Retaillogistiek H5 Verkoopklaar maken

Hfst 5 Verkoopklaar maken van goederen
1 / 37
next
Slide 1: Slide
HandelMBOStudiejaar 1

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Hfst 5 Verkoopklaar maken van goederen

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

introductiefilm H5
In tweetallen uitwerken
Boek opdracht 1:
- 4 soorten afval in een supermarkt?
- welke soort van deze 4 is sprake van derving?
- hoe zou je het afval dan scheiden?
- welk soort afval kun je hergebruiken?

Slide 3 - Slide

5.1 Goederen uitpakken en controleren
Voordat goederen de winkel in kunnen moeten ze verkoopklaar gemaakt worden:

1. uitpakken en controleren
2. beveiligen met een tag
3. opvouwen van kleding

Slide 4 - Slide

Soorten verpakkingen
1. Consumentenverpakking: verpakking waarin de consument ze koopt.
Functie:
- aantrekkelijker product
- voorzien van nodige inhoudelijke informatie
- bescherming



Slide 5 - Slide

2. Omverpakking
In een omverpakking zitten meerdere consumentenverpakkingen.  Ze zijn bedoeld voor intern en extern transport. 

Functie:
- bescherming
- makkelijk en veilig vervoeren
- er staan behandelingssymbolen op

Je kunt dit ook als verkoper doen: door bijv. cadeau in te pakken.

Slide 6 - Slide

3. Transportverpakking
Dit is verpakking waarin artikelen worden vervoerd. Let op: pallets en rolcontainers zijn geen transport- verpakkingen.

Wanneer je verpakkingen verwijdert:
- Doe dit voorzichtig
- Zorg dat het artikel niet vuil wordt
- Gebruik de juiste gereedschappen
- Snijd niet te diep in de doos. 

Slide 7 - Slide

noem verschillende soorten transport-verpakking

Slide 8 - Open question

Transportverpakking
Consumentenverpakking
Omverpakking

Slide 9 - Drag question

Artikelen controleren
Nadat de omverpakking is uitgepakt moet je de artikelen controleren. 
Je controleert:
- zijn ze schoon?
- zijn ze onbeschadigd? Product zelf + barcode
- compleet? Niet compleet noteer ze op op MBtV-lijst. 

Slide 10 - Slide

5.2 Verpakkingsafval verwerken
Het is belangrijk afval goed te scheiden:
- voor het milieu
- zo kunnen verpakkingen hergebruikt/recycled worden 
- het kost geld om verpakkingsmateriaal af te voeren -> afval wordt opgehaald door gemeente


Slide 11 - Slide

Opdrachten
Maak opdracht 2  t/m 4

Slide 12 - Slide

5.3 Beprijzen, labelen en beveiligen
- Wettelijk verplicht om de prijs aan te geven van een artikel.
- Mag op het rek staan of op het artikel zelf.
- Moet inclusief BTW zijn in een winkel.

Slide 13 - Slide

Noem 2 voordelen van een prijskaartje

Slide 14 - Open question

Voordelen prijskaartje

- wettelijk verplicht
- klant weet zonder hulp de prijs
- klant kan prijzen vergelijken
- risico klein dat de medewerker de verkeerde prijs opgeeft
Nadelen prijskaartje

- klant zal minder onderhandelen
- klant kan sneller tot besluit komen om artikel niet te kopen (bij dure artikelen)

Slide 15 - Slide

Beprijzen en labelen
Pricing = beprijzen = artikel voorzien van een prijs.

Dit kan met:
- voorgedrukte prijs op verpakking
- barcode
- prijssticker
- prijs op het schap

Slide 16 - Slide

Waar moet je opletten als je artikelen beprijsd?

Slide 17 - Open question

Bij het beprijzen let je op:
- Juiste prijs aanbrengen
- Voorkom schade
- Zorg ervoor dat de streepjescode zichtbaar is
- Check of je alle artikelen geprijsd hebt.

Slide 18 - Slide

Welke winkel heeft de prijzen op het schap?

Slide 19 - Mind map

Digitale prijskaartjes
Ook wel E-labels genoemd.

Voordelen:
- kunnen tegen een stootje
- makkelijk aan te passen
- Kunnen veel informatie geven

Nadeel: duurder

Slide 20 - Slide

Met het woord 'actiebeprijzing' wordt bedoeld:

Slide 21 - Open question

Wat zie je op de foto?

Slide 22 - Open question

Waar of niet waar? Beveilingstags zijn altijd zichtbaar
A
waar
B
niet waar

Slide 23 - Quiz

Het vastmaken van de tags gebeurt altijd op dezelfde plek bij een artikel.
A
waar
B
niet waar

Slide 24 - Quiz

5.4 Artikelen plaatsen en aanvullen in de winkel
Redenen om te vullen:
- Een volle winkel is aantrekkelijker
- Je hoeft geen 'Nee' tegen de klant te zeggen

Bijna iedere winkel heeft zijn eigen aanvulvoorschriften. 
Deze gaan over: de plek/de manier/het aantal/aantal zichtbare exemplaren/ wat te doen met de rest?

Slide 25 - Slide

Met de 'facing' van een artikel wordt bedoeld:
A
Het aantal zichtbare examenplaren
B
Het aantal dat je bijvult
C
Het aantal dat je bijbesteld.

Slide 26 - Quiz

facings
Het aantal facings van Nivea Invisible is 2 stuks.

Slide 27 - Slide

Wat is een schappenplan?
A
Plan voor het bijstellen van de voorraad
B
Een plan voor de manager welke schappen er gebruikt gaan worden.
C
Een plan hoe de schappen gevuld moeten worden

Slide 28 - Quiz

Waarom worden producten gespiegeld in een supermarkt?

Slide 29 - Open question

Richtlijnen vullen
- lees de voorschriften goed door.
- Maak de schappen schoon
- Werk veilig tijdens het vullen. Let ook op de klanten zodat deze niet over je spullen vallen.
- Zet alles op de juiste plek. Dus geen lege plekken opvullen met andere producten.
- Controleer de informatie op de stelling. 

Slide 30 - Slide

LIFO
FIFO

Slide 31 - Slide

In een supermarkt vul je
A
LIFO
B
FIFO

Slide 32 - Quiz

LIFO
Nieuwste artikel wordt als eerste verkocht. DIt gebeurd bij artikelen die snel verkocht worden. Dit is het geval bij tijdelijke acties. Het is dan belangrijker dat er voorraad ligt dan dat de oude artikelen worden verkocht.

Slide 33 - Slide

TGT en THT
TGT= ten gebruiken tot
THT= te minste houdbaar tot

Slide 34 - Slide

Op dit product staat:
A
THT
B
TGT

Slide 35 - Quiz

Opdrachten
Maak de vragen t/m opdracht 7

Slide 36 - Slide

Kahoot
Maak een kahoot in 2-tallen met minimaal 10 vragen over dit hoofdstuk. 

Slide 37 - Slide