Leerjaar 2 GL, 6.3 oppervlakte en inhoud vergroten en verkleinen

1 / 18
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Wat gaan we deze les doen?
  • Werken met een vergrotingsfactor bij oppervlakte.
  • Werken met een vergrotingsfactor bij inhoud (alleen kader/gl).

Slide 2 - Slide

Bereken de oppervlakte.
bb/kb/gl

Slide 3 - Slide

3 X 1,5 = 4,5
2 x 1,5 = 3
bb/kb/gl
(lengte x vergrotingsfactor)

Slide 4 - Slide

4,5
3
bb/kb/gl
Oppervlakte = 3 x 4,5 = 13,5

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Link

Vergroten:
lengte x vergrotingsfactor
oppervlakte x  vergrotingsfactor2

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Link

Vergroten:
lengte x vergrotingsfactor
oppervlakte x  vergrotingsfactor2
inhoud x vergrotingsfactor3

Slide 9 - Slide

Rechthoek PQRS wordt met factor 4 vergroot. Met welke factor wordt de oppervlakte vergroot?
A
2
B
4
C
16
D
64

Slide 10 - Quiz

Een pasfoto heeft een oppervlakte van 6 cm2. De pasfoto wordt vergroot met vergrotingsfactor 5. Wat wordt de nieuwe oppervlakte?
A
30 cm2
B
180 cm2
C
60 cm2
D
150 cm2

Slide 11 - Quiz

De oppervlakte van de kleine figuur is 10 cm². De figuur wordt 4 keer vergroot. Hoe bereken je de oppervlakte van de vergroting.

A
4² x 10 =160
B
4 x 10 =40

Slide 12 - Quiz

Parallellogram ABCD wordt vergroot
met factor 5, bereken de oppervlakte
van de vergroting.
A
opp=1275
B
opp=255
C
opp=6375
D
opp=5393

Slide 13 - Quiz

Een kubus wordt vergroot met factor 4.
De inhoud van de vergrootte figuur wordt dan...................zo groot
A
4 keer
B
16 keer
C
64 keer
D
128 keer

Slide 14 - Quiz

Een vaas wordt vergroot. De inhoud van het origineel is 0,6 liter, de vergrotingsfactor is 1,4. Hoeveel liter is de vergroting? (afgerond op 1 decimaal)
A
3
B
1,6
C
1,4
D
0,3

Slide 15 - Quiz

Hoeveel is de inhoud van de vergroting
in ?
dm3
A
262.44
B
145.8
C
58.32
D
81

Slide 16 - Quiz

Wat heb je deze les geleerd?
Het gebruiken van de vergrotingsfactor bij de oppervlakte en de inhoud

Slide 17 - Slide

Wat? hoofdstuk 6.3
Waar? dit moet in het schrift.
Wanneer? Deze les. Alles wat niet af is, is huiswerk voor de volgende les.

Klaar? Ga aan de slag met 6.4/volgende paragraaf (in het schrift).


Niet overleggen, geen vragen             -->
Niet overleggen, wel vragen                -->
Overleg én vragen wel toegestaan    -->

Slide 18 - Slide