Introductieweek dag 1 - Zo zitten wij erbij (midden)

Zo zitten wij erbij
Introductieweek · dag 1

Het woord van de dag: welkom
Welkom
Praten
Onthouden
Blij
1 / 48
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnSpeciaal OnderwijsLeerroute 4

This lesson contains 48 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Zo zitten wij erbij
Introductieweek · dag 1

Het woord van de dag: welkom
Welkom
Praten
Onthouden
Blij

Slide 1 - Slide

Check-in met weerpicto's, in duo's. Enkele vrijwilligers delen plenair; passen mag. Versimpelen: aanwijzen of een gebaar is genoeg. Moeilijker: duo's stellen elkaar eerst een vraag en checken de ander in.
Dag 1 van de introductieweek: Zo zitten wij erbij. Woord van de dag: welkom.

Route: check-in, kennismaken, pauze, mindset, woordparen onthouden, cirkelopdracht, poster.

Dit is de middenroute (A1/A2: korte gesprekken, zinsframes, één tot drie zinnen schrijven).
Versimpelen: aanwijzen, tekenen of één woord is genoeg.
Moeilijker: laat leerlingen doorvragen en vrij formuleren.
Voor de trainer

Slide 2 - Slide

Deze slide is alleen voor jou; sla hem over met de klas erbij of verberg hem vooraf.
Welkom!

Dag 1: Zo zitten wij erbij

Slide 3 - Slide

Ontvang de leerlingen bij de deur. Vertel kort wat jullie vandaag gaan doen.
Wat gaan we vandaag doen?
  1. Praten: wie ben jij?
  2. Spel: de bal
  3. Pauze
  4. Leren: onthouden
  5. Poster: Dit zijn wij
Dagprogramma

Slide 4 - Slide

Loop het programma langzaam door. Wijs de stappen aan.
Wat is jouw weer?
Wijs aan. Zeg één woord of één zin.
Zonnig
Licht bewolkt
Bewolkt
Regen
Onweer

Slide 5 - Slide

Check-in met het weerbericht: wat is jouw weer vandaag? Iedere leerling wijst een weerpicto aan en deelt in een duo één woord of zin. Enkele vrijwilligers plenair; passen mag. Versimpelen: naam en picto aanwijzen is genoeg, een gebaar mag ook. Moeilijker: een voorgesprekje in duo's waarbij de partner de ander incheckt.
Het woord van de dag

welkom

Jij hoort erbij.
Welkom

Slide 6 - Slide

Introduceer het woord van de dag. Zeg het samen hardop. Vraag: wanneer zeg jij welkom?
Voeg foto toe
Tekst eronder wat het betekent
Voorbeeld:


Dit ben ik: [NAAM]
Lezen

Slide 7 - Slide

Vul deze slide vooraf met je eigen naam en foto. Vertel kort wie jij bent: naam, waar je woont, wat je leuk vindt.
Wie denken jullie dat ik ben (eerste indruk)

Voorbeeldvragen:
> Hoe oud ben ik?
> Waar woon ik?
> Heb ik een broer of zus?


Voorstellen [NAAM]

Slide 8 - Slide

Laat de klas raden wie jij bent (eerste indruk): hoe oud, waar woon je. Kort en luchtig houden.
Kennismaken: wie zijn jullie?

Slide 9 - Slide

Overgang: nu zijn de leerlingen aan de beurt.
Speeddate
Praat met 3 klasgenoten.

Wat vind jij leuk?
Waar ben jij goed in?
Wat wil jij leren?
Speeddate

Slide 10 - Slide

Speeddate: leerlingen spreken drie klasgenoten over wat zij leuk vinden, waar zij goed in zijn en wat zij willen leren. Gebruik de zinsframes op de volgende slides. Het kiesspel (volgende slide) kan ook. Versimpelen: keuze-picto's, twee rondes en antwoorden van één woord. Moeilijker: laat leerlingen zelf doorvragen en na afloop een klasgenoot in enkele zinnen voorstellen.
Of: het kiesspel
De trainer geeft twee keuzes.
Loop naar links of naar rechts.

Zoet of zout?
Alleen leren of samen leren?
Kiezen

Slide 11 - Slide

Alternatief voor de speeddate: kies één van beide vormen. Leerlingen lopen naar één van twee kanten van het lokaal; het kiesspel vraagt de minste taal. Af en toe een toelichting vragen mag. Moeilijker: uitdagender keuzes, zoals 'weet wat ik later wil worden' of niet.

Vraag                             Antwoord
Wie ben jij?  
Hoe oud ben jij? 
Waar ben jij geboren? 

Waar woon jij?

Wat vind jij leuk? 
Wat vind jij lekker?


Ik ben... (Vincent/Merijn)
Ik ben ... jaar oud (15, 16, 100)
Ik ben geboren in ... (Oekraïne, Gambia, Nederland)
Ik woon in ... (Wolfsbos,
 Utrecht)
Ik vind ... leuk (Voetbal, Volleyball)
Ik hou van ... (pizza, rijst, kip)

Slide 12 - Slide

Laat deze vraag- en antwoordframes staan tijdens het balspel. Lees ze eerst samen hardop.
Ik ben... 

Wie ben jij?

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Ik woon in...

Waar woon jij? 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Pizza            Pasta      Döner        Falafel
Ik hou van... 
Wat vind jij lekker?
Kebab

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Zip zap zop boing
Zip is naar links (i van Zip)

Zap is naar rechts.
Zop is naar iemand tegenover je. 

Boing is het stoppen/tegenhouden van een zip, zap of zop. Het gaat terug naar de vorige persoon. 
Energizer

Slide 16 - Slide

Energizer voor de pauze. Doe de bewegingen eerst zelf voor; taal is hier niet nodig.
Pauze: 10 minuten
timer
10:00

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Zeg het samen:

"Ik kan het nog niet."

Nog niet = ik ga het leren!
Proberen

Slide 18 - Slide

Mindset: laat eventueel eerst het filmpje van Humberto en Matthijs zien als het niveau het aankan. Introduceer daarna 'Ik kan het nog niet' als mantra, schrijf hem op en blijf hem de dagen benoemen.

Kennen jullie deze woorden?
zon
hoed
hond
bal
brood
kaas
fiets
bel
school
tas
boek
bril
appel
mes
stoel
kat

Slide 19 - Slide

Loop de woorden langs voordat de woordparen beginnen. Vraag wat de woorden betekenen; laat leerlingen aanwijzen, uitbeelden of vertalen.
Je ziet zo 8 woordparen.
Onthoud de twee woorden bij elkaar.
Kijk goed. Zeg de woorden zachtjes na.
Woorden onthouden
Woorden leren

Slide 20 - Slide

Uitleg ronde 1. Laat elk paar ongeveer een minuut zien. Versimpelen: zes paren en samen hardop herhalen. Moeilijker: twaalf paren (tik sneller door).
Onthoud dit paar (1 van 8)

zon ☀️

hoed 👒

Slide 21 - Slide

Ronde 1 van de woordparen. Laat elk paar ongeveer een minuut zien en tik dan door. Zeg de woorden hardop en laat de klas ze nazeggen.
Onthoud dit paar (2 van 8)

hond 🐶

bal ⚽

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (3 van 8)

brood 🍞

kaas 🧀

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (4 van 8)

fiets 🚲

bel 🔔

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (5 van 8)

school 🏫

tas 🎒

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (6 van 8)

boek 📖

bril 👓

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (7 van 8)

appel 🍎

mes 🔪

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (8 van 8)

stoel 🪑

kat 🐱

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Pak je pen en papier
Ik zeg een woord.
Schrijf het woord dat erbij hoort.

Voorbeeld: ik zeg zon, jij schrijft hoed.
Schrijven

Slide 29 - Slide

Overhoring ronde 1: noem van elk paar het eerste woord (zon, hond, brood, fiets, school, boek, appel, stoel). Versimpelen: laat aanwijzen, tekenen of zeggen in plaats van schrijven.
Kijk je antwoorden na
  1. zon - hoed
  2. hond - bal
  3. brood - kaas
  4. fiets - bel
  5. school - tas
  6. boek - bril
  7. appel - mes
  8. stoel - kat
Hoeveel had jij goed? Schrijf het op.
Klaar

Slide 30 - Slide

Laat iedereen de eigen score opschrijven; die vergelijken we na ronde 2.

Maak de beelden/plaatjes gek!

Slide 31 - Slide

Leg uit hoe beelden maken werkt: plak de twee woorden in één gek, grappig of overdreven plaatje in je hoofd.

Even oefenen
Hoe maak je een plaatje met de woorden:

"Trui" en " fiets"?
"Bed" en "beer"?
"Koffie" en "school"?


Slide 32 - Slide

Oefen samen met het voorbeeld. Bouw het eerste beeld klassikaal op.

We gaan het proberen!
1. Plak de twee woorden in een beeld.
2. Het eerste is goed!
3. Maak het gek!
4. Niet de woorden nog een keer zeggen (herhalen).

Slide 33 - Slide

Nu ronde 2 met de nieuwe techniek. Vergelijk straks de scores met ronde 1.
Onthoud dit paar (1 van 8)

maan 🌙

ster ⭐

Slide 34 - Slide

Ronde 2 van de woordparen. Laat elk paar ongeveer een minuut zien en tik dan door. Zeg de woorden hardop en laat de klas ze nazeggen. Zeg bij ronde 2: maak in je hoofd een gek plaatje van de twee woorden samen.
Onthoud dit paar (2 van 8)

vis 🐟

water 💧

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (3 van 8)

jas 🧥

regen 🌧️

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (4 van 8)

pen 🖊️

papier 📄

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (5 van 8)

deur 🚪

sleutel 🔑

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (6 van 8)

bloem 🌸

bij 🐝

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (7 van 8)

schoen 👟

sok 🧦

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Onthoud dit paar (8 van 8)

melk 🥛

koe 🐮

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Pak je pen en papier
Ik zeg een woord.
Schrijf het woord dat erbij hoort.

Denk aan je gekke plaatje!
Schrijven

Slide 42 - Slide

Overhoring ronde 2: noem van elk paar het eerste woord (maan, vis, jas, pen, deur, bloem, schoen, melk).
Kijk je antwoorden na
  1. maan - ster
  2. vis - water
  3. jas - regen
  4. pen - papier
  5. deur - sleutel
  6. bloem - bij
  7. schoen - sok
  8. melk - koe
Ging het beter dan ronde 1?
Klaar

Slide 43 - Slide

Vergelijk de scores van ronde 1 en 2. Benoem: met beelden onthoud je meer. Dit is de kern van de dag: je kunt beter worden in onthouden.
Wat is hetzelfde?
Groepjes van 4 of 5.
Teken een grote cirkel.

In de cirkel: dit is bij ons allemaal zo.
Buiten de cirkel: dit is alleen bij mij zo.
Groepje

Slide 44 - Slide

Kennismaken deel 2. Versimpelen: geef vaste categorieën mee (eten, kleuren, sport) en laat tekenen met simpele spreekzinnen. Moeilijker: laat het gaan over toekomstplannen of waarden.
Overleggen: 15 minuten
timer
15:00

Slide 45 - Slide

Loop rond en help groepjes op weg. Daarna presenteert elk groepje in 1 of 2 minuten.
Vertel het aan de klas
Zeg twee dingen:

Wij ... allemaal ...
Alleen ... kan ...
Presenteren

Slide 46 - Slide

Elk groepje presenteert kort. Help met de zinsframes op het bord.
Dit zijn wij... 
Schrijf op de poster:
je naam
waar jij goed in bent
Tekenen

Slide 47 - Slide

Vul het postervlak 'Dit zijn wij': iedere leerling zet naam en iets waar hij of zij goed in is (woord of tekening). Tel samen hoeveel talen en landen de klas heeft. Versimpelen: naam plus tekening is voldoende. Moeilijker: vrij formuleren wat hen kenmerkt.
Goed gedaan!
Vandaag: welkom. Jij hoort erbij.

Morgen gaan we samen werken.
Tot morgen!
Applaus

Slide 48 - Slide

Sluit af met de vertraagde terughaalronde (vraag nog één woordpaar terug), één voorbeeld van welkom en enkele gerichte complimenten.