Er zijn nu ook mensen die jij niet kan zien.
Toch zitten ze in je hart.
Neem een stukje brood.
Ga op een rustig plaatsje zitten.
Leg je hand op je hart.
Voel je hart kloppen.
Adem rustig in en uit.
Denk aan deze mensen.
Stel je voor dat je ze ziet.
Denk aan iets leuks wat jullie samen deden.
Vertel die persoon dat je hem graag ziet.
Eet rustig je stukje brood terwijl je aan die persoon denkt.