Examentraining 28

Wat is een transferium?
A
Een voorziening specifiek voor het reizen naar het centrum van de stad.
B
Een voorziening om te parkeren en door te reizen.
C
Een voorziening die als knooppunt voor het OV dient.
1 / 24
next
Slide 1: Quiz
RijopleidingBeroepsopleiding

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Wat is een transferium?
A
Een voorziening specifiek voor het reizen naar het centrum van de stad.
B
Een voorziening om te parkeren en door te reizen.
C
Een voorziening die als knooppunt voor het OV dient.

Slide 1 - Quiz

Wat is de juiste volgorde?
A
Gele auto, lesauto, geleider.
B
Gele auto, geleider, lesauto.
C
Lesauto, gele auto, geleider.

Slide 2 - Quiz

Wat is de juiste volgorde?
A
Bruine auto, lesauto, tractor.
B
Lesauto, bruine auto, tractor.
C
Lesauto, tractor, bruine auto.

Slide 3 - Quiz

U heeft een nieuw rijbewijs aangevraagd.
Binnen welke periode moet u deze
ophalen bij de gemeente?
A
Binnen 14 dagen.
B
Binnen 6 weken.
C
Binnen 3 maanden.

Slide 4 - Quiz

U staat voor een geopende brug en moet langer dan 1 minuut wachten.
Mag u de mobiele telefoon vasthouden?
A
Ja.
B
Nee.

Slide 5 - Quiz

U leent van een bevriend collega een lesvoertuig.
Tijdens controle ziet u dat de verlichting niet goed functioneert, door nood gaat u er toch mee rijden.
Wie is / zijn aansprakelijk voor het rijden met dit voertuig?
A
U, als bestuurder.
B
Uw collega als eigenaar of houder.
C
Zowel u, als uw collega.

Slide 6 - Quiz

Wie is er naast de politie, toezichthouder
voor u als rijinstructeur?
A
De minister van verkeer.
B
Het ILT.
C
De marechaussee.

Slide 7 - Quiz

Sommige verlichting moet aanwezig zijn op een aanhangwagen.
Welke verlichting mag aanwezig zijn?
A
Achteruitrijlicht.
B
Derde remlicht.
C
Mistachterlicht.

Slide 8 - Quiz

Welke gegevens moet een bestuurder van de bromfiets geven als hij is betrokken bij een ongeval met enkel blikschade?
A
Enkel zijn persoonlijke gegevens.
B
Enkel de gegevens van de bromfiets.
C
Zowel de persoonlijke als de gegevens van het voertuig.

Slide 9 - Quiz

Welke gegevens moet een ruiter geven als hij is betrokken bij een ongeval met enkel blikschade?
A
Enkel zijn persoonlijke gegevens.
B
Enkel de registratie gegevens van het dier
C
Zowel de persoonlijke als de registratie gegevens van het dier.

Slide 10 - Quiz

Als er een bestuurder van rechts komt mag hij dan links af slaan?
A
Ja.
B
Nee.

Slide 11 - Quiz

Mag u de doorgetrokken kantlijn overschrijden om af te slaan?
A
Ja.
B
Nee.

Slide 12 - Quiz

U rijdt op een 80 km/h weg zonder tegenliggers. Voor u rijdt een tractor die u wil inhalen, waar houdt u verkeersinzichtelijk rekening mee?
A
Ik moet een lichtsignaal geven.
B
Ik moet oogcontact maken met de bestuurder.
C
Ik moet rekening houden met de breedte van het voertuig.

Slide 13 - Quiz

U rijdt op een bochtige weg, welke maatregelen zal een wegbeheerder nemen om de situatie duidelijker te maken?
A
Hij plaatst verlichting.
B
Hij plaatst reflectoren.
C
Hij plaatst een geleiderail.

Slide 14 - Quiz

Een voorrangsvoertuig herkent u aan optische en geluidsignalen, welke kenmerken heeft het voertuig nog meer?
A
U herkent het voertuig aan de kleur (rood brandweer, geel ambulance)
B
U herkent het voertuig aan de naam (brandweer, ambulance)
C
Er zijn geen andere kenmerken.

Slide 15 - Quiz

Wat is volgens de rijprocedure de juiste kijktechniek bij het oprijden van het kruispunt?
A
Naar voren, naar links, naar voren, naar rechts.
B
Naar links, naar voren, naar rechts.
C
Naar rechts, naar voren, naar links.

Slide 16 - Quiz

Wat staat in de rijprocedure over de
snelheid bij het inhalen?
A
De maximumsnelheid mag niet worden overschreden.
B
De snelheid moet zodanig zijn dat de duur van de manoeuvre beperkt blijft.
C
Het inhalen gebeurt met een zodanige snelheid dat deze niet tot hinder leidt.

Slide 17 - Quiz

Waar bevindt zich de koppeling?
A
Deze zit tussen de versnellingsbak en de aandrijfas.
B
Deze zit tussen de motor en de aandrijfas.
C
Deze zit tussen de motor en de versnellingsbak.
D
Deze zit tussen de versnellingsbak en de aandrijfas.

Slide 18 - Quiz

Wat is de functie van de koppeling?
A
De verbreekt de verbinding tussen de motor en de versnellingsbak.
B
Deze maakt de verbinding tussen de motor en de versnellingsbak.
C
Deze maakt of verbreekt de verbinding tussen de motor en de versnellingsbak.

Slide 19 - Quiz

Wie is volgens het RVV geen juridische bestuurder?
A
De leerling op de motorfiets.
B
De rijinstructeur achterop de motorfiets bij de leerling.
C
De rijinstructeur naast een leerling.

Slide 20 - Quiz

Wie doet besturen?
A
De feitelijke bestuurder.
B
De examinator tijdens praktijkexamen.
C
De begeleider voor de 17 jarige met 2toDrive.

Slide 21 - Quiz

Door de bomen heeft u slechter zicht op het fietspad bij het afslaan.
Hoe heet dit effect?
A
De coulissewerking.
B
Het bomeneffect.
C
Het polder effect.

Slide 22 - Quiz

Wat is de functie van een verdrijvingsvlak?
A
Deze zorgt voor een lagere snelheid.
B
Deze zorgt voor visuele rugdekking.
C
Deze zorgt voor veel rijstrookwisselingen.

Slide 23 - Quiz

Wie mag als eerste?
A
De groep voetgangers.
B
De lesauto.

Slide 24 - Quiz