2D 6.1 tot en met 6.3

6.3 over amplitude
Je hebt alle lastige woorden nog eens herhaald.
6.1 t/m 6.3
Nask
18 juni
Afmaken 6.3
Doen we door middel van wat vragen
Maken 6.3
1 / 13
next
Slide 1: Slide
naskVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

6.3 over amplitude
Je hebt alle lastige woorden nog eens herhaald.
6.1 t/m 6.3
Nask
18 juni
Afmaken 6.3
Doen we door middel van wat vragen
Maken 6.3

Slide 1 - Slide

Moeilijke woorden
Geluidsbron: Een voorwerp dat geluid maakt
Tussenstof: medium, een stof waardoor geluid heen kan trillen. 
geluidssnelheid: De tijd die geluid nodig heeft om zichzelf te verplaatsen in een bepaalde stof. 

Slide 2 - Slide

Moeilijke woorden
Toonhoogte hangt af van: Dikte, lengte en spanning van een snaar
Gestemd: Juiste spanning op de snaar
Frequentie: aantal trillingen per seconde
Hertz: eenheid van de frequentie
Microfoon: vertaalt de drukverschillen naar een elektrisch signaal

Slide 3 - Slide

Moeilijke woorden
Oscilloscoop: geeft het geluid weer op een scherm
Tijdbasis: Aangeven hoeveel tijd 1 vakje is (bijv 1 ms/div)
Trillingstijd: de tijd die nodig is voor 1 volledige trilling
Frequentie bereik: Wat wij horen

Slide 4 - Slide

Moeilijke woorden
Geluidssterkte: Hoe hard het geluid is (in dB)
Amplitude: De trilling is harder, NIET SNELLER. De uitwijking is dus groter. 
decibelmeter: Daarmee meet je dB
Gehoordrempel: dB waarbij je het geluid net hoort
Pijngrens: Het moment dat dB zeer doet 
A-filter: Niet gevoelig voor Hz, meet in dB(A)

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Aan de slag met de lesstof
Open blz 68

1. Voorlezen 6.3
2. Nakijken huiswerk
3. Opdrachten 4 tot en met 9 maken

Slide 7 - Slide

Zelfstandig opdrachten maken
Blz 68

timer
10:00

Slide 8 - Slide

Geluidssterkte
A
dB
B
Hz

Slide 9 - Quiz

Wat is een ander woord voor geluid-sterkte?
A
frequentie
B
hertz
C
geluid-bron
D
volume

Slide 10 - Quiz

Wat bepaalt de toonhoogte van een geluid?
A
amplitude
B
frequentie
C
geluidsterkte
D
toonhoogte

Slide 11 - Quiz

Een toon kun je weergeven op een oscilloscoop.
Wat wordt weergegeven met de twee pijlen in de figuur?
A
amplitude
B
decibel
C
frequentie

Slide 12 - Quiz

Huiswerk:
3 tm 8 maken

Slide 13 - Slide