AFP Samenvatting 2

AFP Samenvatting 2

Lokomotie

Hart en bloed


1 / 50
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDierverzorgingMBOStudiejaar 4

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

AFP Samenvatting 2

Lokomotie

Hart en bloed


Richtingen :

Uit welke delen bestaat het bewegingsstelsel van een dier?

A

Skelet en spieren

B

Skelet en gewrichten

C

Spieren en gewrichten

D

De botten van het skelet

Wat is de functie van rood merg?

A

vormen van bloedcellen

B

groeien van botten

C

verschaffen van stevigheid

D

opslaan van vet

Hoe noem je een breuk die door een gewricht loopt?

A

articulair

B

diafysair

C

epifysair

D

metafysair

3. Waarom moet een open fractuur zo snel mogelijk behandeld worden?

A

Een open fractuur is erg pijnlijk.

B

Vanwege een groot infectiegevaar.

C

Anders gaat het dier mogelijk op zijn eigen botten kauwen.

D

Een open fractuur dient net zo snel als een gesloten fractur behandeld te worden.

Welke bewegingen zijn er mogelijk bij een kogelgewricht?

A

bewegingen in alle richtingen

B

bewegingen in één richting

C

bewegingen in twee richtingen

D

bewegingen van botten die evenwijdig aan elkaar liggen

Wat is het verschil tussen luxatie en subluxatie?

A

Bij een luxatie raken de botten van het gewricht elkaar nog net.

B

Bij een subluxatie raken de botten elkaar nog net.

C

Bij een subluxatie raken de botten elkaar helemaal niet meer.

D

Bij een luxatie raken de botten elkaar over het gehele oppervlak.

Welke drie verschillende soorten spierweefsel zijn er?

Wat is spieratrofie?

A

vermindering van spiermassa

B

ontsteking van een spier

C

spierpijn

D

trauma van een spier

. Bij welke spierbreuk kunnen ademhalingsproblemen ontstaan?

A

middenrifbreuk (hernia diafragmatica)

B

liesbreuk (hernia inguinalis)

C

navelbreuk (hernia umbilicalis)

D

anusbreuk (hernia perinealis)

Op welke leeftijd zie je meestal de eerste symptomen van elleboogdysplasie?

A

0-4 maanden

B

4-8 maanden

C

8-12 maanden

D

1-2 jaar

15. Elleboogdysplasie is een verzamelnaam voor meerdere aandoeningen van het ellebooggewricht. Welke vier aandoeningen zijn dit?

A

ED, HD, elleboogfractuur, elleboogfissuur

B

Incongruentie, LPA, ED, LPC

C

Incongruentie, LPA, LPC, OCD

D

LPA, LPC, OCD, HD

Op welke leeftijd worden ouderdieren gescreend voor HD met behulp van röntgenfoto's?

A

drie maanden

B

zes maanden

C

vanaf 1 jaar

D

vanaf 2 jaar

Welk onderdeel van de bloedsomloop behoort tot de kleine bloedsomloop?

A

Linker ventrikel

B

Aorta

C

De onderste holle ader

D

De longslagader

Antwoord:

 De kleine bloedsomloop omvat de rechterboezem, de rechterkamer, de longslagader, de vertakkingen van de longslagader, het haarvatennet in de longen en de

longaders.

Bloedsomloop....

Welke klachten passen bij en rechterhartfalen?

A

opgezette buik, bleke slijmvliezen, versnelde ademhaling, slechter uithoudingsvermogen

B

hoesten, versnelde ademhaling, snelle hartslag, slechter uithoudingsvermogen.

C

hoesten, opgezette buik, blauwachtige slijmvliezen, slechter uithoudingsvermogen.

D

opgezette buik, langzame hartslag, bleke slijmvliezen, slechter uithoudingsvermogen

Waardoor worden de linkeratrium en linkerventrikel van elkaar gescheiden?

A

Een spierlaag

B

De mitralisklep

C

Een harttussenschot

D

De tricuspidalisklep

Wat zijn de systole en de diastole?

Bij welke hartafwijking sluit de verbinding tussen de longslagader en de aorta niet?

A

ventrikel septum defect

B

atrium septum defect

C

aorta stenose

D

persisterende ductus arteriosus

TOELICHTING

Dat is de verbinding die de vrucht in de baarmoeder heeft om de doorbloeding van de longen van de vrucht tijdens de zwangerschap te omzeilen. 

Dit is een vraag die ik wel zou kunnen stellen...

DA=

ductus arteriosus

Wat is de taak van haarvaten?

A

uitwisseling van stoffen tussen de organen en de bloedsomloop

B

bloed van het hart naar de organen toe voeren

C

bloed van de darmen naar de lever toe voeren

D

bloed van de organen af naar het hart toe voeren

Antwoord: 

Dit is juist. De haarvaten zorgen ervoor dat de stoffen die elke cel nodig heeft uit de bloedbaan naar die cellen toe kunnen komen. Ook zorgen de haarvaten ervoor dat de

afvalstoffen uit de lichaamscellen worden afgevoerd.

Wat is lymfe?

A

het overschot aan vocht dat vanuit het bloed uit de haarvaten geperst wordt

B

het vocht dat overblijft wanneer alle cellen uit het bloed worden verwijderd

C

een afvalstof van de bloedbaan

D

lichaamsvocht dat zorgt voor de afvoer van infectieuze stoffen

Antwoord:

Dit is juist. Er wordt voortdurend iets meer vocht uit de haarvaten geperst dan er aan het eind wordt terug gezogen. Je noemt dit overshot aan vocht lymfe.

Haarvaten

en lymfe

De wand van een ader is dunner dan die van een slagader. Waarom is dit geen probleem?

A

De hoeveelheid bloed die door aders stroomt is kleiner dan die door slagaders stroomt.

B

De wand van aders bevat en niet-doorlatende beschermlaag.

C

De bloeddruk in aders is veel lager dan die in slagaders.

D

er zou anders te veel wrijving zijn, waardoor het bloed niet naar het hart toe vervoerd kan worden.

Antwoord:

 Doordat de bloeddruk in de aders lager is dan in de slagaders, stroomt het bloed langzamer en hebben de aders geen dikke spierlaag in hun wand nodig.

Wat zijn kenmerken van en slagaderlijke bloeding?

A

Het bloed is lichtrood.

B

Het bloed spuit uit het bloedvat.

C

bloed verlaat het bloedvat met afwisselend krachtige en minder krachtige stralen.

D

Alle antwoorden zijn juist.

Wat zijn de twee meest voorkomende verkregen hartaandoeningen bij de hond?

A

DCM en HCM

B

aorta stenose en DCM

C

mitralisinsufficiëntie en DCM

D

pulmonalis stenosi en mitralisinsufficiëntie

mitralis insufficiëntie

Dilatatieve CardioMyopathie DCM

Wat is de meest voorkomende verkregen hartaandoening bij de kat?

A

HCM

B

DCM

C

mitralisinsufficiëntie

D

aorta stenose

Hypertrofische Cardiomyopathie HCM

Wat verstaat men onder shock?

A

situatie waarbij de bloedstroom door het lichaam onvoldoende gereguleerd is, waardoor er onvoldoende bloed naar de vitale organen vervoerd wordt

B

schrikreactie van het lichaam

C

een tekort aan bloedcellen in de bloedsomloop

D

de fase voorafgaand aan de dood

Welke van onderstaande patiënten is zeker in shock?

A

kat met een versnelde hartslag en bleke slijmvliezen

B

aangereden hond met en versnelde hartslag, niet aanspreekbaar, lage temperatuur en bleke slijmvliezen

C

kat met ernstige diarree, rode slijmvliezen, normale pols en ademhaling, verhoogde temperatuur

D

hond die net hard heeft gerend en nu een versnelde ademhaling, versnelde pols, rode slijmvliezen en verhoogde temperatuur heeft

Welke twee therapieën worden er bij alle soorten shock toegepast?