Weer en klimaat 1.1

1 / 24
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
-Je weet wat weer betekent en je kent de drie belangrijkste weerselementen.
-Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen:
1. hogedrukgebied en lagedrukgebied, 
2. aanlandige en aflandige wind, 
3. loefzijde en lijzijde.
-Je kent de drie soorten regen en je kan uitleggen waar deze voorkomen.
-Je kent de betekenis van o.a. schaal van Beaufort, wet van Buys Ballot,    waterkringloop, condensatie


Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Weerelementen

weerelementen:
Temperatuur      Thermometer in graden Celsius   
Neerslag               Regenmeter in millimeter
Luchtdruk             Barometer in hPa
Wind                       Windmeter in Beaufort
Bewolking            

(Zonlicht wordt in een weerbericht vaak aangeduid door 
zonkracht of uv-straling. De zonkracht is een maat voor de 
hoeveelheid uv-straling in het zonlicht dat de aarde 
bereikt. Als het bewolkt is, is de zonkracht kleiner.)

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Lage en hoge drukgebieden (tekening)
Wind
De stroom die op het aardoppervlak van hoge druk gebied naar het lage druk gebied stroomt voel je als wind.
Neem de tekening over!

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Windrichtingen op aarde
Wind stroomt van H -> L
Let op: de aarde draait om zijn eigen as
Gevolg: wind heeft een afwijking!

Wet van Buys Ballot:
Noordelijk Halfrond: wind draait naar rechts
Zuidelijk Halfrond: wind draait naar links
Op de kaart zie je de grote windsystemen op aarde. Door de Wet van Buys Ballot krijgt wind een afwijking. 

NH: afwijking naar rechts
ZH: afwijking naar links

Let op: ALTIJD KIJKEN MET DE WIND IN JE RUG!

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Maken werkboek
Werkboek blz 6 vraag 2, 3, 5, 6,8

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Welke weerelementen worden er op het weerbericht altijd genoemd?
A
temperatuur, wind, neerslag en bewolkingsgraad
B
temperatuur, regen, zonkracht, bewolkingsgraad
C
temperatuur, zonkracht, neerslag, bewolkingsgraad
D
uv-straling, temperatuur, neerslag, bewolkingsgraad.

Slide 17 - Quiz

Wanneer kunnen we regen verwachten?
A
Lage luchtdruk
B
Hoge luchtdruk

Slide 18 - Quiz

Wat zijn uitsluitend begrippen die bij een hogedrukgebied horen?
A
Minimum, depressie, hoge bewolkingsgraad
B
Minimum, hoge neerslagintensiteit en hoge bewolkingsgraad
C
Maximum, lage neerslagintensiteit, lage bewolkingsgraad
D
Maximum, hoge bewolkingsgraad, depressie

Slide 19 - Quiz

Wat hoort waar bij. Sleep de zinnen naar de juiste afbeelding.
lagedrukgebied
hogedrukgebied
weinig neerslag
veel neerslag
stijgende lucht
dalende lucht

Slide 20 - Drag question

De Schaal van Beaufort gaat tot...
A
windkracht 6
B
windkracht 8
C
windkracht 10
D
windkracht 12

Slide 21 - Quiz

Wat is de meest voorkomende windrichting in Nederland?
A
Noordwestenwind
B
Zuidwestenwind
C
Noordoostenwind
D
Zuidoostenwind

Slide 22 - Quiz

Sleep de woorden naar de juiste afbeelding:
frontale regen
loefzijde
vaak in Nederland
stijgingsregen
lijzijde
bergen spelen een rol
stuwingsregen
vaak op de evenaar

Slide 23 - Drag question

Slepen maar!
Hogedruk gebied
Lage drukgebied
Droog weer
Bewolkt
Lucht stijgt op
Lucht daalt
Onder de 1000 Hpa
Bovenr de 1000 Hpa

Slide 24 - Drag question