2.3 - Tips bij het lezen

Vraag: wie is de belangrijkste persoon in jouw boek?







15

minute

00

second

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsISK

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Vraag: wie is de belangrijkste persoon in jouw boek?







15

minute

00

second

Wat gaan we doen?


  • Herhalen: Zinnen maken met een vergelijking

  • Tips bij het lezen

  • Vragen bij een tekst maken


Leerdoel:

Je leert hoe je het snelst en het best antwoorden op een vraag kunt vinden.

Maak 3 zinnen met het woord hoog

Slide tekst

Maak een zin met een vergelijking.

Maak een zin met een vergelijking.

Benelux (België / Nederland / Luxemburg)

Nederland België Luxemburg

inwoners 18.130.208 1.867.634 689.547

oppervlakte 41.543 km2 30.689 km2 2.586 km2

jaartal 438 jaar 196 jaar 1.063 jaar

Wie is de oudste leerling?


  • Aron is ouder dan Izzeldeen.

  • Stepan is ouder dan Jalal.

  • Mariia is ouder dan Khaled.



Maar let op! Er kan er maar een de oudste in de klas zijn. Wie is dat?

  • Loujain is de oudste.




2

minute

30

second

Tips bij het lezen


De toetsweek is 3 weken na de herfstvakantie.


De leestoets A2 heeft 8 verschillende teksten en 20 vragen.

Moet je alle teksten lezen?


  • Op blz. 54 van je boek staan tips hoe je het snelst en het best vragen bij een tekst kunt maken.


  • Oefenen met de tekst Schoolkantine.




TaalCompleet 2.4

Uit eten


Nieuwe woorden (blz. 58)

Maak een zin met het woord.


vroeger de salade het idee

gestudeerd (studeren) de pasta de ober

de menukaart de friet gesmaakt (smaken)

de ham half, halve de rekening

de geit de drank, de dranken

Aan de slag


Maak eerst alle boekopdrachten van 2.1, 2.2 en 2.4.

Maak daarna alle computeropdrachten van 2.1, 2.2 en 2.4.


2.3 hoef je niet te maken.