This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Report this lesson
Items in this lesson
2.4 Dichtheid
Slide 1 - Slide
Programma
Korte herhaling 2.3 + bespreking vragen 2.3
Uitleg 2.4
Zelfstandig aan de slag
Slide 2 - Slide
Een symbool voor massa kan zijn...
A
g
B
cm
C
p
D
m
Slide 3 - Quiz
Welke formule gebruik je bij het berekenen van het volume?
A
l x b x h
B
m/v
C
p x v
Slide 4 - Quiz
Wat is de onderdompelmethode?
A
Daarmee kun je de dichtheid berekenen
B
Daarmee kun je het volume van een rechthoekigblokje berekenen
C
Daarmee kun je het volume van een blokje (met rare vorm) bepalen
D
Daarmee kun je wegen hoe zwaar een blokje is
Slide 5 - Quiz
Bereken het volume van de cilinder hiernaast.
A
503 dm3
B
125 dm3
C
503 mL
D
1256 cm3
Slide 6 - Quiz
Een houten cilinder met een hoogte van 0,50 m. Het oppervlakte van de bovenzijde is 35 cm². Wat is het volume van deze cilinder?
A
15 500 cm³
B
17,5 cm³
C
70 cm³
D
geen van bovenstaande
Slide 7 - Quiz
Nabespreking vragen 2.3
Welke opdrachten zijn lastig?
Slide 8 - Slide
afmaken vragen 2.3
kort moment om de rest van de vragen af te maken. daarna bespreken we deze ook. We werken op fluistertoon (alleen je buurman/buurvrouw hoeft jou te horen)
timer
10:00
Slide 9 - Slide
Doel van de les
Na deze les:
weet je wat de dichtheid van een stof betekent.
kent je de formule van de dichtheid en kan die toepassen
kan je beredeneren wat er gebeurd als er stoffen met verschillende dichtheden bij elkaar zitten
Slide 10 - Slide
Wat is het zwaarste...
A
een kilo zilver
B
een kilo veren
C
twee kilo veren
Slide 11 - Quiz
Wat heeft het kleinste volume
A
kilo goud
B
kilo lood
C
kilo water
Slide 12 - Quiz
Paragraaf 2.4
Hieronder zie je 2 stoffen. 1 daarvan is goud, maar welke?
Slide 13 - Slide
Dichtheid
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Video
Dichtheid
Zegt dus iets over hoeveel materiaal (massa) er in een bepaalde ruimte (volume) zit.
De combinatie van die 2 geeft je de dichtheid.
Het blijkt dat elke stof zijn eigen dichtheid heeft. Als je gaat kijken naar hoeveel 1 cm3 goud weegt, dan is dat altijd 19,3 gram. Bij aluminium is dat 2,7 g per cm3
Slide 16 - Slide
Door de dichtheid van een stof te bepalen kun je er dus achter komen met welke stof je te maken hebt... Dit is dus een stofeigenschap!
Slide 17 - Slide
Dichtheid uitrekenen
De dichtheid reken je uit door de massa te delen door het volume. Je wilt namelijk steeds kijken hoeveel gram 1 cm3 weegt, zo kun je eerlijk vergelijken.
In formule:
ρ=Dichtheid in gram per kubieke centimeter (g/cm3)
m= Massa in gram (g)
V= Volume in kubieke centimeter (cm3)
dichtheid=volumemassa
ρ=Vm
Slide 18 - Slide
https:
Slide 19 - Link
proef 5
Meten van de massa en het volume.
Slide 20 - Slide
Slide 21 - Video
Dichtheid
De dichtheid zegt nog meer. Iets met een kleine dichtheid ligt altijd boven op iets met een grote dichtheid. Helium heeft een kleinere dichtheid dan lucht en zal dus bovenop de lucht willen zitten (opstijgen).
Olie heeft een kleinere dichtheid dan water en dus drijft olie op het water. IJzer heeft een grotere dichtheid dan water en zal dus zinken in het water.
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Slide
Opdracht dichtheid
klassikaal en bereken in 2-tallen de dichtheid van de blokjes.
Antwoord is minder belangrijk. Ik wil vooral de goede stappen plannen zien.
Slide 24 - Slide
De eenheid van dichtheid is...
A
g/cm3
B
cm3/g
Slide 25 - Quiz
Als je het de massa deelt door het volume dan bereken je...
A
het gewicht
B
de inhoud
C
de dichtheid
D
de zwaarte
Slide 26 - Quiz
De dichtheid van water is 1,0 kg/dm3. Wat kan NIET kloppen?
A
dichtheid benzine is 0,72 kg/dm3
B
dichtheid steen is
0,95 kg/dm3
C
dichtheid beton is
2,3 kg/dm3
D
dichtheid goud is
19,3 kg/dm3
Slide 27 - Quiz
De blokken zijn gemaakt van hetzelfde materiaal. Wat kun je zeggen over de dichtheid?
A
Blok 1 heeft de grootste dichtheid
B
Blok 2 heeft de grootste dichtheid
C
De dichtheid van beide blokken is gelijk
D
Je kunt niet weten welk blok de grootste dichtheid heeft
Slide 28 - Quiz
De dichtheid van water is 1,0 kg/dm3. Wat kan NIET kloppen?
A
dichtheid benzine is 0,72 kg/dm3
B
dichtheid steen is
0,95 kg/dm3
C
dichtheid beton is
2,3 kg/dm3
D
dichtheid goud is
19,3 kg/dm3
Slide 29 - Quiz
Zout water heeft ...
A
een hogere dichtheid dan zoet water
B
een lagere dichtheid dan zoet water
C
dezelfde dichtheid als zoet water
Slide 30 - Quiz
De dichtheid van 1 kilogram lood en 1 gram lood
A
is gelijk
B
is niet gelijk
Slide 31 - Quiz
welk voorwerp, A of B, heeft de grootste dichtheid?
A
blok A
B
blok B
C
de dichtheid van beide blokken is even groot
D
dat kun je niet zeggen! (te weinig gegevens)
Slide 32 - Quiz
Zelfstandig aan de slag
Wat? Lees paragraaf 2.4 door en maak paragraaf 2.4
Hoe? In stilte.
Vraag? overleg fluisterend met je buurman/buurvrouw. Kom je er samen niet uit, steek je vinger op.
Klaar? Maak een samenvatting van paragraaf 2.4. Of kijk naar paragraaf 2.1, 2.3, 2.4
Slide 33 - Slide
Doel van de les
Na deze les:
weet je wat de dichtheid van een stof betekent.
kent je de formule van de dichtheid en kan die toepassen
kan je beredeneren wat er gebeurd als er stoffen met verschillende dichtheden bij elkaar zitten