Vraag: wie is de belangrijkste persoon in jouw boek?
minute
second
Vraag: wie is de belangrijkste persoon in jouw boek?
minute
second
Wat gaan we doen?
Herhalen: Zinnen maken met een vergelijking
Tips bij het lezen
Vragen bij een tekst maken
Leerdoel:
Je leert hoe je het snelst en het best antwoorden op een vraag kunt vinden.
Maak 3 zinnen met het woord hoog
Slide tekst
Maak een zin met een vergelijking.
Maak een zin met een vergelijking.
Benelux (België / Nederland / Luxemburg)
Nederland België Luxemburg
inwoners 18.130.208 1.867.634 689.547
oppervlakte 41.543 km2 30.689 km2 2.586 km2
jaartal 438 jaar 196 jaar 1.063 jaar
Wie is de oudste leerling?
Aron is ouder dan Izzeldeen.
Stepan is ouder dan Jalal.
Mariia is ouder dan Khaled.
Maar let op! Er kan er maar een de oudste in de klas zijn. Wie is dat?
Loujain is de oudste.
minute
second
Tips bij het lezen
De toetsweek is 3 weken na de herfstvakantie.
De leestoets A2 heeft 8 verschillende teksten en 20 vragen.
Moet je alle teksten lezen?
Op blz. 54 van je boek staan tips hoe je het snelst en het best vragen bij een tekst kunt maken.
Oefenen met de tekst Schoolkantine.
TaalCompleet 2.4
Uit eten
Nieuwe woorden (blz. 58)
Maak een zin met het woord.
vroeger de salade het idee
gestudeerd (studeren) de pasta de ober
de menukaart de friet gesmaakt (smaken)
de ham half, halve de rekening
de geit de drank, de dranken
Aan de slag
Maak eerst alle boekopdrachten van 2.1, 2.2 en 2.4.
Maak daarna alle computeropdrachten van 2.1, 2.2 en 2.4.
2.3 hoef je niet te maken.