Retailmarketing werkcollege 3

Planning voor de les:
4 minuten: binnenkomst, welkom en spullen voor.
1 minuut: overview retailmarketing
10 minuten: voorkennis testen
35 minuten: aan de slag!
10 minuten: pauze
20 minuten: aan de slag!
30 minuten: antwoorden bespreken
10 minuten: afsluiting en leerdoelen testen
1 / 31
next
Slide 1: Slide
SalesHBOStudiejaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Planning voor de les:
4 minuten: binnenkomst, welkom en spullen voor.
1 minuut: overview retailmarketing
10 minuten: voorkennis testen
35 minuten: aan de slag!
10 minuten: pauze
20 minuten: aan de slag!
30 minuten: antwoorden bespreken
10 minuten: afsluiting en leerdoelen testen

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

De concurrentieanalyse is onderdeel van de externe analyse
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quiz

Antwoord
De externe analyse bestaat uit omgevingsverkenning en concurrentieanalyse. De sterkte-zwakteanalyse is onderdeel van de interne analyse.

Slide 5 - Slide

De ondernemingsstrategie van een retailer is een functiestrategie
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

Antwoord
Het boek onderscheidt twee soorten strategieën: ondernemingsstrategie en functiestrategie. Ondernemingsstrategieën hebben betrekking op de hele onderneming en functiestrategieën (bijvoorbeeld de inkoopstrategie) op een onderdeel daarvan.

Slide 7 - Slide

Wat is bij marktsegmentatie geen voorwaarde waar de segmenten aan moeten voldoen?
A
Haalbaarheid
B
Meetbaarheid
C
Omvang
D
Benaderbaarheid

Slide 8 - Quiz

Antwoord
Voor zinvolle marktsegmentatie gelden 4 voorwaarden: heterogeniteit, meetbaarheid, omvang en benaderbaarheid.

Slide 9 - Slide

Wat is het doel van persona’s in marktsegmentatie?
A
Het selecteren van klanten voor loyaliteitsprogramma's
B
Het creëren van fictieve klantprofielen om segmenten beter te begrijpen en te benaderen
C
Het vaststellen van de leeftijd en het inkomen van klanten
D
Het groeperen van klanten op basis van georgrafische kenmerken

Slide 10 - Quiz

Antwoord
Persona’s zijn fictieve representaties van klantsegmenten die helpen om marketingstrategieën en productontwikkeling beter af te stemmen.

Slide 11 - Slide

De retailmix is hetzelfde als de marketingmix
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quiz

Antwoord
Retailmix en marketingmix vertonen grote overlap, maar p's als presentatie en personeel zijn specifiek voor de retailmix.

Slide 13 - Slide

Wat is in het denken over merken steeds belangrijker geworden?

A
Het merk als assosiatief netwerk in het hoofd van de consument
B
De juridische betekenis van het merk
C
Het kunnen identificeren van de aanbieder met behulp van de merknaam
D
De fysieke kenmerken van het merk zoals het logo of de merknaam

Slide 14 - Quiz

Antwoord
Merken werden in eerste instantie vooral gedefinieerd met behulp van fysieke kenmerken zoals het logo. In de marketing wordt echter steeds meer de nadruk gelegd op de associaties die het merk bij de consument oproept.

Slide 15 - Slide

Aan de slag!
Wat? Maak opdrachten week 3
Hoe? Schriftelijk
Hulp? De docent (tijdens de les), je laptop, boek en medestudent
Tijd? Tot de timer op 0 staat of de opdrachten af zijn
Uitkomst? Je hebt geoefend met de leerstof.
Klaar? Ga verder met een ander vak of lees door in het boek 'Grondslagen van de Marketing'

timer
35:00

Slide 16 - Slide

10 minuten pauze
timer
10:00

Slide 17 - Slide

Aan de slag!
Wat? Maak opdrachten week 3
Hoe? Schriftelijk
Hulp? De docent (tijdens de les), je laptop, boek en medestudent
Tijd? Tot de timer op 0 staat of de opdrachten af zijn
Uitkomst? Je hebt geoefend met de leerstof.
Klaar? Ga verder met een ander vak of lees door in het boek 'Grondslagen van de Marketing'

timer
20:00

Slide 18 - Slide

Welke twee extra retail-P’s vormen in dit college de aanvulling op de “klassieke” marketing-P’s en maken zo samen de 6 retail-P’s?
A
Process en Physical evidence
B
Presentation en Personeel
C
People en Planet
D
Place en Positionering

Slide 19 - Quiz

Antwoord
Presentatie (presentatie in/om de winkel) en Personeel (service/omgang) zijn de extra retail P's

Slide 20 - Slide

Wat hoort volgens de keuzepiramide bij het imagopakket?
A
C-merken met lage prijs om “prijs vriendelijk” te blijven
B
A-merken/premium merken waarvoor de doelgroep naar de winkel komt
C
Huismerken met het meeste volume en marge
D
Seizoensartikelen die tijdelijk worden toegevoegd

Slide 21 - Quiz

Antwoord
Het imagopakket bestaat uit A-merken/premium merken die traffic en imago dragen.

Slide 22 - Slide

Welke driedeling van het assortiment wordt in het college benoemd?
A
Groot–middel–klein assortiment
B
Basis–formule–imago assortiment
C
Kernassortiment–randassortiment–aanvullend assortiment
D
Seizoensassortiment–actieassortiment–vaste assortiment

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Slide

Welke combinatie van definities klopt volgens de dia’s?
A
Prijs = waardeperceptie; Promotie = logistiek kanaal om producten te leveren
B
Prijs = het bedrag dat betaald wordt bij verhandeling; Promotie = producten/diensten onder de aandacht brengen om afzet te verhogen
C
Prijs = kostprijs + marge; Promotie = alleen reclame via massamedia
D
Prijs = ruilmiddel in natura; Promotie = klantenservice in de winkel

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Slide

Welke optie staat niet in het college genoemd als manier om naar promotietactieken te kijken?
A
Persoonlijke promotie
B
Seizoensgebonden promotie
C
Mate van voorspelbaarheid
D
Prijsimago

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Slide

Welke uitspraak past het best bij de beschreven impact van prijs op positionering?
A
Prijs heeft weinig invloed op imago zolang de locatie goed is.
B
Prijs is een voelbare opoffering en beïnvloedt sterk traffic, afzet én het imago op lange termijn.
C
Prijs beïnvloedt alleen de korte termijn omzet, niet de perceptie van klanten.
D
Prijs is vooral intern relevant en heeft nauwelijks effect op de andere P’s.

Slide 29 - Quiz

Slide 30 - Slide

Eind van de les
Tot volgende week!

Slide 31 - Slide