WELVAART · ONGELIJKHEID
Examentraining
Ongelijkheid en herverdeling: zo pak je examenvragen aan
WELVAART · ONGELIJKHEID
Examentraining
Ongelijkheid en herverdeling: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Stadsarchief Rotterdam / Wikimedia Commons, CC0
WELVAART · ONGELIJKHEID
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over tarieven, aftrekposten, decielen en de Lorenzcurve beantwoorden.
This item has no instructions
WELVAART · ONGELIJKHEID
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welk stelsel, welke gegevens (tarief, inkomen, decielen) en wat wordt gevraagd?
2. Kies: de formule: gemiddeld tarief = belasting / inkomen x 100%, marginaal tarief = extra belasting / extra inkomen x 100%.
3. Reken: werk per schijf of per deciel, schrijf de stappen op en zet % of euro erbij.
4. Controleer: ligt het gemiddeld tarief tussen laagste en hoogste tarief? Eindigt het cumuleren op 100%?
This item has no instructions
WELVAART · ONGELIJKHEID
Belasting in Noordland bij vier inkomens
Vraagtype 1: gemiddeld en marginaal tarief
Gemiddeld tarief: deel de belasting door het inkomen en maal 100%.
Marginaal tarief: deel de extra belasting door het extra inkomen.
Neem bij het marginaal tarief twee rijen uit de tabel en trek ze van elkaar af.
Noordland (verzonnen): 15% tot 30.000 en 40% daarboven. Belasting bij 30.000 is 4.500, bij 40.000 is 4.500 + 4.000 = 8.500 en bij 50.000 is 12.500. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0
Noordland (zie tabel): wat is het gemiddeld tarief bij 50.000 euro?
40%
25%
15%
12,5%
12.500 / 50.000 x 100% = 25%. Verwachte fouten: het hoogste tarief noemen (40%) of het laagste (15%).
Marginaal tarief van 30.000 naar 40.000?
Extra belasting 8.500 min 4.500 = 4.000, extra inkomen 10.000, dus 4.000 / 10.000 x 100% = 40%. Verwachte fout: 8.500 / 40.000 = 21,25% (dat is het gemiddeld tarief).
WELVAART · ONGELIJKHEID
Vraagtype 2: aftrekposten en heffingskortingen
Voordeel van een aftrekpost = aftrekpost x marginaal tarief.
Een heffingskorting gaat af van de berekende belasting, een aftrekpost van het inkomen.
Belastbaar inkomen = bruto-inkomen min aftrekposten.
Aftrekposten werken vóór de heffing, heffingskortingen ná de heffing.
Aftrekpost 6.000 euro, marginaal tarief 30%. Hoeveel belasting scheelt dat?
6.000 euro
18.000 euro
4.200 euro
1.800 euro
6.000 x 30% = 1.800. Verwachte fouten: de hele aftrekpost (6.000), vermenigvuldigen met 3 (18.000) of 70% nemen (4.200).
Bruto-inkomen 52.000 euro, aftrekposten 9.000. Wat is het belastbaar inkomen?
61.000 euro
52.000 euro
9.000 euro
43.000 euro
52.000 min 9.000 = 43.000. Verwachte fouten: optellen (61.000) of de aftrekposten vergeten (52.000).
WELVAART · ONGELIJKHEID
Inkomensaandeel per deciel in Westland
Vraagtype 3: cumuleren met decielen
Cumuleren: tel de aandelen van deciel 1 tot en met de gevraagde deciel op.
De armste 50% zijn de decielen 1 t/m 5.
Het verschil tussen twee percentages noem je procentpunten.
Primair is de verdeling voor herverdeling, secundair de verdeling erna.
Westland: primair 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 12, 20, 32 (som 100). Secundair 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 17, 22 (som 100). Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0
Westland (zie tabel): welk deel van het inkomen heeft de armste 50% primair?
6%
20%
14%
27%
2 + 3 + 4 + 5 + 6 = 20. Verwachte fouten: alleen deciel 5 (6%) of een te korte of te lange optelling (14% of 27%).
Westland: het aandeel van de rijkste 10% verandert door herverdeling. Hoeveel?
Het daalt met 10%
Het daalt met 22 procentpunt
Het daalt met 10 procentpunt
Het stijgt met 10 procentpunt
Het aandeel van deciel 10 gaat van 32% naar 22%: 10 procentpunt lager. Het is geen daling van 10%, want 10 / 32 is ongeveer 31%.
WELVAART · ONGELIJKHEID
Twee Lorenzcurves van Westland
Vraagtype 4: de Lorenzcurve lezen
Zoek het punt: ga naar het gevraagde % huishoudens en lees het % inkomen af.
De rijkste 20% heeft 100 min het cumulatieve percentage bij 80.
Hoe dichter bij de diagonaal, hoe gelijker de verdeling.
Lijn A is de primaire verdeling van Westland, lijn B de secundaire. Bij 80% huishoudens leest lijn A 48% af. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0
Lijn A (zie grafiek): welk % van het inkomen heeft de rijkste 20%?
52%
48%
20%
80%
Lijn A staat bij 80% huishoudens op 48%, dus de rijkste 20% heeft 100 min 48 = 52%. Verwachte fout: 48% noemen, het aandeel van de armste 80%.
Welke lijn in de grafiek is de secundaire verdeling?
Lijn A, want die ligt verder van de diagonaal
Lijn B, want die ligt dichter bij de diagonaal
Lijn B, want die ligt verder van de diagonaal
Lijn A, want die ligt het laagst
Na herverdeling is de verdeling gelijker, dus de curve ligt dichter bij de diagonaal: lijn B.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Gemiddeld en marginaal tarief
Aftrekposten en heffingskortingen
Cumuleren met decielen
De Lorenzcurve lezen
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
WELVAART · ONGELIJKHEID
Tips voor op het examen
Schrijf eerst de formule op en vul daarna pas de getallen in.
Gemiddeld tarief gaat over het hele inkomen, marginaal tarief over de extra euro.
Cumuleren is optellen en eindigt altijd op 100%.
Een curve dichter bij de diagonaal betekent minder ongelijkheid.
This item has no instructions