TisTaal | les 02 | VO2 | deel 2 | schrijven | informele e-mail

Nieuw logo
Les 2 deel 2
 Schrijven
1 / 10
next
Slide 1: Slide
NederlandsSchrijven+1Middelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Nieuw logo
Les 2 deel 2
 Schrijven

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

• Ik weet hoe een informele e-mail is opgebouwd.
• Ik schrijf een duidelijke en persoonlijke e-mail.
• Ik gebruik alinea’s en passende signaalwoorden.
• Ik controleer mijn tekst met een checklist.

Slide 2 - Slide

Start met leerdoelbewustzijn.
Laat één leerling de doelen hardop voorlezen.
Vraag daarna kort:
Wat is een informele e-mail?
Wanneer gebruik je die?
Leg nog niets uitgebreid uit.

De les zelf maakt de doelen concreet.
Benadruk:
Vandaag leer je niet alleen wat een informele e-mail is, maar hoe je die duidelijk en logisch opbouwt.

Differentiatie:
Route A
Licht kort toe wat informeel betekent: persoonlijk en niet officieel.
Route B
Leerlingen formuleren in eigen woorden wat ze vandaag gaan leren.
Route C
Vraag: hoe weet je straks of jouw e-mail goed is gelukt?

Wanneer stuur jij een e mail in plaats van een appje?

Slide 3 - Mind map

Laat leerlingen eerst individueel situaties bedenken.

Sluit af met:
Een e-mail gebruik je als je duidelijk, volledig en iets formeler wilt communiceren.

Daarna maak je de brug naar:
Vandaag leer je hoe je zo’n e-mail goed opbouwt.

Differentiatie
Route A
Geef één concreet voorbeeld om het denken op gang te brengen, bijvoorbeeld: een vraag aan een docent.
Route B
Leerlingen bedenken zelfstandig meerdere situaties.
Route C
Laat leerlingen uitleggen waarom een appje in die situatie minder geschikt is.
Een informele 
e-mail:
• schrijf je aan iemand die je kent
• heeft een persoonlijke toon
• is duidelijk en logisch opgebouwd

Welke onderdelen horen bij een e-mail?

Slide 4 - Slide

Inventariseren:
aanhef
inleiding
middenstuk
afsluiting
naam

Niet lang uitleggen.
We modelleren straks.

Hoe bouw je een e-mail op?
Aanhef
Hoe gaat het?
Inleiding
Waarom schrijf je?
Middenstuk
Informatie of verhaal
Afsluiting
Groet en naam
Kies één voorbeeldzin en herschrijf hem in jouw eigen woorden.

Slide 5 - Slide

Hardop denkend voordoen:
Ik begin met een persoonlijke zin.
Dan leg ik uit waarom ik schrijf.
Ik gebruik korte alinea’s.
Benadruk:
Geen spreektaal zoals in chat.
Wel persoonlijk.

Laat twee leerlingen hun herschreven zin voorlezen.

Route A
Samen één zin herschrijven.
Route B
Zelfstandig herschrijven.
Route C
Laat leerlingen een eigen extra voorbeeldzin formuleren.

Handige zinnen
Hoe gaat het met jou?
Ik schrijf je omdat …
Bij mij gaat alles goed, maar …
Ik wilde je vertellen dat …
Laat snel iets van je horen.
Welke zinnen kun jij gebruiken?

Slide 6 - Slide

Route A: samen kiezen.
Route B: zelfstandig selecteren.
Route C: eigen varianten formuleren.


opdracht
Schrijf een informele e mail aan iemand in een ander land.

Stel je voor:
Je hebt in de vorige les geleerd dat landen met elkaar verbonden zijn. Nu leg jij uit hoe dat zit met jouw land.

Vertel:
• waarom jouw land verbonden is met andere landen
• twee concrete voorbeelden
• wat jij daarvan vindt
Gebruik:
• een duidelijke aanhef en afsluiting
• alinea’s
• minstens twee signaalwoorden, bijvoorbeeld omdat, daardoor, maar of dus
120 tot 180 woorden

Slide 7 - Slide

Eerst kernwoorden laten noteren:
Aan wie schrijf ik?
Waarom?
Wat wil ik vertellen?
Pas daarna schrijven.
Vraag:
Is je doel meteen duidelijk?

Route A
Geef structuur op het bord:
Aan wie? Waarom? Wat?
Route B
Zelfstandig kernwoorden noteren.
Route C
Laat leerlingen ook een tegenvoorbeeld of extra detail toevoegen.
□ Heb ik een duidelijke aanhef?
□ Is mijn doel duidelijk in het begin?
□ Gebruik ik alinea’s?
□ Gebruik ik minstens twee signaalwoorden?
□ Heb ik een passende afsluiting?
Controleer je e-mail:

Slide 8 - Slide

Leerlingen controleren eerst zelf.
Daarna kort in tweetallen.

Route A
Samen eerste punt controleren.
Route B
Zelfstandig.
Route C
Laat leerlingen één verbeterpunt formuleren vóór inleveren.


Wat vond je het lastigst?
Wat ging goed?
Welke zin ben je trots op?
“Welke zin in jouw e mail maakt jouw mening het duidelijkst?”

Slide 9 - Open question

Korte nabespreking.
Benadruk:
Een goede e-mail is duidelijk, persoonlijk en logisch opgebouwd.

Route A
Wat ging goed?
Route B
Wat was lastig?
Route C
Welke strategie neem je mee naar volgende keer?
Deze les is gemaakt door TisTaal by Dutchily. Op de vermelde bronnen na, alle rechten voorbehouden aan team Dutchily.




Slide 10 - Slide

Bezoek onze website: