Ongelijkheid en herverdeling (Economie havo), les 2: Examentraining

WELVAART · ONGELIJKHEID

Examentraining

Ongelijkheid en herverdeling: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vragen over gemiddeld en marginaal tarief, aftrekposten en heffingskortingen, cumuleren met decielen en het lezen van de Lorenzcurve.

Items in this lesson

WELVAART · ONGELIJKHEID

Examentraining

Ongelijkheid en herverdeling: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Stadsarchief Rotterdam / Wikimedia Commons, CC0

WELVAART · ONGELIJKHEID

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over tarieven, aftrekposten, decielen en de Lorenzcurve beantwoorden.

This item has no instructions

WELVAART · ONGELIJKHEID

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welk stelsel, welke gegevens (tarief, inkomen, decielen) en wat wordt gevraagd?

  • 2. Kies: de formule: gemiddeld tarief = belasting / inkomen x 100%, marginaal tarief = extra belasting / extra inkomen x 100%.

  • 3. Reken: werk per schijf of per deciel, schrijf de stappen op en zet % of euro erbij.

  • 4. Controleer: ligt het gemiddeld tarief tussen laagste en hoogste tarief? Eindigt het cumuleren op 100%?

This item has no instructions

WELVAART · ONGELIJKHEID

Belasting in Noordland bij vier inkomens

Vraagtype 1: gemiddeld en marginaal tarief

  • Gemiddeld tarief: deel de belasting door het inkomen en maal 100%.

  • Marginaal tarief: deel de extra belasting door het extra inkomen.

  • Neem bij het marginaal tarief twee rijen uit de tabel en trek ze van elkaar af.

Noordland (verzonnen): 15% tot 30.000 en 40% daarboven. Belasting bij 30.000 is 4.500, bij 40.000 is 4.500 + 4.000 = 8.500 en bij 50.000 is 12.500. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0

Noordland (zie tabel): wat is het gemiddeld tarief bij 50.000 euro?

A

40%

B

25%

C

15%

D

12,5%

12.500 / 50.000 x 100% = 25%. Verwachte fouten: het hoogste tarief noemen (40%) of het laagste (15%).

Marginaal tarief van 30.000 naar 40.000?

Extra belasting 8.500 min 4.500 = 4.000, extra inkomen 10.000, dus 4.000 / 10.000 x 100% = 40%. Verwachte fout: 8.500 / 40.000 = 21,25% (dat is het gemiddeld tarief).

WELVAART · ONGELIJKHEID

Vraagtype 2: aftrekposten en heffingskortingen

  • Voordeel van een aftrekpost = aftrekpost x marginaal tarief.

  • Een heffingskorting gaat af van de berekende belasting, een aftrekpost van het inkomen.

  • Belastbaar inkomen = bruto-inkomen min aftrekposten.

Aftrekposten werken vóór de heffing, heffingskortingen ná de heffing.

Aftrekpost 6.000 euro, marginaal tarief 30%. Hoeveel belasting scheelt dat?

A

6.000 euro

B

18.000 euro

C

4.200 euro

D

1.800 euro

6.000 x 30% = 1.800. Verwachte fouten: de hele aftrekpost (6.000), vermenigvuldigen met 3 (18.000) of 70% nemen (4.200).

Bruto-inkomen 52.000 euro, aftrekposten 9.000. Wat is het belastbaar inkomen?

A

61.000 euro

B

52.000 euro

C

9.000 euro

D

43.000 euro

52.000 min 9.000 = 43.000. Verwachte fouten: optellen (61.000) of de aftrekposten vergeten (52.000).

WELVAART · ONGELIJKHEID

Inkomensaandeel per deciel in Westland

Vraagtype 3: cumuleren met decielen

  • Cumuleren: tel de aandelen van deciel 1 tot en met de gevraagde deciel op.

  • De armste 50% zijn de decielen 1 t/m 5.

  • Het verschil tussen twee percentages noem je procentpunten.

  • Primair is de verdeling voor herverdeling, secundair de verdeling erna.

Westland: primair 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 12, 20, 32 (som 100). Secundair 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 17, 22 (som 100). Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0

Westland (zie tabel): welk deel van het inkomen heeft de armste 50% primair?

A

6%

B

20%

C

14%

D

27%

2 + 3 + 4 + 5 + 6 = 20. Verwachte fouten: alleen deciel 5 (6%) of een te korte of te lange optelling (14% of 27%).

Westland: het aandeel van de rijkste 10% verandert door herverdeling. Hoeveel?

A

Het daalt met 10%

B

Het daalt met 22 procentpunt

C

Het daalt met 10 procentpunt

D

Het stijgt met 10 procentpunt

Het aandeel van deciel 10 gaat van 32% naar 22%: 10 procentpunt lager. Het is geen daling van 10%, want 10 / 32 is ongeveer 31%.

WELVAART · ONGELIJKHEID

Twee Lorenzcurves van Westland

Vraagtype 4: de Lorenzcurve lezen

  • Zoek het punt: ga naar het gevraagde % huishoudens en lees het % inkomen af.

  • De rijkste 20% heeft 100 min het cumulatieve percentage bij 80.

  • Hoe dichter bij de diagonaal, hoe gelijker de verdeling.

Lijn A is de primaire verdeling van Westland, lijn B de secundaire. Bij 80% huishoudens leest lijn A 48% af. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0

Lijn A (zie grafiek): welk % van het inkomen heeft de rijkste 20%?

A

52%

B

48%

C

20%

D

80%

Lijn A staat bij 80% huishoudens op 48%, dus de rijkste 20% heeft 100 min 48 = 52%. Verwachte fout: 48% noemen, het aandeel van de armste 80%.

Welke lijn in de grafiek is de secundaire verdeling?

A

Lijn A, want die ligt verder van de diagonaal

B

Lijn B, want die ligt dichter bij de diagonaal

C

Lijn B, want die ligt verder van de diagonaal

D

Lijn A, want die ligt het laagst

Na herverdeling is de verdeling gelijker, dus de curve ligt dichter bij de diagonaal: lijn B.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Gemiddeld en marginaal tarief

2

Aftrekposten en heffingskortingen

3

Cumuleren met decielen

4

De Lorenzcurve lezen

Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.

WELVAART · ONGELIJKHEID

Tips voor op het examen

  • Schrijf eerst de formule op en vul daarna pas de getallen in.

  • Gemiddeld tarief gaat over het hele inkomen, marginaal tarief over de extra euro.

  • Cumuleren is optellen en eindigt altijd op 100%.

  • Een curve dichter bij de diagonaal betekent minder ongelijkheid.

This item has no instructions