Een voorziening specifiek
voor het reizen naar
het centrum van de stad.
B
Een voorziening om te
parkeren en door te reizen.
C
Een voorziening die als
knooppunt voor het OV dient.
1 / 24
next
Slide 1: Quiz
RijopleidingBeroepsopleiding
This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes.
Lesson duration is: 120 min
Items in this lesson
Wat is een transferium?
A
Een voorziening specifiek
voor het reizen naar
het centrum van de stad.
B
Een voorziening om te
parkeren en door te reizen.
C
Een voorziening die als
knooppunt voor het OV dient.
Slide 1 - Quiz
Wat is de juiste volgorde?
A
Gele auto, lesauto, geleider.
B
Gele auto, geleider, lesauto.
C
Lesauto, gele auto, geleider.
Slide 2 - Quiz
Wat is de juiste volgorde?
A
Bruine auto, lesauto, tractor.
B
Lesauto, bruine auto, tractor.
C
Lesauto, tractor, bruine auto.
Slide 3 - Quiz
U heeft een nieuw rijbewijs aangevraagd. Binnen welke periode moet u deze ophalen bij de gemeente?
A
Binnen 14 dagen.
B
Binnen 6 weken.
C
Binnen 3 maanden.
Slide 4 - Quiz
U staat voor een geopende brug en moet langer dan 1 minuut wachten. Mag u de mobiele telefoon vasthouden?
A
Ja.
B
Nee.
Slide 5 - Quiz
U leent van een bevriend collega een lesvoertuig. Tijdens controle ziet u dat de verlichting niet goed functioneert, door nood gaat u er toch mee rijden. Wie is / zijn aansprakelijk voor het rijden met dit voertuig?
A
U, als bestuurder.
B
Uw collega als eigenaar of houder.
C
Zowel u, als uw collega.
Slide 6 - Quiz
Wie is er naast de politie, toezichthouder voor u als rijinstructeur?
A
De minister van verkeer.
B
Het ILT.
C
De marechaussee.
Slide 7 - Quiz
Sommige verlichting moet aanwezig zijn op een aanhangwagen. Welke verlichting mag aanwezig zijn?
A
Achteruitrijlicht.
B
Derde remlicht.
C
Mistachterlicht.
Slide 8 - Quiz
Welke gegevens moet een bestuurder van de bromfiets geven als hij is betrokken bij een ongeval met enkel blikschade?
A
Enkel zijn persoonlijke gegevens.
B
Enkel de gegevens van de bromfiets.
C
Zowel de persoonlijke als de gegevens van het voertuig.
Slide 9 - Quiz
Welke gegevens moet een ruiter geven als hij is betrokken bij een ongeval met enkel blikschade?
A
Enkel zijn persoonlijke gegevens.
B
Enkel de registratie
gegevens van het dier
C
Zowel de persoonlijke als de registratie gegevens van het dier.
Slide 10 - Quiz
Als er een bestuurder van rechts komt mag hij dan links af slaan?
A
Ja.
B
Nee.
Slide 11 - Quiz
Mag u de doorgetrokken kantlijn overschrijden om af te slaan?
A
Ja.
B
Nee.
Slide 12 - Quiz
U rijdt op een 80 km/h weg zonder tegenliggers. Voor u rijdt een tractor die u wil inhalen, waar houdt u verkeersinzichtelijk rekening mee?
A
Ik moet een lichtsignaal geven.
B
Ik moet oogcontact maken
met de bestuurder.
C
Ik moet rekening houden met de breedte van het voertuig.
Slide 13 - Quiz
U rijdt op een bochtige weg, welke maatregelen zal een wegbeheerder nemen om de situatie duidelijker te maken?
A
Hij plaatst verlichting.
B
Hij plaatst reflectoren.
C
Hij plaatst een geleiderail.
Slide 14 - Quiz
Een voorrangsvoertuig herkent u aan optische en geluidsignalen, welke kenmerken heeft het voertuig nog meer?
A
U herkent het voertuig aan de kleur (rood brandweer, geel ambulance)
B
U herkent het voertuig aan de naam (brandweer, ambulance)
C
Er zijn geen andere kenmerken.
Slide 15 - Quiz
Wat is volgens de rijprocedure de juiste kijktechniek bij het oprijden van het kruispunt?
A
Naar voren, naar links,
naar voren, naar rechts.
B
Naar links, naar voren, naar rechts.
C
Naar rechts, naar voren, naar links.
Slide 16 - Quiz
Wat staat in de rijprocedure over de snelheid bij het inhalen?
A
De maximumsnelheid mag niet worden overschreden.
B
De snelheid moet zodanig zijn dat de duur van de manoeuvre beperkt blijft.
C
Het inhalen gebeurt met een zodanige snelheid dat deze
niet tot hinder leidt.
Slide 17 - Quiz
Waar bevindt zich de koppeling?
A
Deze zit tussen de versnellingsbak en de aandrijfas.
B
Deze zit tussen de motor
en de aandrijfas.
C
Deze zit tussen de motor
en de versnellingsbak.
D
Deze zit tussen de versnellingsbak en de aandrijfas.
Slide 18 - Quiz
Wat is de functie van de koppeling?
A
De verbreekt de verbinding tussen de motor en de versnellingsbak.
B
Deze maakt de verbinding tussen de motor en de versnellingsbak.
C
Deze maakt of verbreekt de verbinding tussen de motor en de versnellingsbak.
Slide 19 - Quiz
Wie is volgens het RVV geen juridische bestuurder?
A
De leerling op de motorfiets.
B
De rijinstructeur achterop de motorfiets bij de leerling.
C
De rijinstructeur naast een leerling.
Slide 20 - Quiz
Wie doet besturen?
A
De feitelijke bestuurder.
B
De examinator tijdens praktijkexamen.
C
De begeleider voor de
17 jarige met 2toDrive.
Slide 21 - Quiz
Door de bomen heeft u slechter zicht op het fietspad bij het afslaan. Hoe heet dit effect?