3H Na 4.2

3H Natuurkunde
J. Thijssen
Natuurkunde
Welkom bij Natuurkunde
Pak je laptop er alvast bij
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NaskMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

3H Natuurkunde
J. Thijssen
Natuurkunde
Welkom bij Natuurkunde
Pak je laptop er alvast bij

Slide 1 - Slide

Vorige les
De vorige les ging over 4.1
Daarin hebben we het gehad over Elektrisch vermogen en capaciteit

Kijken wat jullie nog weten

Slide 2 - Slide

Een boormachine heeft een vermogen van 650 W.

Hoe groot is het vermogen van de boormachine in kW?

kW- hW- daW- W- dW- cW- mW
A
65
B
0,065
C
0,65
D
6,5

Slide 3 - Quiz

Met welke formule bereken je het vermogen?
A
P=U*I
B
P=m*g
C
P=s/t
D
P=F*v

Slide 4 - Quiz

Wat is het vermogen?
A
230 Volt
B
0,3 Ampere
C
9 Volt
D
6 Watt

Slide 5 - Quiz

Wat doen we vandaag?
Paragraaf 4.2
In 4.2 gaan we het hebben over Weerstand

Slide 6 - Slide

H4 Elektriciteit
Tijdens het practicum heb je het misschien al gezien
en misschien ook wel daarbuiten.

Slide 7 - Slide

H4 Elektriciteit
Tijdens het practicum heb je het misschien al gezien
en misschien ook wel daarbuiten.

Maar niet alle lampen geven evenveel licht bij dezelfde hoeveelheid Volt

Slide 8 - Slide

H4 Elektriciteit
Tijdens het practicum heb je het misschien al gezien
en misschien ook wel daarbuiten.

Maar niet alle lampen geven evenveel licht bij dezelfde hoeveelheid Volt

Dat alles heeft te maken met de weerstand van een lamp

Slide 9 - Slide

H4 Elektriciteit
De weerstand van een elektrisch apparaat geeft aan hoe moeilijk stroom door dat apparaat heen gaat.

Slide 10 - Slide

H4 Elektriciteit
De weerstand van een elektrisch apparaat geeft aan hoe moeilijk stroom door dat apparaat heen gaat.
Hoe hoger de weerstand, des te minder stroom er doorheen gaat.

Slide 11 - Slide

H4 Elektriciteit
De weerstand van een elektrisch apparaat geeft aan hoe moeilijk stroom door dat apparaat heen gaat.
Hoe hoger de weerstand, des te minder stroom er doorheen gaat.

De weerstand heeft als symbool R (Resistance)
en meten we in Ohm (Ω)

Slide 12 - Slide

H4 Elektriciteit
De weerstand heeft invloed op de stroomsterkte. Daarnaast is de spanning ook van belang.

Slide 13 - Slide

H4 Elektriciteit
De weerstand heeft invloed op de stroomsterkte. Daarnaast is de spanning ook van belang.

Het verband tussen deze 3 grootheden komt naar voren in de volgende formule.

Slide 14 - Slide

H4 Elektriciteit
In elektrische schakelingen komen onderdelen voor die als enige functie hebben om weerstand te geven.
Die onderdelen noemen we dan ook weerstanden.


Slide 15 - Slide

H4 Elektriciteit
In elektrische schakelingen komen onderdelen voor die als enige functie hebben om weerstand te geven.
Die onderdelen noemen we dan ook weerstanden.

Dit soort weerstanden volgen de wet van Ohm.

Slide 16 - Slide

H4 Elektriciteit
In elektrische schakelingen komen onderdelen voor die als enige functie hebben om weerstand te geven.
Die onderdelen noemen we dan ook weerstanden.

Dit soort weerstanden volgen de wet van Ohm.
Deze wet stelt dat de stroomsterkte en spanning een recht evenredig verband hebben. Dit is echter alleen als de weerstand constant blijft.

Slide 17 - Slide

H4 Elektriciteit
In elektrische schakelingen komen onderdelen voor die als enige functie hebben om weerstand te geven.
Die onderdelen noemen we dan ook weerstanden.

Dit soort weerstanden volgen de wet van Ohm.
Deze wet stelt dat de stroomsterkte en spanning een recht evenredig verband hebben. Dit is echter alleen als de weerstand constant blijft.
Zo'n weerstand noemen we dan een ohmse weerstand.

Slide 18 - Slide

H4 Elektriciteit
Maar bepaalde apparaten werken met onderdelen waar de weerstand niet constant is.

Slide 19 - Slide

H4 Elektriciteit
Maar bepaalde apparaten werken met onderdelen waar de weerstand niet constant is.
Als deze broodrooster warm wordt, verandert de weerstand.

Slide 20 - Slide

H4 Elektriciteit
Maar bepaalde apparaten werken met onderdelen waar de weerstand niet constant is.
Als deze broodrooster warm wordt, verandert de weerstand.

Dit is een voorbeeld van een niet-ohmse weerstand.

Slide 21 - Slide

H4 Elektriciteit
Maar bepaalde apparaten werken met onderdelen waar de weerstand niet constant is.
Als deze broodrooster warm wordt, verandert de weerstand.

Dit is een voorbeeld van een niet-ohmse weerstand.

Slide 22 - Slide

H4 Elektriciteit
En nu?

Maak opgave 16, 17, 19, 20, 21 en 24

Heb je vragen?
Steek je vinger op

Slide 23 - Slide