industrie terrein
B
Gevaarlijke stoffen.
C
Afslag havens.

Slide 8 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Voorrangsweg.
B
Einde voorrangskruispunt.
C
Einde voorrangsweg.

Slide 9 - Quiz

Dit bord geplaatst bij de overweg staat...
A
Als eerste en aan de linkerkant van de weg.
B
Als laatste en aan de linkerkant van de weg.
C
Als eerste en aan de rechterkant van de weg
D
Als laatste en aan de rechterkant van de weg

Slide 10 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
U rijdt op de uitvoegstrook van de A28.
B
U rijdt op de invoegstrook van de A28.
C
U rijdt op de verbindingsboog van de A28.

Slide 11 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
U nadert een divergentiepunt.
B
U nadert een convergentiepunt.
C
U nadert een weefvak.

Slide 12 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Een verbod om de weg naar links te volgen
B
Een gebod voor vrachtauto`s en autobussen om de weg naar links te volgen.
C
Een gebod voor vrachtauto`s om de weg naar links te volgen.

Slide 13 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Festival terrein.
B
Openbaar vervoer.
C
Carpool terrein.

Slide 14 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Rechtsaf voor het tanken van elektriciteit en waterstof.
B
Rechtsaf voor het tanken van waterstof en LNG.
C
Rechtsaf voor het tanken van elektriciteit en LNG.

Slide 15 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Openbaar parkeerterrein.
B
Betaald parkeerterrein.
C
Overdekt parkeerterrein.

Slide 16 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Tram / bushalte
B
Ziekenhuis.
C
Havens.

Slide 17 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Omleiding route 24 en 25.
B
Tijdelijke omleiding 24 en 25
C
Route 24 en 25.

Slide 18 - Quiz

Welke weggebruiker mag deze weg ingaan?
A
De bestuurder van de tram.
B
De bestuurder van de lijnbus.
C
De voetganger

Slide 19 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Eenrichtingsweg niet inrijden.
B
U mag hier met een motorvoertuig niet inrijden.
C
Anti spookrij maatregel

Slide 20 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
U moet rekening houden met tegemoet komende fietsers, snorfietsers en brommobielen.
B
U moet rekening houden met tegemoet komende fietsers, snorfietsers en gehandicaptenvoertuigen.
C
U moet rekening houden met tegemoet komende fietsers, bromfietsers en brommobielen.

Slide 21 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Geslotenverklaring voor alle motorrijtuigen op meer dan 2 wielen.
B
Geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op meer dan 2 wielen.
C
Geslotenverklaring voor alle voertuigen op meer dan 2 wielen.

Slide 22 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Gesloten voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen.
B
Gesloten voor vrachtauto`s op meer dan 2 wielen.
C
gesloten voor vrachtauto`s.

Slide 23 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Gesloten voor motorvoertuigen met aanhangwagen.
B
Gesloten voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen met aanhangwagen.
C
Gesloten voor voertuigen met aanhangwagen.

Slide 24 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Verboden voor vrachtauto`s op minder dan 6 wielen.
B
Verboden voor vrachtauto`s met uitstoot klasse lager dan 6.
C
Verboden voor voor vrachtauto`s voor 06 u.

Slide 25 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Verbod om te keren.
B
Gebod om te keren.
C
Gebod om links af te slaan.

Slide 26 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
U moet nu rekening houden met bromfietsers op de rijbaan.
B
U hoeft nu in principe geen rekening te houden met bromfietsers op de rijbaan.
C
Bromfietser die met inbegrip van lading breder zijn dan 75 cm moeten nu naar het bromfietspad.

Slide 27 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Stilstaan in een parkeervak is toegestaan.
B
Stilhouden is verboden.
C
Stilstaan in een parkeervak is verboden.

Slide 28 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Op dit parkeerterrein mogen alle voertuigen in de vakken worden geparkeerd.
B
Motorvoertuigen op meer dan 2 wielen moeten gebruik maken van een parkeerschijf
C
Parkeren enkel in de vakken.

Slide 29 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Inhalen van de brommobiel niet toegestaan
B
Inhalen van bromfietsen niet toegestaan
C
Inhalen van motorfietsen wel toegestaan.

Slide 30 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Grens.
B
Stop.
C
Eenrichting weg.

Slide 31 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Tegenliggers.
B
Inrijden toegestaan.
C
Twee richtingsweg.

Slide 32 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Volgen van de richting die op het bord is aangegeven.
B
Gebod voor alle bestuurders om dit bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft.
C
U mag aan beide zijden voorbij gaan.

Slide 33 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Passeerstrook bestemd voor land -en bosbouw voertuigen.
B
Passeerstrook bestemd voor motorvoertuigen met een maximum snelheid van 25 km/h.
C
Passeerstrook bestemd voor motorvoertuigen met een maximum snelheid van 40 km/h.

Slide 34 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Rijstrook bedoeld voor bestuurders van autobussen en lijnbussen.
B
Rijstrook bedoeld voor bestuurders van autobussen.
C
Rijstrook bedoeld voor bestuurders van lijnbussen.

Slide 35 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Vrachtauto`s mogen geen andere rijstrook gebruiken.
B
Rijstrook bedoeld voor bestuurders van vrachtauto`s .
C
Rijstrook bedoeld voor bestuurders van vrachtauto`s en bestelauto`s.

Slide 36 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Verboden fietsen en bromfietsen te plaatsen.
B
Verboden fietsen en bromfietsen te parkeren.
C
Verboden fietsen , snor- en bromfietsen te parkeren.

Slide 37 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Laad / losgelegenheid.
B
Laad / losgelegenheid voor vrachtauto`s.
C
Laad / losgelegenheid voor motorvoertuigen.

Slide 38 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Verplicht gebruik voor bestuurders van elektrische snorfietsen.
B
Mag worden gebruikt door bestuurders van een elektrische snorfiets.
C
Mag worden gebruikt door bestuurders van een elektrische brom- en snorfiets.

Slide 39 - Quiz

Wat betekenen deze borden?
A
Verboden voor vrachtauto`s en bestelbussen op grijs kenteken.
B
Verboden voor vrachtauto`s en bestelbussen op grijs kenteken uitgezonderd met elektromotor.
C
Verboden voor vrachtauto`s en bestelbussen uitgezonderd met elektro- of LNG motor.

Slide 40 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Spooroverweg die niet bewaakt is.
B
Spooroverweg met waarschuwingslichten.
C
Spooroverweg met AKI.

Slide 41 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Gevaarlijke helling.
B
Gevaarlijke daling.
C
Steile helling.

Slide 42 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Beweegbare brug.
B
Gevaarlijke brug.
C
Gevaarlijke kademuur.

Slide 43 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Kinderen.
B
Voetgangers.
C
Oversteekplaats.

Slide 44 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Parkeerhaven.
B
Vluchthaven met noodvoorziening.
C
Vluchthaven.

Slide 45 - Quiz

Wat betekent de rechterstrook op dit bord?
A
Kruipstrook
B
Vluchtstrook
C
Spitsstrook

Slide 46 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Uitrijstrook.
B
Uitwijkstrook.
C
Omleidingsstrook.

Slide 47 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Reserve wiel verplicht.
B
Bandenspanning controleren.
C
Sneeuwketting verplicht.

Slide 48 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Schrikhek afslaan naar rechts.
B
Bochtschild naar rechts.
C
Gevaarlijke bocht naar rechts.

Slide 49 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Omleidingsroute 101.
B
Uitwijkroute 101.
C
Stadsroute 101.

Slide 50 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Doodlopende weg.
B
Vooraanduiding doodlopende weg.
C
Verboden rechts af te slaan

Slide 51 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Wegversmalling.
B
Rijbaanversmalling.
C
Rijstrookversmalling.

Slide 52 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Slecht wegdek.
B
Meerdere drempels.
C
Wegwerkzaamheden.

Slide 53 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
De invoegstrook is minder dan 200m lang.
B
De invoegstrook is meer dan 200m lang.
C
De invoegstrook is minder dan 400m lang.

Slide 54 - Quiz

Wat betekent dit baken?
A
U moet dit baken aan de rechterkant voorbijrijden.
B
U moet dit baken aan de linkerkant voorbijrijden.
C
U mag dit baken zowel links als rechts voorbij rijden.

Slide 55 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Gesloten voor voertuigen hoger dan op het bord vermeld.
B
Hoogtebeperking.
C
Informatie over de hoogte van de onderdoorgang.

Slide 56 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
U mag altijd doorrijden.
B
U moet voetgangers op de rijbaan voor laten gaan.
C
U moet rekening houden met een wegversmalling

Slide 57 - Quiz

U ziet dit onderbord op een fiets- / bromfietspad u ...
A
Ziet een tweezijdig fietspad.
B
Ziet een eenzijdig fietspad.

Slide 58 - Quiz

Waar kunt u dit bord tegenkomen?
A
Bij bruggen.
B
Bij viaducten.
C
Bij tunnels.

Slide 59 - Quiz

Dit bord is bedoeld voor?
A
Bestuurders.
B
Bestuurders van voertuigen.
C
Bestuurders van motorvoertuigen.

Slide 60 - Quiz