Vragen maken in Present simple
Vragen maken in Present simple
This item has no instructions
Leerdoel
Ik kan in het Engels simpele vragen maken in present simple.
This item has no instructions
Wanneer gebruik jij present simple?
Gebruik dit als activering. Verwachte woorden: do, does, vraag, Engels, he, she, it, werkwoord, omdraaien. Pak daarna kort het verschil met Nederlands op.
Hoe doen we dat in het Nederlands?
In het Nederlands maken we een vraag vaak door te wisselen.
Jij werkt. → Werk jij?
Hij woont hier. → Woont hij hier?
Zij speelt voetbal. → Speelt zij voetbal?
Benadruk dat leerlingen dit al automatisch doen in het Nederlands: persoon en werkwoord wisselen van plek. Nog niet vergelijken met alle Engelse regels; eerst het vertrouwde patroon helder maken.
Maar in het Engels werkt dat niet zo
In het Engels kun je meestal niet zomaar alleen wisselen.
You work. → niet: Work you?
He lives here. → niet: Lives he here?
She plays tennis. → niet: Plays she tennis?
JE HEBT EEN HULPWERKWOORD NODIG OM VRAGEN TE MAKEN!
Zeg bewust 'meestal' omdat het gaat om gewone werkwoorden in de present simple. Werkwoorden zoals be behandel je nu niet.
Wat is een hulpwerkwoord?
Hulpwerkwoord help je om vragen te maken!
Het hulpwerkwoord van present simple is DO.
Do you work?
Do they like their jobs?
Do we play tennis?
Laat leerlingen het vaste vraagframe hardop meelezen. Houd het laagdrempelig: eerst het patroon, later pas uitzonderingen.
Werk jij?
Slaap jij?
Ga je naar school?
Vind je muziek leuk?
Do you work?
Do you sleep?
Do you go to school?
Do you like music?
Laat leerlingen het vaste vraagframe hardop meelezen. Houd het laagdrempelig: eerst het patroon, later pas uitzonderingen.
Waar staat DO in de vraagzin?
altijd vooraan
achteraan
Toetst het kerncontrast van slides 2-5: Nederlands maakt vaak vragen door te wisselen; Engels heeft bij gewone werkwoorden meestal do/does nodig.
This item has no instructions
HE/SHE/IT
Gebruiken does.
Does he live here?
Does Emma like pizza?
Does Tim eat meat?
Je maak de vragen met behulp van DOES.
This item has no instructions
Wanneer gebruik je do?
Gebruik do bij:
I
you
we
they
Voorbeelden:
Do I know you?
Do you like pizza?
Do they live here?
This item has no instructions
Wanneer gebruik je does?
Gebruik does bij:
he
she
it
Onthoud: he, she, it = does
De docent noemde de 'shit-regel'. Houd het op de slide netjes en duidelijk als: he, she, it = does. Je kunt mondeling noemen dat dit een geheugensteuntje is.
Belangrijk: het hoofdwerkwoord wordt weer gewoon
Bij does krijgt het werkwoord geen -s meer.
Does he live here?
Does she play tennis?
Dus niet: Does he lives here?
X
Dit is een veelgemaakte fout. Leg uit: de -s zit al in does, daarom wordt het hoofdwerkwoord weer de basisvorm.
Het vaste vraagmodel
Gebruik dit schema:
Do + I/you/we/they + werkwoord ... ?
Does + he/she/it + werkwoord ... ?
Voorbeelden:
Do we start now?
Does it work?
Noem 'werkwoord' hier steeds als basisvorm. Laat eventueel kort zien dat het vraagteken erbij hoort in geschreven taal.
Welke vraag is goed?
Do she play tennis?
Does he lives here?
Do they live here?
Lives he here?
Distractors komen uit veelgemaakte fouten: alleen wisselen, do bij she, en -s laten staan na does.
Welke vraag past bij: Sam lives nearby.
Do Sam live nearby?
Does Sam live nearby?
Does Sam lives nearby?
Lives Sam nearby?
Toetst toepassing met een naam. Sam telt als he/she/it, dus does + basisvorm.
Do of does
Does he like cake?
Do they live in Paris?
Do you know my sister?
Does she eat your dinner?
Does your dog sleep in your bed?
Do we need this?
Controleert de hoofdregel en de belangrijke extra regel: na does geen -s meer op het hoofdwerkwoord.
Maak vragen, kies tussen DO of DOES!
You play football. → Do you play football?
You like pizza.
He plays tennis.
They live in London.
She likes cats.
We watch TV.
He goes to school by bike.
You speak English.
She writes her homework.
This item has no instructions
Slide titel
Slide tekst
This item has no instructions