5.3 deel 2 kruisingsschema (ABS)

1 / 27
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar en huiswerkcontrole
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is verboden
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, etui 
  • Ingelogd op LessonUp
  • Boek open blz. 118
  • Schrift open huiswerk zichtbaar
5.1 lichaamscellen en het aantal chromosomen. Leerdoel: Je kunt aangeven dat bij mensen het geslacht wordt bepaald door de geslachtschromosomen.
5.1 opgave 2 en 3 genotype en fenotype
5.1 opgave 4, 6 en 8 genen en hun activiteit
5.2 opgave 1: chromosomen in lichaamscellen en geslachtcellen. geslachtsbepaling
5.2 opgave 5 chromosomensamenstelling in verschillende typen cellen













timer
1:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Overzicht Periode 3
  • Thema: Erfelijkheid en evolutie. En ordening
  • Benodigde lesmaterialen: boek B en LessonUp
  • Opmerking: periode 3 toets is niet herkansbaar!
Week 12
Week 14
Week 15
Week 16
Week 17/18
Week 19
Week 20
Week 21
Week 22
Week 23 
Week 24
Toets bespreken
5.1 + 5.2
5.3 + 5.4
5.4
Meivakantie
Oefenvragen evolutie
5.5
5.6
Ordening LU
Ordening LU
extra les

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat is een mutatie?
timer
0:30
A
Een normale celverdeling
B
Plotselinge verandering van het genotype
C
Een erfelijke eigenschap
D
Een type chromosoom

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Stelling 1: mutaties kunnen ook gunstige gevolgen hebben.
Stelling 2: mutaties zorgen voor meer genetische variatie.
A
Stelling 1 is juist en stelling 2 onjuist.
B
Stelling 1 is onjuist en stelling 2 juist.
C
Beide stellingen zijn onjuist.
D
Beide stellingen zijn juist.

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Er is geen genetische variatie bij bacteriën omdat er alleen sprake is van mitose
timer
0:30
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Waarom leidt ongeslachtelijke voortplanting niet/nauwelijks tot genetische variatie in de nakomelingschap?
(meerdere antwoorden juist)
timer
1:00
A
Omdat hierbij de nakomeling een kloon is van de ouder.
B
Omdat hierbij het genotype van de ouder exact gelijk is aan dat van het kind.
C
Omdat hierbij geen zaalcellen en eicellen betrokken zijn.
D
Omdat hierbij alleen zaadcellen of alleen eicellen betrokken zijn.

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Geslachtelijke voortplanting leidt tot meer genetische variatie binnen een populatie dan ongeslachtelijke voortplanting
timer
0:30
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Genetische variatie
Wat is genetische variatie?


De volgende pagina: hoe ontstaat genetische variatie?
Genetische variatie is verschil in het erfelijk materiaal. Hoe meer verschil in in erfelijk materiaal, hoe meer genetische variatie.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Erfelijkheid en evolutie
5.3 deel 2, kruisingschema's

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
R: Je kunt omschrijven wat homozygoot, heterozygoot, dominant en recessief betekent

T: Je kunt kruisingsschema's maken

T: Je kunt bij een gegeven kruising genotypen en fenotypen van ouders en/of nakomelingen afleiden

Slide 11 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Heterozygoot
Heb je 2 verschillende genen, dan ben je heterozygoot
1 gen voor krullend,
1 gen voor steil

Hetero betekend anders 
bijv. man+vrouw

Slide 12 - Slide

Vraag: als je homozygoot bent voor kleur ogen. Door bij
Heterozygoot
Heb je 2 verschillende genen, dan ben je heterozygoot
1 gen voor krullend,
1 gen voor steil

Hetero betekend anders 
bijv. man+vrouw
Vraag: als je homozygoot bent voor een eigenschap, bijvoorbeeld oogkleur bruin. Wat wordt dan de fenotype?

Slide 13 - Slide

Vraag: als je homozygoot bent voor kleur ogen. Door bij
Heterozygoot
Heb je 2 verschillende genen, dan ben je heterozygoot
1 gen voor krullend,
1 gen voor steil

Hetero betekend anders 
bijv. man+vrouw
Vraag: en welk fenotype krijg je dan als je heterozygoot voor voor oogkleur? bijvoorbeeld een allel blauw en een bruin. 

Slide 14 - Slide

Vraag: als je homozygoot bent voor kleur ogen. Door bij
Dominant of recessief
Een allel kan dominant of recessief zijn: het dominante allel komt altijd tot uiting in het fenotype, het recessieve allel niet. 

Dus als donkerhaar dominant is en blond is recessief, en 
Bart heeft een vader met donker haar en een moeder met blond, wat wordt zijn haarkleur?

Dominante allelen in hoofdletters: bijvoorbeeld donker haar: A
recessieve allelen in kleine letters: bijvoorbeeld: a


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Homozygoot of heterozygoot?
A
Homozygoot
B
Heterozygoot

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Homozygoot of heterozygoot?
A
Homozygoot
B
Heterozygoot

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

geel is allel voor bruine ogen. paars is voor blauwe ogen. fenotype is bruine ogen. Welk allel is receccief en welk allel is dominant?
A
allel voor bruine ogen is recessief, blauwe ogen is dominant
B
Allel voor bruine ogen is dominant, allel blauwe ogen is recessief
C
allebei de allelen bruin en blauw zijn dominant
D
allebei de allelen bruin en blauw zijn recessief

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Een kruising
 Als twee organismen met elkaar nakomelingen krijgen, dan noemen we dat kruisen.
 In deze basisstof gaat het bij kruising altijd om één erfelijke eigenschap (één gen).  

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld kruisingsschema

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Nog een paar regels bij kruisingsschema
P = Parentes (Latijn) = ouders
F1 = Filii (Latijn) = eerste generatie nakomelingen
F2 = 2e generatie nakomelingen

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Werk deze kruisingen uit
Aa x Aa

AA x aa

Bb x bb

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

P: heterozygoot Aa x heterozygoot Aa

F1
25% AA, 50% Aa, 25% aa
AA : Aa : aa = 1 : 2: 1
Verhouding fenotypen 3 : 1
P: Heterozygoot Aa x homozygoot recessief aa

F1
50% Aa en 50% aa = 1 : 1
verhouding fenotypen = 1 : 1

Verhoudingen in fenotypen

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
R: Je kunt omschrijven wat homozygoot, heterozygoot, dominant en recessief betekent

T: Je kunt kruisingsschema's maken

T: Je kunt bij een gegeven kruising genotypen en fenotypen van ouders en/of nakomelingen afleiden

Slide 25 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
           Begrippen
           uit deze les
5.1 genotype, fenotype, erfelijk, omgeving, leefstijl, lichaamscellen, celkern, celdeling, chromosomen, DNA, genen.

5.2 chromosomenparen, meiose, geslachtscellen, X-chromosoom, Y-chromosoom,


Homozygoot, heterozygoot, dominant, recessief,


Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions